50. Onderweg Naar Morgen
De Franse kust gleed langzaam aan bakboord voorbij terwijl de Freja Luna rustig door de lange Atlantische deining trok. Geen harde klappen van golven. Geen storm. Alleen die eindeloze beweging van de Golf van Biskaje die je constant liet voelen dat je op open zee zat. De Scania V8 bromde diep onder ons terwijl we op de motor voeren. Af en toe probeerden we een stukje te zeilen wanneer de wind even gunstig draaide, maar iedere keer zakte hij weer weg alsof de oceaan zelf niet kon kiezen wat ze wilde. Eva zat met de kaart op schoot alsof ze ineens officieel navigator van het schip geworden was.
“Dus…” zei Alyssa terwijl ze naast haar kwam zitten.
“Kapitein Eva… hoe ver nog?”
Eva keek direct geïrriteerd op.
“Ik ben geen kapitein.”
“Nee,” zei Eline.
“Jij bent hoofd buitenlandse zaken.”
Zelfs Frida moest lachen.Eva draaide haar ogen maar keek daarna toch weer serieus naar de kaartplotter.
“We lopen mooi op schema.”
Ze wees naar het scherm.
“Als dit zo blijft komen we ergens morgennacht of heel vroeg in de ochtend aan.”
“Mooi,” zei ik tevreden.
Ze keek me even aan.
“Je bent echt trots hè?”
Ik haalde mijn schouders op.
“Een beetje.”
“Dat was geen beetje,” zei Frida direct.
“Je keek net alsof Eva persoonlijk de Atlantische Oceaan had uitgevonden.”
“Hou je mond.”
Maar eerlijk… ze hadden gelijk. Het voelde vreemd om te zien hoe snel ze leerden. Nog geen paar maanden geleden vroegen ze zich af hoe een marifoon werkte en nu zaten ze afstanden, stromingen en aankomsttijden uit te rekenen alsof ze nooit anders gedaan hadden. De Golf van Biskaje bleef ondertussen de Golf van Biskaje. Een zee die nooit echt rustig aanvoelde. Zelfs wanneer het weer goed was bleef er altijd iets dreigends hangen. De lange oceaangolven kwamen van ver. Soms leek de Freja Luna langzaam omhoog getild te worden om daarna weer diep in een dal van water weg te zakken.
“Dit voelt anders dan de Noordzee,” zei Eva ineens.
“Dat klopt,” zei ik.
“De Noordzee is gemeen dichtbij huis. Dit is gewoon open oceaan.”
“Fijn,” mompelde Alyssa.
“Dat klinkt geruststellend.”
Tegen de avond trok de lucht langzaam dicht. Niet zwaar. Meer een grijze sluier die de zon langzaam opslokte. De wind draaide iets westelijker waardoor we eindelijk de zeilen weer konden gebruiken. Frida hielp beneden met eten maken terwijl Eva samen met mij de koers controleerde. Eline lag languit op een bank met een dekentje alsof ze al drie weken zwaar zeeziek was.
“Jij hebt nergens last van,” zei Alyssa.
“Nee,” antwoordde Eline dramatisch.
“Maar ik wil aandacht.”
“Dat is eerlijk.”
De nacht op de Golf van Biskaje voelde anders dan alle andere nachten tot nu toe. Donkerder. Groter. Alsof de oceaan rondom je geen einde meer had. Ver achter ons verdwenen langzaam de laatste lichten van de Franse kust. Alleen de instrumenten verlichtten nog de kuip van de Freja Luna met een zachte blauwe gloed. Ik stond samen met Frida buiten tijdens de eerste wacht.
“Mooi hè,” zei ze zacht terwijl ze over het zwarte water keek.
“Ja.”
Even bleef het stil.
“Je denkt aan mama hè?”
Dat bleef bijzonder aan Frida.
Die zag dingen voordat iemand iets zei.
Ik knikte langzaam.
“Ze had dit prachtig gevonden.”
Frida glimlachte klein.
“Vooral Eline die bijna een internationale oorlog begon op het strand.”
Ik moest lachen.
“Ja… daar had ze hard om gelachen.”
Beneden hoorde je plotseling geschreeuw.
“NEE!”
“ELINE AFBLIJVEN!”
