42. De wereld stond achterstevoren

42. De wereld stond achterstevoren

Guernsey

Na dagen van regen, wisselvallige zeeën en grijze luchten verscheen Guernsey uiteindelijk langzaam aan de horizon. Eerst alleen een donkere streep tussen zee en lucht. Daarna langzaam meer detail.
Groene heuvels. Huizen. Vuurtorens. En uiteindelijk de contouren van St. Peter Port die tegen de heuvels omhoog leek gebouwd alsof iemand een compleet havenstadje vergeten was stil te zetten.

De zee was die ochtend verrassend rustig. Lange zachte deining onder een bleke lucht terwijl de Freja Luna gestaag richting de haven voer. Iedereen stond buiten. Zelfs Alyssa, wat meestal betekende dat er daadwerkelijk iets interessants gebeurde.

“Dat ziet er eigenlijk best luxe uit,” zei Eva terwijl ze naar de kust keek.
“Dat is precies hoe eilanden je financieel lokken,” mompelde Alyssa.

Frida stond ondertussen al met de haveninformatie in haar hand alsof ze zich persoonlijk verantwoordelijk voelde voor de complete aankomst.

“Victoria Marina ligt daarachter,” zei ze terwijl ze vooruit wees.
“Maar volgens mij moeten we eerst…”
Ze viel stil. Dat was nooit een goed teken.
“Wat?” vroeg ik.
Frida keek op van het pilotboek.
“We moeten ons melden.”
“Dat doen we zo wel in de haven.” zei Alyssa.
“Nee,” zei Frida langzaam.
“…voor de haven.”

Nu keek iedereen tegelijk op. Eva pakte direct de gids erbij. Binnen tien seconden lag de halve kaartentafel alweer open alsof we een operatie moesten uitvoeren. En ja hoor. Daar stond het letterlijk:

All visiting vessels must contact Guernsey VTS on VHF Channel 12 prior to entering the harbour entrance.

Heel even bleef het stil. Toen keek Eline richting de havenhoofden die inmiddels akelig dichtbij begonnen te komen. “…we zijn al bijna binnen.”
“Hoe bijna?” vroeg Eva.
Ik keek vooruit. “Te dichtbij om dit comfortabel te vinden.”
“HEEL comfortabel,” zei Alyssa.
“Dit voelt professioneel.”

Ik greep direct de marifoon terwijl Frida inmiddels volledig in havenmanager-modus schoot.
“Rustig,” zei ik.
“We melden ons gewoon.”
“Dat zeggen mensen vlak voor internationale problemen beginnen,” mompelde Alyssa.

Buiten schoof Guernsey ondertussen steeds dichterbij terwijl veerboten de haven in en uit voeren alsof alles hier permanent in beweging was. Meeuwen draaiden boven de havenmond. De wind rook ineens anders. Minder Noordzee. Zachter bijna. Ik drukte de zendknop in. “Guernsey VTS, Guernsey VTS, this is sailing vessel Freja Luna approaching St. Peter Port from the north-east, requesting instructions for Victoria Marina.” Even alleen ruis. Daarna een verrassend rustige Britse stem. “Sailing vessel Freja Luna, Guernsey VTS receiving you. Please stand by.” Alsof iemand ineens alle geluid aan boord zachter zette. Zelfs Eline keek serieus. Na een paar seconden kwam de stem terug. “Freja Luna, due to your draft and current tidal conditions you are not to enter Victoria Marina. You are assigned berth at the outer Swan Pontoons, St. Peter Port.”

Ik keek Frida aan.
“Zie je wel? Geen arrestatie.”
“Jammer,” zei Alyssa.
“Had wel sfeer gehad.”

De havenmeester gaf vervolgens rustig verdere instructies terwijl wij nog buiten de havenhoofden langzaam snelheid minderde.

“Wat betekent draft eigenlijk?” vroeg Eline.
“Diepgang,” zei Frida direct.
“Wij steken te diep voor de marina bij eb.”
Eline keek naar het water.
“Dus anders parkeren we gewoon op de bodem?”
“Vrij professioneel samengevat,” zei Eva.
Toen voeren we uiteindelijk tussen de havenhoofden door.
En eerlijk?
Dat moment voelde geweldig.

Na al die dagen open zee ineens beschutting. Rustiger water. Stenen kades. Mensen op terrassen.
Meeuwen. De geur van diesel, zout water en eten uit restaurants langs de haven. St. Peter Port voelde levendig zonder druk te zijn. Overal lagen jachten. Kleine vissersboten. Veerboten die indrukwekkend strak manoeuvreerden tussen alles door. En daar buiten, iets verder van de drukte, lagen de Swan Pontoons. Ons tijdelijke thuis. Toen uiteindelijk de lijnen vastlagen gebeurde eerst precies wat altijd gebeurde na een lange overtocht:

Niks.

