41. Tussen Krijtrotsen en Wereldkaarten
De overtocht richting Guernsey bleek precies zo’n tocht te worden waar je achteraf nooit helemaal goed van kunt uitleggen of het nou ontspannen was of complete chaos. De zee veranderde ongeveer ieder uur van persoonlijkheid. Soms lag het water er bijna glad bij. Lange rustige deining. Zon die voorzichtig door het wolkendek brak en de Freja Luna zo kalm liet glijden dat je bijna vergat dat je midden op open zee zat. En dan ineens draaide de wind weer. Donkere lucht schoof binnen vanuit het westen en binnen twintig minuten stonden er opnieuw korte steile golven waar alles aan boord direct weer begon te schuiven alsof de boot zelf ook schrok van het weer.
“De Noordzee heeft echt stemmingswisselingen,” mompelde Frida terwijl ze opnieuw de weerkaart controleerde.

“Misschien is het gewoon een vrouw,” zei Alyssa.
Vier seconden stilte.
“Dapper,” zei Eva langzaam.
“Ontzettend dapper.”
Zelf hield ik me verstandig stil.
Buiten wisselden zon en regen elkaar af alsof iemand boven simpelweg geen keuze kon maken. Het ene moment zaten de meiden buiten in truien koffie te drinken alsof het vakantie was. Het volgende moment vloog iedereen weer half naar binnen omdat een regenbui besloot horizontaal over het dek te trekken. En toch… Het voelde anders nu. Rustiger misschien. Niet omdat de zee rustig was, maar omdat wij dat langzaam werden. Iedereen begon zijn plek aan boord echt te vinden. Dingen gebeurden automatisch. Zonder nadenken. Frida controleerde routes en lijnen. Eva hield het leefbaar. Eline deed… tja… Eline-dingen. En Alyssa zorgde ervoor dat werkelijk niets ooit langer dan vijf minuten serieus bleef. Wat eerlijk gezegd soms pure noodzaak was. Binnen in de kajuit rook het inmiddels naar koffie, natte truien en iets wat ooit frisse lucht geweest moest zijn. Buiten sloeg de zee ondertussen weer iets harder tegen de romp terwijl de boot schuin door de golven trok. En precies op dat moment besloot Alyssa dat ze yoghurt wilde.
Waarom. Geen idee. Misschien omdat mensen op zee soms rare prioriteiten krijgen. Ze stond in de kombuis met een grote kom yoghurt alsof ze volledig vergeten was dat de boot inmiddels onder een hoek voer die eigenlijk alleen geschikt was voor bergbeklimmers.
“Dit gaat fout,” zei Frida direct zonder eens op te kijken van de kaart.
“Jij hebt echt nul vertrouwen in mij,” zei Alyssa beledigd.
“Gebaseerd op jarenlange ervaring.”
Eva begon al te lachen. Eline zat ondertussen op de bank chips te eten alsof ze naar een live natuurdocumentaire keek.
“Wedden dat ze valt?” vroeg ze rustig.
“Ik zet vijf euro op stuurboordzijde,” zei Eva.
“Ik hoor jullie gewoon hè,” zei Alyssa terwijl ze met haar yoghurt richting tafel liep.
En alsof de Noordzee persoonlijk gevoel voor timing had, kwam precies toen een onverwachte golf schuin onder de boot door. Niet eens extreem groot. Gewoon nét genoeg. De Freja Luna maakte één abrupte beweging naar bakboord. Daarna ging alles heel snel. Of eigenlijk heel langzaam.
Alyssa gleed eerst half weg. Probeerde zichzelf nog te redden. Greep compleet mis.
En verdween vervolgens volledig onderuit door de kajuit alsof iemand haar benen had weggeveegd. De yoghurt ging mee. Overal. Serieus overal. Bank. Vloer. Tafel. Trui. Haar. Zelfs het plafond had somehow yoghurt geraakt. Heel even bleef het compleet stil.
Alyssa lag half op de vloer met een lege kom naast zich en keek alsof ze persoonlijk verraden was door de wetten van de natuurkunde.
Toen zei Eline heel zacht: “…stuurboordzijde wint.”
Dat was het einde. Eva klapte letterlijk dubbel. Frida liet voor het eerst in uren haar kaarten los omdat ze te hard moest lachen. En Eline rolde inmiddels zelf bijna van de bank af. Zelfs ik hield het niet meer.

“OH KOM OP,” riep Alyssa terwijl yoghurt langzaam van haar mouw droop. “NIEMAND HELPT?”
“Je ziet eruit als een mislukte desserttafel,” zei Frida huilend van het lachen.
“Dit,” hijgde Eva.
“…is het grappigste wat ik ooit heb gezien.”
Alyssa keek naar haar trui.
Toen naar haar haar.
Toen naar de yoghurt op de vloer.
“Dit schip haat mij.”
“Technisch gezien,” zei Eline,
“was dit volledig jouw eigen schuld.”
“Jij doucht vrijwillig in regenbuien. Jouw mening telt niet.”
Buiten sloeg opnieuw regen tegen de ramen terwijl ergens in de verte langzaam de eerste contouren van de Kanaaleilanden begonnen op te duiken tussen mist en zonlicht. En binnen in de kajuit zat één dochter volledig onder de yoghurt terwijl de rest van het gezin compleet instortte van het lachen. Eerlijk? Ik had zelden iets gehad dat meer als thuis voelde.
