70. Wat de sterren al wisten

70. Wat de sterren al wisten

Het restaurant was mooi, bekend uit de Michelin gids. We hadden een ronde tafel in het midden van het restaurant net of ze ons ten toon stelden. Van te voren had ik het menu bepaald.

De eerste gangen waren al voorbij. Dat alleen was eigenlijk al een klein wonder. Niet omdat het eten niet goed was. Integendeel. Het was waarschijnlijk het beste eten dat ik ooit had gegeten. Maar het was ook precies zo’n restaurant waar je automatisch zachter gaat praten omdat je bang bent dat iemand anders je stem te luid vindt. Eline had inmiddels drie keer gevraagd waarom een bord zo groot mocht zijn als er vervolgens zo weinig eten op lag. Alyssa had zich afgevraagd of de kok soms per ingrediënt betaald kreeg. En Frida had voor de vierde keer uitgelegd welke vork waarvoor bedoeld was. Eva zat rustig te genieten. Emma zat tussen haar ouders en keek opvallend vaak naar Eline. Ik zag het. Frida zag het. Eva zag het. Waarschijnlijk zag iedereen het behalve Emma zelf. De ober zette een nieuwe gang voor ons neer. Iets met vis. Of misschien kunst. Dat was in dit restaurant soms moeilijk te onderscheiden. Emma keek naar haar bord. Toen naar Eline. Toen weer naar haar bord. En ineens zette ze haar bestek neer.

“Ik moet iets zeggen.”
O nee. Ik kende die zin. Die zin eindigde zelden rustig. Eline keek direct op.
“O nee.”
“Dat helpt niet.”
“Dat zeg ik altijd als iemand begint met ‘ik moet iets zeggen’.”
Emma glimlachte zenuwachtig. Maar niet lang. Ze haalde diep adem. Heel diep. Toen keek ze naar haar ouders. Naar mij. Naar Frida. Eva. Alyssa. En uiteindelijk naar Eline.

“Ik denk dat ik al jaren vlinders in mijn buik krijg van Eline.”

De stilte die volgde was indrukwekkend. Werkelijk indrukwekkend. Zelfs de ober die net wijn wilde inschenken bevroor halverwege zijn beweging. Alyssa liet langzaam haar vork zakken. Frida knipperde één keer. Eva keek naar haar glas. Emma’s vader keek naar Emma. Emma’s moeder keek naar Eline. En ik? Ik vond plotseling het zoutvaatje ontzettend interessant. Emma slikte.

“Ik meen het.”
Niemand onderbrak haar.
“Ik weet niet precies wanneer het begon.”
Ze lachte nerveus.
“Misschien toen ze me voor het eerst uitlachte.”
“Dat gebeurt dagelijks,” zei Alyssa.
Niemand reageerde. Emma ging verder.
“Of toen ze steeds naast me kwam zitten.”
Nu keek Eline naar tafel.
“Of toen ze altijd als eerste vroeg hoe het met me ging.”
Emma veegde snel onder haar oog.
“Ik weet alleen dat ik me nergens zo thuis voel als bij haar.”
Het werd nog stiller. Emma keek recht naar Eline.
“En eerlijk gezegd kan ik me bijna niet voorstellen dat ik zonder haar verder ga.”
Nu gebeurde er iets wat niemand verwachtte. Eline stond op. Niet boos. Niet geschrokken. Gewoon op. Ze liep om de tafel heen. En sloeg haar armen om Emma heen. Midden in het sterrenrestaurant. Emma begon direct te huilen. Eline ook.

“Stom mens.”
Emma lachte door haar tranen heen.
“Dat is geen antwoord.”
“Nee.”
Eline hield haar stevig vast.
“Maar ik hou wel van je.”
Emma keek op. Eline glimlachte.
“Alleen niet op die manier.”
Emma slikte. Eline veegde haar ogen droog.
“Voor mij ben je geen vriendin.”
Emma keek verbaasd. “Niet?”
“Nee.”
Eline schudde haar hoofd.
“Je bent veel irritanter dan een vriendin.”|
Alyssa schoot direct in de lach. Zelfs Emma’s vader begon te glimlachen. Eline keek weer naar Emma.
“Je bent mijn onlogische biologische zusje.”

Nu begon Emma opnieuw te huilen. Maar anders. Lichter. Opgelucht. Alsof er iets op zijn plaats viel.
“Dat is misschien nog mooier.”
Eline knikte.
“Dat dacht ik ook.”
Emma glimlachte.
“Beste vrienden dan?”
Eline stak haar hand uit.
“Beste vrienden.”
Emma pakte hem vast.
“Deal.”
Voor het eerst die avond leek Emma volledig ontspannen. Toen gebeurde het volgende. Eline werd rood.
Frida zag het onmiddellijk.
Natuurlijk zag Frida het.

“O wacht.”
Eline keek verschrikt op.
“O nee.”
“O jawel.”
Alyssa schoof direct naar voren.
“Dit wordt interessant.”
Eva begon al te lachen.
“Eline…”
“Nee.”
“Vertel.”
“Nee.”
“Vertel.”