Niemand stond meteen op. Niemand had haast. Alleen het zachte geluid van water tegen de romp terwijl de motor eindelijk stilviel.

“We zijn serieus op Guernsey,” zei Eva zacht.
“Internationaal,” zei Alyssa trots.
“Je kent drie Franse woorden.”
“Cultureel genoeg.”
Omdat de Swan Pontoons buiten de hoofdsteiger lagen moesten we vervolgens met de dinghy naar wal. Op zich geen enkel probleem. Tenminste… totdat ik het buitenboordmotortje wilde starten. Ik trok één keer aan het koord. Niks. Nog een keer. Niks. Toen keek ik langzaam naar de brandstoftank. Leeg.

Compleet leeg. Ik zei even niks. Wat natuurlijk direct verdacht was. Vier gezichten draaiden langzaam mijn kant op.
“Papa…” zei Eva al lachend.
“Zeg alsjeblieft dat die niet leeg is.”
Ik keek strategisch naar de lucht.
“Dat klinkt niet als een nee,” zei Frida direct.
Eline begon inmiddels alweer te lachen.
“Neeeee…”
“Wie vergeet nou brandstof?” vroeg Alyssa overdreven geschokt.
“Technisch gezien,” begon ik,
“was dit een groepsverantwoordelijkheid.”
“Dat betekent letterlijk dat jij het vergeten bent,” zei Frida.

Tien minuten later zaten we dus met z’n allen in een roeiboot midden in St. Peter Port terwijl ik stond te roeien alsof we ergens in de negentiende eeuw waren beland. En natuurlijk hielp werkelijk niemand normaal. Frida gaf aanwijzingen. Eva kreeg voortdurend de slappe lach. Eline maakte dramatische Titanic-geluiden. En Alyssa zat voorin alsof ze persoonlijk op een luxe gondeltocht zat.

“Harder roeien chauffeur,” zei ze tevreden.
“Ik laat jou straks achter op zee,” zei ik.

Boven ons trokken meeuwen krijsend over de haven terwijl achter ons de Freja Luna rustig op de Swan Pontoons lag te wachten.

Alles op Guernsey leek andersom te werken

Guernsey bleek uiteindelijk precies zo’n plek te zijn waar je denkt één of twee dagen te blijven… en vervolgens langzaam vergeet welke dag het eigenlijk nog is. Misschien kwam het door het eiland zelf. Alles voelde er kleiner. Rustiger. Alsof de wereld hier net iets langzamer draaide dan op het vasteland. St. Peter Port liep omhoog vanaf de haven in smalle straatjes vol oude stenen huizen, pubs, kleine winkels en terrassen die tegen de heuvels aan leken geplakt. Overal bloemen. Engelse vlaggen. Blauwe luiken. En dat typische eilandgevoel waarbij niemand ooit haast lijkt te hebben behalve de meeuwen.

De dinghy-roeitocht van de avond ervoor was natuurlijk onmiddellijk legendarisch geworden aan boord. Alyssa noemde mij inmiddels consequent “Captain Rowboat.” Frida vond dat ik officieel geen enkel recht meer had om commentaar te geven op andermans navigatie. En Eline? Die had serieus voorgesteld om de buitenboordmotor gewoon permanent niet meer te gebruiken “voor de authentieke ervaring.” Dat kind had teveel fantasie.

De volgende ochtend besloten we het eiland verder te verkennen. En Guernsey had verrassend veel geschiedenis voor zo’n klein eiland.
“Dus dit eiland is basically een soort mini-Engeland?” vroeg Alyssa terwijl we door St. Peter Port liepen.
“Met betere belastingregels,” mompelde Frida.
Eva keek ondertussen omhoog naar de oude gebouwen.
“Ik vind het hier eigenlijk best gezellig.”
Eline liep inmiddels alweer drie meter verder alsof stilstaan fysiek onmogelijk voor haar was.
Het indrukwekkendste vonden we uiteindelijk het Duitse ondergrondse ziekenhuis uit de Tweede Wereldoorlog.

The German Underground Hospital.

