43. Toen de wereld even stilviel

43. Toen de wereld even stilviel

Na het complete avontuur van Restaurant dans l’autre sens duurde het nog uren voordat we normaal konden praten zonder opnieuw in lachen uit te barsten. Iedere keer als iemand alleen al het woord “dessert” zei begon Alyssa alweer te huilen van het lachen. Eline liep ondertussen nog steeds achteruit over de steigers “om cultureel respect te tonen.” En Frida had serieus geprobeerd uit te leggen waarom een hoofdgerecht ná tiramisu logistiek gezien een ramp was voor je hersenen. Zelfs terug in de dinghy bleef de chaos doorgaan.

“Roei achteruit,” zei Alyssa direct.
“Voor de ervaring.”
“Ik gooi jou zo overboord,” zei ik.

Boven ons hing inmiddels een donkere avondlucht terwijl de havenlichten van St. Peter Port weerspiegelden in het water. De Freja Luna lag rustig aan de Swan Pontoons te wachten alsof de boot inmiddels gewend was geraakt aan onze complete onzin. Eenmaal terug aan boord gebeurde iets zeldzaams. Iedereen was moe. Niet dat normale moe van een lange dag. Meer het soort moe waarbij zelfs Alyssa nog maar halve grappen maakt. Binnen een uur lag vrijwel iedereen al in bed terwijl buiten zacht water tegen de romp tikte en ergens in de verte nog muziek vanuit de haven over het water dreef. Ik dacht eerlijk gezegd dat iedereen sliep. Totdat ik zacht gepraat hoorde vanuit de voorkajuit.

Niet hard. Meer fluisteren. Toen ik voorzichtig keek zag ik Frida op de rand van haar bed zitten. En Eline naast haar. Alleen… die huilde. Geen hysterisch huilen. Geen drama. Gewoon stille tranen die onverwacht over haar gezicht liepen terwijl ze naar beneden keek alsof ze zelf ook niet helemaal begreep waar het vandaan kwam. Frida had het als eerste gezien. Natuurlijk zag Frida het als eerste. Zij merkte altijd dingen op voordat iemand anders dat deed.

“Hey…” zei ze zacht.
“Wat is er?”

Eline haalde eerst haar schouders op. Dat deed ze altijd wanneer iets haar écht raakte.

“Geen idee.”
Maar dat was niet waar.
Frida schoof iets dichter naar haar toe.
“Je mist mama hè?” vroeg ze voorzichtig.
En dat was het moment waarop Eline ineens opnieuw begon te huilen. Kleiner bijna. Alsof ze het woord alleen al nodig had gehad. Heel even zei niemand iets. Buiten tikte zacht water tegen de romp van de Freja Luna terwijl de haven van Guernsey langzaam stiller werd.

“Ik weet niet waarom ineens,” fluisterde Eline uiteindelijk.
“Vandaag was juist leuk.”
Frida glimlachte klein.
“Dat is meestal wanneer het gebeurt.”
Zelf bleef ik stil in de deuropening staan. Omdat sommige momenten niet bedoeld zijn om opgelost te worden. Alleen gedeeld. Frida sloeg uiteindelijk rustig een arm om haar kleine zusje heen.

“Weet je nog,” zei ze zacht,
“hoe mama altijd zei dat je moest zwaaien naar de sterren?”
Eline knikte klein.
“Kom.”
Samen trokken ze een trui aan en liepen zachtjes naar buiten het dek op. En wonder boven wonder… De lucht boven Guernsey was volledig opengetrokken. Geen regen. Geen wolken. Alleen sterren. Ontzettend veel sterren. Het water rondom de pontons lag bijna stil terwijl overal lichtjes van boten zacht weerspiegelden in de haven. In de verte lagen de heuvels van Guernsey donker tegen de nachtelijke hemel. Frida en Eline stonden samen bij de reling omhoog te kijken. En heel even leek de wereld volledig stil te vallen. Toen zwaaide Eline zacht omhoog naar de hemel. Geen groot gebaar. Gewoon klein. Alsof ergens diep vanbinnen een deel van haar nog steeds geloofde dat haar moeder misschien gewoon mee keek. Frida deed hetzelfde. Daarna bleven ze nog een tijdje naast elkaar staan zonder iets te zeggen. Want soms zijn woorden gewoon te klein voor wat je voelt.

Later die nacht kroop Eline uiteindelijk onder de wol in Frida’s bed alsof ze weer even klein wilde zijn. En eerlijk? Niemand zei daar iets van.

De volgende ochtend werden we wakker van compleet ander geluid.

Meeuwen. Mensen op de kade. En vooral… stilte onder de boot.

Dat voelde direct verkeerd.

Ik keek naar buiten. Toen nog een keer.

“Holy shit…” mompelde Alyssa achter me.

Het verschil tussen eb en vloed op Guernsey bleek absurd. Serieus absurd. Waar de avond ervoor nog meters water onder ons had gelegen, lag nu een compleet deel van de haven bijna droog. Modderbanken verschenen overal tussen de steigers terwijl sommige boten scheef in de modder lagen alsof iemand tijdelijk de zee had uitgezet.

Eline stond serieus vijf minuten alleen maar naar een scheefgevallen motorboot te kijken.

“Dat voelt niet legaal.”

“Wacht maar tot het water terugkomt,” zei Frida.
“Dan drijft alles gewoon weer.”

“De oceaan heeft echt stemmingsproblemen,” mompelde Alyssa.

