40. Gratis Water en Verdwaalde Wereldreiziger
De Noordzee liet ons dit keer tenminste met rust op een manier die bijna vriendelijk voelde.
Geen muren van water. Geen storm waarbij iedereen zich schrap moest zetten alsof de zee persoonlijk beledigd was. Alleen eindeloze regen. Van die rustige harde regen die urenlang blijft vallen alsof iemand boven simpelweg vergeten is de kraan dicht te draaien. De Engelse kust lag ergens stuurboord in een grijze waas verscholen. Soms zagen we donkere kliffen in de verte. Soms alleen mist, regen en de vage contouren van vrachtschepen die langzaam voorbij trokken alsof ze al honderd jaar dezelfde route voeren.
De Freja Luna gleed ondertussen verrassend rustig zuidwaarts.
Wind genoeg. Mooie snelheid. De motor draaide af en toe mee op lage toeren alsof hij vooral voor de gezelligheid aanwezig wilde zijn. Binnen rook het naar natte jassen, koffie en zeezout. Inmiddels eigenlijk gewoon de standaard geur van ons leven. En zoals altijd gebeurde er aan boord van alles behalve wat normaal zou zijn op een gemiddelde zeereis. Ik stond net buiten onder de buiskap toen ik ineens zag dat Eline midden in de regen stond. Volledig vrijwillig.
Haar hoofd achterover.
Shampoo in haar haar.
Regenwater dat letterlijk langs haar gezicht stroomde. Ik knipperde een paar keer alsof ik misschien moe was.
“Wat bén jij aan het doen?” riep ik.
“Douchen!” riep ze vrolijk terug.
“Dat is regen!”
“Gratis water!”
Frida verscheen direct naast me met exact dezelfde vermoeide blik die Luna vroeger soms ook kon hebben.
“Ze staat serieus haar haar te wassen midden op de Noordzee.”
“Water besparen,” zei Eline trots.
Frida keek omhoog naar de loodgrijze lucht waar inmiddels ongeveer een compleet meer per minuut uit viel.
“WE ZITTEN LETTERLIJK IN EEN STORMBUI.”
“Juist efficiënt.”
Alyssa kwam lachend naar buiten met een handdoek om haar schouders.
“Eerlijk? Ze heeft technisch gezien wel een punt.”
“Dankjewel,” zei Eline tevreden terwijl ze haar haar uitspoelde alsof dit de normaalste douchecabine ter wereld was. Eva schudde lachend haar hoofd.
“Wij gaan ooit allemaal dood door haar.”
“Maar wel duurzaam,” zei Alyssa.

Binnen tien minuten lag de hele kuip weer dubbel van het lachen terwijl Eline uiteindelijk druipnat naar binnen kwam alsof ze zojuist persoonlijk de Atlantische Oceaan had overwonnen.
“Ruikt wel beter dan gisteren,” mompelde Frida.
“Dat is gemeen.”
“Maar correct.”
De regen bleef ondertussen onverstoorbaar doorgaan terwijl de Engelse kust langzaam langs ons heen schoof. Havens. Vuurtorens. Kleine kustplaatsjes die af en toe opdoken tussen mist en regen. En ergens onderweg ontstond ineens een compleet nieuwe obsessie aan boord: Franse woorden.
Geen idee hoe het begon.Waarschijnlijk doordat Guernsey steeds dichterbij kwam en iemand vond dat we “ons cultureel moesten voorbereiden.” Wat complete onzin was, maar zodra de meiden ergens lol in kregen was er geen houden meer aan.
“Bonjour,” zei Eva overdreven netjes.
“Croissant,” antwoordde Alyssa direct alsof dat voldoende Frans was om een landsgrens over te steken.
“Fromage,” zei Eline trots.
“Dat betekent kaas,” zei Frida.
“Ik weet het.”
“Waarom zeg je dan kaas?”
“Omdat ik honger heb.”
Binnen een uur waren ze elkaar compleet willekeurige Franse woorden aan het leren die ze grotendeels verkeerd uitspraken maar met extreem veel zelfvertrouwen gebruikten.
“Voulez-vous baguette?” zei Alyssa tegen Eva.
“Dat is geen zin.”
“Dat weet jij helemaal niet.”
“Jawel.”
“Jij klinkt ook niet Frans.”
“Niemand van ons klinkt Frans!”
Zelfs Frida begon mee te doen.
“Je m’appelle Frida,” zei ze serieus.
“Je m’appelle honger,” zei Eline.
Dat kind was internationaal een probleem.
