45. De jongen die nooit kwam
Pipperdie Popperdie Poe op zee
De volgende ochtend verlieten we Guernsey onder een heldere lucht en een verrassend rustige zee. Voor het eerst in dagen voelde alles bijna zomers. Geen grijze regenmuren. Geen mist. Geen eindeloze natte jassen die overal in de kajuit hingen. Alleen wind. Zon. En een Freja Luna die zichtbaar zin had om naar het zuiden te gaan.
De zeilen stonden strak terwijl het water langs de romp suisde alsof de boot eindelijk in haar element kwam. Soms leek het bijna alsof we meer vlogen dan voeren. Lange golven onder ons. Blauwe lucht boven ons. En ergens in de verte de Franse kust. Eline hing half over de zeereling alsof ze persoonlijk de snelheid probeerde te controleren.
“Wij gaan echt hard hè?”
“Voor jouw gevoel gaat zelfs een winkelwagen hard,” zei Frida droog.
“Maar serieus,” zei Eva terwijl ze naar het schuim langs de romp keek.
“Dit loopt écht lekker.”
Ik knikte tevreden.
“Dit is precies waarom mensen verslaafd raken aan zeilen.”
“Of waarom mensen zeeziek worden,” mompelde Alyssa vanuit de kuip onder een deken.
“Jij bent zeeziek bij windkracht drie.”
“Ik ben gevoelig.”
“Nee,” zei Frida.
“Jij bent dramatisch.”

En natuurlijk…
Natuurlijk duurde het niet lang voordat het gesprek weer volledig ontspoorde. Want ergens tussen thee, zon en open zee kwam Alyssa ineens weer terug op het gesprek van de avond ervoor.
“Dus…” zei ze langzaam.
“Dat hele pipperdie popperdie poe-verhaal…”
Ik keek direct wantrouwig op.
“Oh nee.”
“Jawel,” zei Eline meteen lachend.
Eva begon nu ook alweer te grijnzen.
“Nee maar serieus…”
Frida sloeg haar ogen al omhoog.
“Waarom wist ik dat dit terug zou komen?”
Alyssa draaide zich naar mij.
“Wie van ons is dan eigenlijk gemaakt op dat eiland?”
Complete stilte. Zelfs de wind leek even mee te luisteren. Ik schoot direct in de lach.
“Dat weet ik toch niet meer?”
“DAT WEET JE WEL.” riep Eline.
“Nee serieus niet.”
“Papa…” zei Eva streng.
“Dit is cruciale familiegeschiedenis.”
Ik leunde lachend achterover tegen de kuipbank.
“Nou luister… als het al iemand gemaakt zou zijn dan was het Frida geweest maar….” begon ik.
“Dat eiland was vooral oefenen.”
Binnen twee seconden complete chaos.
“NEE.” riep Frida direct.
“PAP.”
“Wat?” zei ik lachend.
“Dat is toch logisch?”
Alyssa kreeg alweer geen lucht meer.
“O mijn god.”
Ik haalde mijn schouders op.
“Anders had één van jullie misschien wel een jongen geweest.”
Nu ging het volledig mis.
Eline viel letterlijk tegen Eva aan van het lachen. Frida probeerde serieus te blijven maar verloor compleet de strijd. En Alyssa lag inmiddels dubbelgevouwen onder haar deken alsof haar longen ermee stopten.
“WACHT.” zei Eva lachend.
“Dus ergens onderweg…”
“…ging het mis,” maakte Alyssa haar zin af.
“Technisch gezien ging het juist goed,” verdedigde ik mezelf.
“Vier keer,” mompelde Frida.
“Jullie moeder en ik wilden eigenlijk best graag een jongen,” gaf ik toe.
Nu luisterden ze ineens weer serieus.
“Echt?” vroeg Eva.
Ik knikte.
“Tuurlijk. Dat leek me hartstikke leuk.”
“Maar toen kwamen wij,” zei Alyssa trots.
“Ja.”
“En toen nóg een meisje zelfs twee.”
“Correct.”
“En toen nóg een.”
“Ook correct.”
“En toen dacht mama zeker:” zei Frida droog.
“Misschien stopt hij vanzelf.”
Zelfs ik moest lachen.
“Nou…” zei ik.