Frida sloot direct haar ogen.
“Daar gaan we weer.”
Binnen bleek dat Eline bezig was chips te bakken in een pannetje alsof het een culinair experiment was.
“Waarom?” vroeg Eva wanhopig.
“Omdat warme chips misschien lekkerder zijn.”
“Dat is psychopatisch,” zei Alyssa droog.
Zelfs midden op open zee bleef het complete chaos.
En misschien was dat juist het mooie eraan.
De uren gleden langzaam voorbij. Wachtschema’s werden gewisseld. Af en toe verscheen er een schip op de AIS, meestal vrachtschepen die ergens onderweg waren naar Spanje of Portugal. Soms voelde het alsof wij de enige mensen op aarde waren.
De tweede ochtend begon zwaar bewolkt. De wind trok aan en de Golf van Biskaje liet eindelijk haar tanden zien.
Geen storm. Maar genoeg om alles ineens serieus te maken. De Freja Luna begon harder te werken tegen de golven in. Water sloeg regelmatig over het voordek terwijl de boeg zich stevig door de oceaan heen drukte.
“Zo,” zei Alyssa terwijl ze zich vasthield.
“Nu lijkt het eindelijk ergens op.”
“Jij hebt echt problemen,” zei Eva.
Maar zelfs zij glimlachte.
Want eerlijk…
dit was precies waarom we dit deden. Niet voor perfecte dagen. Niet voor luxe havens. Niet voor Instagramplaatjes. Maar voor dit gevoel. Samen midden op zee. Nergens anders hoeven zijn. Alleen wind, water en elkaar. Rond de middag begon de vermoeidheid toe te slaan. Veertig uur non-stop varen klinkt romantisch totdat je daadwerkelijk moe wordt van het constante bewegen. Eline lag inmiddels opgekruld op de bank te slapen met een chipszak half onder haar hoofd.

Frida zat met een mok koffie naar buiten te kijken. Eva hield ondertussen serieus de aankomsttijden bij alsof haar leven ervan afhing.
“Als de stroming meewerkt winnen we misschien nog twee uur,” zei ze ineens.
Ik keek haar lachend aan.
“Je verandert langzaam in mij.”
“Dat is het engste wat je ooit gezegd hebt.”
Tegen de avond van de tweede dag verscheen uiteindelijk de Baskische kust aan de horizon. Donkere heuvels. Witte huizen. Groene hellingen. En ergens daartussen lag Port of Saint-Jean-de-Luz – Ciboure. De naam bleef verschrikkelijk.
“Wie verzint dit?” mompelde Eline slaperig.
“Fransen,” zei Alyssa.
“Dat verklaart alles.”
Eva zat ondertussen volledig gespannen met de marifoon in haar hand.
“Nee.”
Ze schudde direct haar hoofd.
“Ik ga dit niet doen.”
“Jawel,” zei ik rustig.
“Pap serieus…”
“Jij hebt de haven geregeld. Dus jij meldt ons aan.”
Frida en Alyssa zaten inmiddels klaar alsof ze naar een liveshow gingen kijken.
Eva drukte uiteindelijk zuchtend de knop in.
“Bonjour, ici le voilier Freya Luna”
Direct keek iedereen haar aan.
Ze ging verder.
Voorzichtig.
Langzaam.
Met verschrikkelijk accent. Maar ze deed het wel.
En tot haar complete verbazing antwoordde de havenmeester rustig terug in langzaam Engels.
“hello try it in English for a moment because I understand you are the Freja Luna but to keep it safe just tell me in English”
Stom verbaast en dat duurde echt 2 minuten en iedereen lag in een deuk.
“Ah gelukkig,” mompelde ze opgelucht.
“Hij spreekt normaal.”
“Netjes gedaan meisje,” zei ik rustig.
Je zag direct dat ze trots was. Al probeerde ze het te verbergen. De havenlichten kwamen langzaam dichterbij terwijl de Freja Luna rustig verder voer richting de ingang van Saint-Jean-de-Luz. Een uitdagende tocht van ruim tweehonderddertig zeemijl lag bijna achter ons. Maar ergens had ik het gevoel…
dat we waarschijnlijk nog veel grotere problemen voor ons hadden dan alleen de taal……