Ik liet het eerst een tijdje gaan terwijl ik koffie zette en ondertussen probeerde te begrijpen waarom mijn boot inmiddels voelde als een slecht taalprogramma op televisie.
Totdat ik uiteindelijk toch vroeg:
“Waar zijn jullie eigenlijk mee bezig?”
Vier gezichten tegelijk mijn kant op.
“We leren Frans,” zei Eva trots.
“Voor Guernsey,” vulde Frida aan.
Heel even bleef ik stil.
Toen begon ik te lachen. Niet hard. Meer het soort lachen waarbij je direct weet dat mensen zich over vijf seconden beledigd gaan voelen.
Alyssa kneep haar ogen samen.
“…wat?”
“Jullie weten dat ze daar gewoon Engels spreken hè?”
Complete stilte.
Eline keek alsof ik persoonlijk kerst had afgeschaft.
“Wacht.”
Frida fronste.
“…wat?”
“Guernsey hoort bij de Kanaaleilanden,” zei ik.
“Dat is praktisch Brits.”
“Maar…” begon Eva.
“Dus al die moeite…” zei Alyssa langzaam.
“…was compleet nutteloos?” maakte Frida haar zin af.
Ik haalde mijn schouders op.
“Nou ja. Jullie weten nu hoe je kaas bestelt.”
Dat was blijkbaar exact het verkeerde antwoord.
“Jij bent echt een sfeermoordenaar,” zei Alyssa.
“Spelbederver,” mompelde Eline beledigd terwijl ze een natte pluk haar uit haar gezicht trok.
“Sorry dat ik jullie internationale carrière stopzet.”
“Wij hadden CULTUUR,” zei Eva dramatisch.
“Jullie hadden een voedselwoordenboek.”
Binnen vijf seconden werd ik collectief genegeerd alsof ik een diplomatieke crisis veroorzaakt had. Tot Alyssa ineens stilviel. Ze keek me ineens nieuwsgierig aan.
“Wacht eens even…”
Dat was meestal gevaarlijk.
“Jij spreekt eigenlijk best goed Frans.”
Ik keek direct wantrouwig op.
“Een beetje.”
Vier paar ogen tegelijk op mij gericht.
“Oh nee,” zei Frida.
“Nu willen we het verhaal weten.”
“Vertel.” zei Eva meteen.
Eline schoof zelfs dichterbij alsof ik op het punt stond staatsgeheimen prijs te geven.
Ik zuchtte diep.
“Niks spannends.”
“Dat geloven we nu al niet,” zei Alyssa direct.
Dus leunde ik uiteindelijk maar achterover terwijl buiten de regen tegen de ramen bleef slaan en de Freja Luna rustig langs de Engelse kust naar het zuiden voer.
“Opa en Oma gingen vroeger altijd naar Frankrijk op vakantie,” begon ik.
“Niet romantisch of cultureel verantwoord trouwens.”
“Waarom dan?” vroeg Eva.
“Wijn.”
Even bleef het stil. Toen begon Alyssa keihard te lachen.
“Nee serieus?”
“Serieus.”
“Dus opa en oma reden honderden kilometers…”
“…om een wijnkelder aan te vullen,” zei ik.
“Dat is eigenlijk iconisch,” zei Frida bewonderend.
Ik glimlachte.
“Als je als kind jarenlang meegaat naar Franse campings, supermarkten, restaurants en wijnboeren leer je vanzelf woorden.”
“Dus jouw hele talenkennis…” begon Alyssa.
“…komt door alcoholisme?” maakte Eline af.
“Dat is absoluut niet wat ik zei.”
“Maar wel een beetje,” mompelde Eva lachend.
Buiten trok de regen langzaam verder over zee terwijl de Engelse kustlijn vaag zichtbaar bleef in de mist. Binnen zat ik naar vier meiden te kijken die elkaar inmiddels weer compleet fout Frans probeerden te leren alsof niets ooit serieus hoefde te blijven. Eva bleef me ondertussen nog steeds aankijken alsof ze net ontdekt had dat haar vader stiekem een dubbel leven leidde.
“Wacht even,” zei ze langzaam.
“Hoeveel talen spreek jij eigenlijk?”
Dat was blijkbaar het startsein voor complete chaos.
“Ja wacht,” zei Alyssa meteen.
“Nu wil ik dit ook weten.”
Frida keek direct wantrouwig.
“Dit gaat straks zo’n teleurstellend antwoord worden waarbij hij zichzelf overschat.”
“Ik overschat mezelf nooit.”
“Dat is exact wat iemand zegt die zichzelf overschat.”