Alleen die naam al klonk alsof je in een oorlogsfilm terechtkwam. Het lag half verborgen in de heuvels buiten de stad. Lange donkere tunnels diep onder de grond. Kil beton. Smalle gangen. Oude ziekenhuisruimtes die nog steeds voelden alsof iemand er gisteren pas was vertrokken. Zelfs Alyssa werd er stil van. Dat gebeurde zelden. Onze voetstappen galmden door de tunnels terwijl overal verhalen hingen van bezetting, angst en overleven. Het eiland had tijdens de oorlog jarenlang onder Duitse bezetting geleefd. Ineens voelde Guernsey niet meer alleen als een mooie haven met gezellige pubs. Er zat geschiedenis in de grond zelf. Eline liep op een gegeven moment iets dichter naast me.

“Best gek eigenlijk,” zei ze zacht.
“Dat hier vroeger gewoon echt oorlog was.”
Ik knikte langzaam. “Dat vergeet je snel op mooie plekken.”
Zelfs Frida keek serieuzer dan normaal terwijl ze oude foto’s aan de muren bekeek. Maar zoals altijd duurde zwaar bij ons gezin nooit extreem lang. Gelukkig eigenlijk. Want een paar uur later stonden we alweer compleet verward voor een restaurant waarvan niemand precies begreep wat het concept moest zijn. Boven de deur stond:

Restaurant dans l’autre sens

“Dat klinkt Frans,” zei Eva trots.
“Dat betekent letterlijk ‘andersom’,” zei ik.
“Zie je wel,” zei Alyssa direct tegen Frida.
“Onze Franse lessen waren dus NIET nutteloos.”
“Rustig professor baguette.”
Van buiten zag het restaurant er vrij normaal uit.
Van binnen absoluut niet.
Binnen vijf minuten snapten we dat werkelijk alles daar expres verkeerd om ging. Serieus alles. Het personeel liep achteruit. Niet soms. Gewoon constant. Een ober kwam letterlijk achteruitlopend naar onze tafel alsof dat de normaalste manier van werken ooit was. Eline keek hem aan alsof ze getuige was van een natuurverschijnsel.

“Hoe valt hij nergens over?” fluisterde ze.

“Ik struikel vooruit al over lucht,” mompelde Alyssa.
Maar het werd nog beter.
Of erger.
Dat hing ervan af hoe je het bekeek. Want het eten werd ook volledig achterstevoren geserveerd. Eerst kregen we het dessert. Niemand begreep nog iets.
“Volgens mij hebben ze een fout gemaakt,” zei Eva.
“Nee,” zei de ober trots terwijl hij nog steeds achteruit stond.
“Here everything happens the other way around.”
En daar ging het mis. Binnen twee minuten lag werkelijk iedereen dubbel. Eline vond dit zonder twijfel het beste restaurant op aarde.

“DIT IS GENIAAL.”

Frida probeerde serieus te blijven maar verloor het compleet toen een serveerster achteruit een fles water probeerde neer te zetten. Zelfs ik moest lachen.
“Dus straks krijgen we het voorgerecht pas als laatste?” vroeg Alyssa.
“Exactement,” zei de ober trots.
“Hij praat Frans ook nog…” mompelde Eva bewonderend.
Het eten zelf was trouwens verrassend goed. Absurd goed zelfs. Alleen voelde het compleet verkeerd om eerst een chocoladedessert te eten en daarna ineens een hoofdgerecht voorgeschoteld te krijgen alsof je tijdreisproblemen had.
“Mijn hersenen accepteren dit niet,” zei Frida terwijl ze serieus een steak zat te eten ná tiramisu.
“Ik leef hier volledig in op,” zei Eline.
En natuurlijk… natuurlijk… Was het juist de jongste van het stel die werkelijk alles opat. Alles. Voorgerecht. Hoofdgerecht. Dessert. Brood. Extra friet. Iets waarvan niemand wist wat het precies was.

“Waar laat jij dat?” vroeg Alyssa oprecht bezorgd.
Eline haalde haar schouders op.
“Groei.”
“Ik haat metabolisme.”
Zelf kreeg ik uiteindelijk ongeveer de helft niet eens op. Niet omdat het niet lekker was. Integendeel. Het smaakte geweldig. Maar mijn hersenen waren ergens onderweg compleet de draad kwijtgeraakt. Eva zat ondertussen huilend van het lachen omdat Alyssa per ongeluk ketchup over haar dessert probeerde te doen “omdat het systeem toch al kapot was.” En ergens halverwege keek ik gewoon even om me heen. Vier blonde meiden. Gelach. Chaos. Een restaurant waar letterlijk alles verkeerd om ging.
Een eiland midden in zee waar we een week eerder nauwelijks over hadden nagedacht.

Daar was Eline weer, “zo doe je dus herinneringen op.”

Niet in perfecte momenten. Maar juist in dit soort complete onzin waar je jaren later nog steeds om moet lachen.

Geef een reactie