Eline keek naar Emma. Emma keek terug. Toen keek Eline naar haar bord. En mompelde iets.

“Wat?” vroeg Emma.
“Ik vind Bjorn leuk.”
Het werd opnieuw stil. Volledig stil. Emma’s ouders keken elkaar aan. Ik keek naar Eline. Frida keek naar Eline. Alyssa keek naar Eline. Eva keek naar Eline. Zelfs de ober keek naar Eline. Emma knipperde drie keer.

“Wat?”
Eline werd vuurrood.
“Ik weet het.”
“Wat?”
“Ik weet het.”
“Wat?!”

Nu begon zelfs Frida te lachen. Eline verborg haar gezicht.

“Ik krijg vlinders van Bjorn.”

Emma staarde haar aan. Drie seconden. Vier seconden. Toen begon ze zo hard te lachen dat bijna het halve restaurant keek.
“Dat verklaart echt alles.”
“Hou je mond.”
“Nee.”
“Emma.”
“Nee.”
Zelfs Emma’s ouders moesten lachen. Alle spanning van de avond verdween in één klap. Frida stond op. Pakte haar glas. Keek naar Emma. Naar Eline. Naar Emma’s ouders. Naar mij. En glimlachte.

“Op ouders.”
Iedereen keek op.
“Op ouders die blijkbaar alles aankunnen.”
De glazen gingen omhoog. Emma’s vader lachte. Haar moeder ook. Maar toen stond Eva op. Rustig. Zoals alleen Eva dat kon.

“En op vertrouwen.”
De tafel werd stil. Eva keek naar mij.

“Want pap vertrouwt ons.”
Ik keek haar verbaasd aan. Ze glimlachte.
“Meer dan hij soms zelf toegeeft.”
Toen keek ze naar Emma.
“Jij liep wacht.”
Emma knikte.
“Ja.”
“Dat doet hij niet zomaar.”
Daarna keek Eva naar Emma’s ouders.
“Ik wil jullie iets vertellen.”
Iedereen luisterde.
“Emma is een prima matroos.”
Emma keek verrast op.
Eva glimlachte.
“Ze werkt hard.”
“Ze klaagt weinig.”
“Ze leert snel.”
“En ze hoort erbij.”

Emma’s moeder veegde ongemerkt een traan weg. Eva ging verder.

“Ze is niet mee als kennis.”
Ze schudde haar hoofd.
“Niet als vriendin.”
Toen keek ze naar Frida.
Naar Alyssa.
Naar Eline.
En weer naar Emma.
“Maar als zusje.”

Het werd stil. Heel stil. Emma keek naar tafel. Eline pakte direct haar hand vast. Emma’s vader knikte langzaam. Alsof hij precies begreep wat Eva bedoelde. Daarna werd het weer gezellig. Veel gezelliger zelfs. Het eten werd beter. Of misschien proefden we het eindelijk. Er werd gelachen. Geplaagd. Verhalen verteld. Zelfs Eline vergat tijdelijk Bjorn. Nou ja. Bijna. Toen we uiteindelijk terugliepen door de warme avond van Lissabon voelde het alsof iedereen iets lichter liep dan daarvoor. Later die avond stonden we weer bij de Freja Luna. De haven was rustig. De lampen spiegelden in het water. De donkerblauwe romp lag stil aan de steiger.

FREJA LUNA – HONNINGSVÅG

Ik bleef even staan. De meiden liepen alvast richting de kajuit. Niemand lette op mij. Dacht ik. Ik keek omhoog. Naar de sterren. Naar de hemel. Naar Luna. En heel even veegde ik snel een traan weg. Niemand had dat gezien. Dacht ik.

“Ze zou trots zijn.”

Ik draaide me om. Emma stond naast me. Ik had haar niet eens horen aankomen. Ze sloeg haar armen om me heen. Een stevige nuffel. Geen woorden. Gewoon een knuffel. Toen keek ze omhoog. Naar dezelfde hemel. Naar dezelfde sterren. En tot mijn verbazing stak ze haar hand op. Ze zwaaide. Gewoon. Naar boven. Alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Ik keek haar verbaasd aan. Emma glimlachte.

“Ik dacht dat ze misschien even meekijkt.”

Mijn keel werd ineens verdacht dik. Ik knikte alleen maar. Naast ons verscheen Eline. Toen Frida. Eva. Alyssa. Binnen enkele seconden stonden we daar met z’n allen. Kijkend naar dezelfde sterren. Naar dezelfde hemel. Naar dezelfde vrouw die al zo lang ontbrak en toch nog overal aanwezig was. Niemand zei iets. Dat hoefde ook niet. Soms zegt stilte genoeg. En terwijl ik naar die vijf meiden keek, naar Emma met haar oranje muts, naar Eline die haar arm door die van Emma had gestoken, naar Frida die waakte zonder dat ze het wist, naar Eva die iedereen bij elkaar hield en naar Alyssa die zelfs nu probeerde niet sentimenteel te worden…

dacht ik maar één ding.

Wat een meiden.