Eline zat inmiddels alweer onder een deken met nat haar alsof haar regen-douche een topsportprestatie was geweest.
“Nou?” vroeg ze.
“Hoeveel?”
Ik haalde mijn schouders op.
“Gewoon genoeg om koffie te bestellen in meerdere landen zonder problemen.”
“Papa.” zei Eva streng.
“Geen ontwijkende antwoorden.”
Dus zette ik uiteindelijk mijn mok neer. “Nederlands natuurlijk. Engels. Frans redelijk goed. Duits. Noors. Zweeds. En Fins een beetje.”
Complete stilte. Alyssa knipperde een paar keer.
“…wat?”
“Onmogelijk,” zei Frida direct.
“Niemand spreekt vrijwillig Fins.”
“Dat is geen taal,” zei Eline.
“Dat is een toetsenbord dat van de trap is gevallen.”
Ik schoot in de lach. “Daar hebben verrassend veel mensen een mening over.”
Eva keek me serieus aan.
“Nee maar echt… hoe leer je in hemelsnaam Fins?”
Dat was eigenlijk best een goed verhaal. Buiten trok de regen nog steeds eindeloos langs de ramen terwijl de Freja Luna rustig langs de Engelse kust voer. Binnen werd het warmer. Gezelliger bijna. Dat typische moment op zee waarbij iedereen eindelijk droog begint te worden en de boot ineens weer als thuis voelt. Ik leunde iets achterover tegen de bank.
“Via school eigenlijk,” begon ik.
“Ik liep vroeger stage bij een Fins bedrijf.”
“Wacht,” zei Frida.
“Jij hebt stage gelopen in Finland?”
Ik knikte. “Bij een groot chemisch en logistiek bedrijf.”
“En wat deed jij daar dan?” vroeg Eva.
“Logistiek vooral. Transport. Planning transportmiddelen regelen, containers, schepen noem maar op. Van alles eigenlijk.”
“Dus daar begon al die transport-gekte?” vroeg Alyssa.
“Min of meer.”
Eline keek ondertussen alsof ze probeerde voor te stellen hoe ik eruit had gezien als stagiair.

“Jij lijkt me echt verschrikkelijk als stagiair.”
“Dankjewel.”
“Graag gedaan.”
Ik glimlachte terwijl buiten ergens een vrachtschip langzaam door de mist schoof.
“Maar dat bedrijf stuurde me uiteindelijk echt overal heen.”
Nu waren ze allemaal stil. Dat gebeurde niet vaak.
“Finland natuurlijk,” vervolgde ik.
“Maar ook Duitsland. Japan. Australië. Zweden. Noorwegen. Nog wat plekken.”
Zelfs Frida keek nu onder de indruk. “Serieus?”
Ik knikte.
“Op een gegeven moment leef je meer op vliegvelden dan thuis.”
“Japan?” vroeg Eva nieuwsgierig.
“Hoe was dat?”
Ik moest lachen.
“Alsof je op een andere planeet terechtkomt waar alles beter georganiseerd is dan je eigen leven.”
“Dat klinkt eerlijk gezegd stressvol,” zei Alyssa.
“Was het soms ook.”
“En Finland?” vroeg Frida.
“Want eerlijk… dat lijkt me vooral koud.”
“Dat klopt ook.”
“Maar?”
Ik keek even naar buiten naar de regen op zee.
“Maar ook mooi.”
Dat bleef even hangen.
“Finnen praten weinig,” vervolgde ik.
“Maar als ze iets zeggen bedoelen ze het meestal ook echt.”
“Dus eigenlijk de tegenovergestelde versie van Alyssa,” zei Eva.
“Ik praat alleen efficiënt,” verdedigde Alyssa zich.
“Nee,” zei Frida.
“Jij praat professioneel.”
Zelfs ik moest lachen.
“Maar Fins leer je vanzelf een beetje als je ergens lang genoeg zit,” zei ik.
“Zeker als niemand overschakelt naar Engels.”
“Kun jij dan echt gesprekken voeren in het Fins?” vroeg Eline.
Ik trok een gezicht. “Nou… gesprekken…”
“Ah kijk,” zei Frida tevreden.
“Daar komt de waarheid.”
“Ik kan mezelf prima redden.”
“Dat betekent nee,” fluisterde Alyssa tegen Eva.
“Ik spreek genoeg Fins om niet per ongeluk rendier te bestellen.”
“Specifiek voorbeeld,” zei Eva direct.
“Dat verhaal vertel ik ooit nog wel.”
Nu wilden ze het natuurlijk meteen weten.