Na koffie, warme broodjes en een discussie over wie als eerste de douche leeg had gemaakt besloten we opnieuw aan wal te gaan. Dit keer mét brandstof. Een historisch moment.

St. Peter Port bleek bij daglicht misschien nog mooier dan de avond ervoor. Smalle steile straatjes. Oude granieten huizen. Bloemen overal. Kleine balkons. Ramen die uitkeken over zee. En overal die geur van koffie, zout water en oude stenen die al honderden jaren regen over zich heen kregen.

“Dit eiland is ouder dan onze complete familiegeschiedenis,” zei Eva terwijl ze omhoog keek naar een rij huizen die eruitzagen alsof ze rechtstreeks uit de achttiende eeuw kwamen.

“Dat geldt voor de meeste dingen in Europa,” zei Alyssa.

We begonnen bij Castle Cornet.

Het enorme fort lag aan de rand van de haven alsof het St. Peter Port al eeuwenlang bewaakte. Dikke stenen muren. Donkere poorten. Smalle doorgangen waar wind doorheen floot alsof de plek zelf nog verhalen probeerde vast te houden.

Eline vond het direct geweldig.

“Nee maar serieus,” zei ze terwijl ze over de muren keek.
“Hier hebben honderd procent piraten gevochten.”

“Dat waren waarschijnlijk gewoon Fransen,” zei Frida droog.

Vanaf de oude vestingmuren keken we uit over de haven. De Freja Luna lag in de verte rustig aan de Swan Pontoons alsof de boot inmiddels onderdeel van het eiland geworden was. Beneden voeren kleine veerboten af en aan terwijl het getij langzaam terug begon te komen.

“Best gek,” zei Eva zacht.
“Hoe klein alles vanaf hier lijkt.”

Binnen in het fort dwaalden we door oude gangen, kruitkamers en stenen trappen die uitgesleten waren door honderden jaren voeten. En overal voelde je de geschiedenis van oorlog. Fransen. Engelsen. Belegeringen. Kanonnen. Soldaten. Guernsey had eeuwenlang midden tussen alles ingezeten.

“Europa kon vroeger echt nergens normaal over doen hè?” mompelde Alyssa terwijl ze naar een oud kanon keek.
“Nee,” zei ik.
“Dat kunnen we nog steeds niet.”

Later bezochten we opnieuw de Duitse ondergrondse tunnels uit de Tweede Wereldoorlog. En dat voelde totaal anders. Waar Castle Cornet nog bijna avontuurlijk voelde, voelde dit zwaar. De lucht in de tunnels was koel en vochtig terwijl lange betonnen gangen diep onder de heuvels verdwenen. Oude foto’s en verhalen hingen langs de muren. Over bezetting. Dwangarbeid. Angst. Zelfs Eline werd stil. Ze liep op een gegeven moment iets achter de rest terwijl ze naar een oude zwart-witfoto bleef kijken.

“Raar eigenlijk,” zei ze zacht.
“Dat mensen op dezelfde plek kunnen lachen… en oorlog voeren.”
Niemand antwoordde direct.
Omdat daar eigenlijk geen goed antwoord op bestond.
Buiten voelde het zonlicht daarna bijna vreemd warm. Alsof je letterlijk terug de wereld in stapte. Dus deden we precies wat mensen altijd doen na zware geschiedenis:

eten zoeken.

Guernsey bleek vol kleine cafés en bakkerijen te zitten waar alles eruitzag alsof het met liefde én roomboter gemaakt was. Zelfs Frida verloor haar discipline ergens bij een bakker waar de geur van warme kaneelbroodjes serieus door de hele straat hing.

“Wij hebben voedselproblemen,” concludeerde Alyssa.
“Jij hebt voedselproblemen,” zei Eva.
Daarna liepen we verder langs de kust.
En dát was misschien nog wel het mooiste van Guernsey. Niet alleen de haven. Maar de zee rondom het eiland. Kleine baaien met helder water. Rotsen waar golven wit uiteensloegen. Smalle wandelpaden langs steile kliffen. Vuurtorens die boven alles uitstaken alsof ze permanent over het Kanaal waakten. Soms leek het eiland bijna mediterraan wanneer de zon doorbrak… en tien minuten later weer compleet Engels zodra er opnieuw een grijze bui over zee schoof.

“Dit eiland weet zelf ook niet wat het wil zijn,” zei Alyssa.
“Net als wij,” mompelde Frida.
En ergens voelde dat eigenlijk perfect passend. Tegen de avond zaten we uiteindelijk weer beneden in de kajuit van de Freja Luna terwijl buiten langzaam opnieuw het water steeg rond de pontons. De boot trok zacht aan haar lijnen. Meeuwen schreeuwden boven de haven. En binnen zat iedereen moe maar tevreden door foto’s van de dag heen te kijken. Eline lag half onder een deken terwijl Eva thee maakte. Frida keek naar een foto van Castle Cornet.

“Best bijzonder eigenlijk.”
“Wat?” vroeg ik.
Dat ze even stil bleef was antwoord genoeg.
“Dat we dit gewoon meemaken.”
Buiten kwam langzaam het avondlicht terug over St. Peter Port terwijl de haven opnieuw vol water liep alsof de zee het eiland voorzichtig terug kwam ophalen.

En ergens voelde Guernsey ineens niet meer als een tussenstop. Maar als een herinnering die al begonnen was terwijl we er nog middenin zaten.

Geef een reactie