“Op een gegeven moment hebben we het inderdaad maar opgegeven.”
“Waarom?” vroeg Eline.
Ik keek haar aan.
“Omdat we geen compleet elftal wilden creëren.”
Dat was opnieuw het einde van iedere vorm van serieus gesprek. Zelfs Eva kreeg tranen in haar ogen van het lachen.
“Stel je voor,” hijgde Alyssa.
“Dat we straks met twaalf kinderen op deze boot zaten.”
“We zouden moeten slepen met een tweede schip,” zei Frida.
“Met een aparte voedselboot voor Eline,” vulde Eva aan.
“Ik groei nog,” verdedigde Eline zichzelf.
“Je eet alsof je een Scandinavische beer bent.”
Ondertussen bleef de Freja Luna kilometers maken alsof de boot zelf ook plezier had. De wind stond perfect schuin van achteren waardoor we soepel richting de Franse kust gleden. En ergens tussen al het lachen door ontstond ineens een compleet nieuwe discussie.
“Oké,” zei Alyssa.
“Maar stel dat één van ons wél een jongen was geweest…”
“Wie zou dat dan zijn?” vroeg Eva.
Iedereen keek direct rond.
Toen wezen drie vingers tegelijk naar Eva.
“WAT?”
“Jij weet het meeste van motoren,” zei Frida direct.
“Dat is geen argument.”
“Jawel,” zei Eline.
“Jij praat letterlijk tegen de Scania-motor alsof het een huisdier is.”
“Dat doe ik niet.”
“Je noemt hem ‘oude vriend’,” zei Alyssa.
Nu moest zelfs ik lachen.
“Eerlijk?” zei Frida.
“Eva was honderd procent de jongen geweest.”
Eva keek beledigd.
“Waarom?”
“Omdat jij als enige vrijwillig in een motorruimte kruipt.”
“En omdat jij olie interessanter vindt dan make-up,” zei Alyssa.
“En omdat jij waarschijnlijk geboren bent met een gereedschapskist,” vulde Eline aan.
Eva keek nu zelfs mij aan alsof ik haar moest redden.
Ik haalde mijn schouders op.
“Ze hebben niet volledig ongelijk.”
“VERADER.”
Het lachen waaide uiteindelijk gewoon mee over zee terwijl de mijlen onder de Freja Luna verdwenen alsof de oceaan ons richting het zuiden trok. En tegen de avond verscheen uiteindelijk Port Dannant.
Een klein eilandje voor de Franse kust. Rotsachtig.Groen. Met een strand dat in het avondlicht bijna goud kleurde.
“Oké…” zei Eva zacht.
“Dit is écht mooi.”
Daar had ze gelijk in. Het water rondom het eiland was helder blauwgroen terwijl kleine golven rustig het strand op rolden. In de verte lagen wat huisjes tussen de heuvels alsof iemand ze daar ooit vergeten was. We besloten voor anker te gaan net buiten het strand. Voor de zekerheid legden we ook nog een landlijn vast aan de wal.
“Waarom eigenlijk?” vroeg Eline.
“Omdat je nooit weet wat wind en stroming midden in de nacht besluiten te doen,” zei ik.
“Dat klinkt geruststellend.”
“Welkom op zee.”
Toen alles uiteindelijk vastlag zaten we nog even buiten in de kuip terwijl de zon langzaam onderging achter het eiland.
“En morgen?” vroeg Eva.
“We lopen naar het dorp,” zei ik.
“Is ongeveer een kilometer.”
Complete stilte.
Toen keek Alyssa op alsof ik haar persoonlijk beledigd had.
“Een kilometer?”
“Ja.”
“Lopen?”
“Dat is meestal hoe dat werkt.”
Eline begon direct te lachen.
“O nee.”
“Waarom heeft niemand hier fietsen?” klaagde Alyssa.
“Het is letterlijk een kwartier lopen,” zei Frida.
“Dat is praktisch een expeditie.”
Eva schudde lachend haar hoofd.
“Jij zou op een onbewoond eiland nog klagen over de afstand naar de kokosnoten.”
“Correct.”
Buiten werd de lucht langzaam oranje boven Port Dannant terwijl de Freja Luna zacht achter haar anker draaide.