Tegen de middag brak de lucht eindelijk een klein beetje open. Niet genoeg om het echt zonnig te noemen, maar genoeg om de zee een lichtere kleur te geven. De regen veranderde langzaam in losse buien en tussen de wolken door viel af en toe een strook bleek zonlicht over het water alsof zelfs de Noordzee even twijfelde of ze misschien vriendelijk wilde doen. De Freja Luna voer ondertussen rustig verder zuidwaarts langs de Engelse kust. En toen verschenen ze ineens. De krijtrotsen van Dover. Eerst alleen vaag in de verte. Bleke vormen onder een grijze lucht. Maar hoe dichter we kwamen, hoe indrukwekkender ze werden. Hoge witte muren recht uit zee omhoog alsof Engeland letterlijk een grens had gebouwd tegen de rest van Europa.
“Wauw…” zei Eva zacht.
Zelfs Alyssa hield even haar mond.
Dat gebeurde niet vaak.
De witte kliffen lichtten bijna op tegen de donkere lucht. Meeuwen trokken krijsend langs de rotsen terwijl beneden het water onrustig tegen de kust sloeg.
“Dat ziet eruit alsof iemand de helderheid van de kust te hoog heeft gezet,” mompelde Eline.
“Dat kind omschrijft alles alsof ze permanent op internet leeft,” zei Frida droog.
Maar eerlijk? Ze had wel gelijk.
Rond Dover voelde de zee ineens drukker. Veel drukker.Alsof we langzaam een soort maritieme snelweg op voeren. Overal verschenen schepen. Grote veerboten die met verrassende snelheid tussen Engeland en Frankrijk heen en weer trokken alsof de complete Noordzee gewoon een dagelijkse woon-werkroute was. Witte DFDS-ferries. P&O-schepen. En daar tussendoor gigantische vrachtschepen die zo groot waren dat ze leken alsof ze complete flatgebouwen vervoerden.
Eline stond inmiddels half over de reling mee te kijken.
“Dat ding is groter dan ons huis.”
“Dat ding ís waarschijnlijk een drijvende stad,” zei Eva.
Zelf keek ik naar een containerschip dat langzaam aan stuurboord voorbij trok. Stapels containers hoog boven het dek. Roeststrepen langs de romp. Dat diepe lage motorgeluid dat je eerder voelt dan hoort. Ergens bleef ik daar altijd naar kijken. Misschien omdat een deel van mijn leven jarenlang precies tussen dat soort schepen had gezeten.
“Pap is weer vrachtwagens en containers romantisch aan het bekijken,” zei Alyssa direct.
“Ik waardeer logistiek.”
“Normale mensen hebben hobby’s,” zei Frida.
“Containers zijn ook hobby’s.”
“Dat is zorgwekkend.”
Buiten trok ondertussen opnieuw een donkere regenbui over het Kanaal terwijl de wind langzaam iets aantrok. De zee werd korter en rommeliger. Niet gevaarlijk, maar precies genoeg om iedereen automatisch weer breder te laten staan aan boord. En zoals altijd reageerde iedereen daar anders op. Frida controleerde direct de koers alsof ze persoonlijk verantwoordelijk was voor de volledige Britse scheepvaart. Eva zette mokken steviger vast. Eline vond het vooral interessant. En Alyssa?
Die keek naar een gigantische ferry die voor ons langs voer en zei:
“Stel je voor dat je gewoon op zo’n ding zit met belastingvrije parfum terwijl wij hier yoghurt van het plafond staan te schrapen.”
“Dat is geen avontuur,” zei Eline direct.
“Nee,” zei Alyssa.
“Maar wel droog.”
De krijtrotsen kwamen ondertussen steeds dichterbij. Helder wit tegen de donkere lucht. Af en toe brak de zon door en leek de hele kustlijn bijna goud te kleuren voordat alles weer grijs werd.
“Best gek eigenlijk,” zei Eva zacht terwijl ze naar de kust keek.
“Dat zóveel mensen hier gewoon dagelijks voorbij varen.”
Daar had ze gelijk in.
Want Dover voelde oud.
Alsof hier al eeuwenlang mensen onderweg waren. Handel. Oorlog. Reizigers. Zeelui. Veerboten. Containerschepen. Kleine zeiljachten zoals wij. Iedereen onderweg naar ergens anders. De Freja Luna gleed rustig verder tussen al dat verkeer door terwijl boven ons meeuwen draaiden op de wind en ergens in de verte opnieuw een diepe misthoorn over zee rolde. Heel even zei niemand iets. Alleen wind. Water. Motoren van verre schepen. En het zachte klotsen van golven langs de romp.
Toen keek Eline ineens op.
“Als mama dit had gezien…” zei ze zacht.
“…dan had ze sowieso honderd foto’s gemaakt.”
Niemand antwoordde direct.
Maar ergens voelde iedereen hetzelfde. De witte kliffen verdwenen langzaam weer achter ons terwijl Guernsey steeds dichterbij kwam. Verder naar het zuiden. Verder weg van huis. En toch voelde het vreemd genoeg alsof we juist steeds dichter bij elkaar kwamen.
