73. Tot De Volgende Horizon
De trossen gingen los vlak na het middaguur. Er stond nauwelijks wind in de haven van Cascais. Alsof zelfs de Atlantische Oceaan begreep dat afscheid soms langzaam moet gaan. Jessica hield Emma al voor de derde keer vast. Misschien voor de vierde. Niemand telde het meer. John stond ernaast met zijn handen in zijn zakken. Dezelfde houding die hij al dagen aannam wanneer hij emoties probeerde te verbergen. Wat hem ongeveer net zo goed afging als Eline zwijgen.
“Je belt,” zei Jessica.
“Ja mam.”
“Elke dag.”
“Ja mam.”
“En als het niet elke dag is dan om de dag.”
“Ja mam.”
“En als—”
“Mam.”
Nu moest zelfs Emma lachen. Met tranen in haar ogen. Maar toch lachen. John stapte naar voren. Geen grote woorden. Geen speech. Hij sloeg alleen zijn armen om zijn dochter heen. Lang. Stevig. Zoals vaders dat soms doen wanneer ze weten dat woorden tekortschieten.
“Volg je hart,” zei hij uiteindelijk.
“Dat heb jij me geleerd.”
“Dat weet ik.”
“Lastig hè?”
John lachte.
“Verschrikkelijk.”
Daarna liet hij haar los. Niet omdat hij wilde. Maar omdat het moest. Ik stak mijn hand uit. Hij pakte hem vast.
“Zorg goed voor haar.”
Ik knikte.
“Dat doen we.”
Hij keek naar de vijf meiden achter mij.
Toen begon hij te lachen.
“Eigenlijk denk ik dat zij beter voor jou gaan zorgen.”
“Dat vrees ik ook.”
Voor het eerst sinds het ontbijt moest Jessica echt lachen. Frida gooide de laatste tros los. Eva meldde zich via de marifoon af bij de haven. Alyssa startte de motor. Eline stond naast Emma. Geen woorden. Alleen een arm om haar schouder. De Freja Luna begon langzaam van de steiger weg te draaien. Niemand zwaaide eerst. Dat was het moeilijke. Dat eerste moment. Dat moment waarop je accepteert dat afscheid echt gebeurt.
Toen stak Emma haar hand op. Jessica direct ook. John een seconde later. En daarna zwaaide iedereen. Lang. Tot de steiger kleiner werd. Tot de mensen kleiner werden. Tot Cascais langzaam achter de horizon van herinneringen verdween. Pas toen de haven uit zicht was, ging Emma zitten. Gewoon op het achterdek. Met haar rug tegen de kuipbank. Eline ging naast haar zitten. Zoals altijd. Alsof daar nooit discussie over was geweest. Ik liet ze. Sommige dingen hoef je niet te sturen. De middag ging over in avond. De Portugese kust verdween langzaam achter ons. Voor ons lag de Atlantische Oceaan.
En ergens, bijna negenhonderd zeemijl verderop, lag Fuerteventura. De volgende bladzijde van het avontuur. Frida stond aan het roer. Eva controleerde de route. Alyssa had alweer ruzie met een kastje dat volgens haar expres dichtviel. Emma lachte. Eline ook. En ik keek naar de horizon.
Naar de plek waar lucht en water elkaar ontmoetten. Dezelfde horizon waar ik al duizenden keren naar had gekeken. Maar nooit helemaal hetzelfde. Want de zee verandert. Mensen veranderen. Families veranderen. Ik dacht aan Luna. Natuurlijk dacht ik aan Luna. Aan alles wat we verloren hadden. Aan alles wat we teruggevonden hadden. En aan alles wat we nooit hadden zien aankomen.
Naast mij verscheen Emma.
“Waar denk je aan?”
Ik glimlachte.
“Dat de zee meer weet dan wij.”
Emma keek naar de horizon.
“Denk je dat we ooit aankomen?”
Dat was een vreemde vraag.
Maar misschien ook weer niet.
Ik keek naar de ondergaande zon.
Naar de Freja Luna.
Naar de vijf meiden die ergens achter mij lachten.
En toen antwoordde ik eerlijk.
“Ik hoop van niet.” Emma keek verbaasd op.
“Waarom?”
Ik glimlachte.
“Omdat de mooiste delen van een reis meestal gebeuren voordat je bestemming bereikt.”
Ze dacht daar even over na.
Toen knikte ze.
En samen keken we naar de oceaan.
Naar het laatste licht boven het water.
Naar de eindeloze horizon.
En naar alles wat nog moest komen.
Want ergens voorbij die horizon lag Fuerteventura.
Misschien. Of iets heel anders. De zee wist het al. Wij nog niet.