“NEE.” riepen ze vrijwel tegelijk.
“Dat is voor later.”
“Papa heeft honderd procent per ongeluk rendier gegeten,” zei Alyssa overtuigd.
“Dat is honderd procent gebeurd,” zei Frida.
Ik besloot strategisch koffie te drinken in plaats van antwoord te geven.
Dat hielp totaal niet.
“OH MIJN GOD hij heeft écht rendier gegeten.”
Zelfs Eline sloeg lachend tegen de tafel.
“Wij worden serieus opgevoed door een Viking.”
“Technisch gezien woonde jij letterlijk boven de poolcirkel,” zei Eva.
“Details.”
De regen tikte ondertussen zacht tegen de ramen terwijl buiten de grijze Engelse kust langzaam voorbij schoof. Binnen zaten vier meiden door elkaar heen vragen te stellen alsof ze ineens ontdekt hadden dat hun vader ooit een compleet ander leven had gehad vóór hen. En misschien was dat ook zo. Want ergens tussen Finland, Duitsland, Japan en Noorwegen had ik jarenlang overal en nergens gezeten voordat ik uiteindelijk besloot voor mezelf te beginnen.
“Maar wacht even,” zei Eva.
“Jij hebt dus echt overal gezeten?”
“Valt mee.”
“Papa,” zei Frida droog.
“Je spreekt zeven talen en hebt blijkbaar in half Azië rondgelopen.”
“Zeven is optimistisch,” mompelde ik.
“Dat is niet het punt.”
Eline keek me ondertussen aan alsof ik plotseling veel interessanter geworden was.
“Wat was het raarste land?”
Daar hoefde ik eigenlijk niet eens over na te denken.
“Japan.”
Direct stilte.
Zelfs Alyssa stopte even met grappen maken.
“Vertel.”
Ik glimlachte klein terwijl ik achterover leunde.
“Japan was geweldig. Maar ook compleet absurd als Europeaan.”
“Waarom?” vroeg Eva.
“Omdat alles werkt,” zei ik.
“Letterlijk alles. Treinen op seconden. Straten schoon genoeg om van te eten. Mensen die zich verontschuldigen als de lift drie seconden te laat is.”
“Dat klinkt eerlijk gezegd stressvol,” zei Alyssa.
“Dat was het soms ook.”
Buiten sloeg een golf zacht tegen de romp terwijl de Freja Luna rustig verder zuidwaarts gleed.
“Ik zat toen een tijdje in Kobe City,” vervolgde ik.
“Voor een waterstofperoxidefabriek.”
Eline knipperde.
“Dat klinkt alsof je een James Bond-schurk was.”
“Eerlijk? Die fabriek zag er ook zo uit.”
Zelfs Frida moest lachen.
“Maar goed,” zei ik.
“Het hotel had heel vriendelijk geregeld dat ik een huurauto kreeg zodat ik iedere ochtend zelf naar die fabriek kon rijden.”
“Dat klinkt normaal,” zei Eva.
“Dat dacht ik ook.”
Ik nam een slok koffie.
“Dus de volgende ochtend stap ik vol goede moed in die auto. Het was een Toyota Crown de Luxe met een 2.8 liter zes cilinder motor.”
Alyssa begon nu al te lachen.
“Dit gaat honderd procent mis. Papa onthoud altijd de auto’s.”
“En daar gaat het mis.” zei Frida
“Natuurlijk ging dit mis.”
“Links rijden?” vroeg Frida.
“Ook. Maar dat was niet eens het grootste probleem.”
“Wat dan?” vroeg Eline nieuwsgierig.
Ik keek haar aan.
“Alles.”
Nu luisterde iedereen.
“Ik reed weg uit Kobe City met een kaart waarvan ik dacht dat ik hem begreep.”
“Fout nummer één,” mompelde Alyssa. “Absoluut.” “En toen?”
“Toen ontdekte ik dat Japanse verkeersborden verrassend weinig waarde hebben als je geen Japans leest.”
Eva begon al te lachen.
“Ik reed serieus twee uur lang compleet verdwaald rond.”
“NEE.” riep Frida.
“Oh jawel.”
“Maar GPS dan?” vroeg Eva.
Ik keek haar aan alsof ze me persoonlijk beledigde.
“Eva… dit was een tijdperk waarin telefoons nog vooral bedoeld waren om Snake op te spelen.”
Dat maakte het alleen maar erger.
“Dus…” zei Alyssa langzaam.
“Na twee uur avontuur kwam jij uiteindelijk aan bij die fabriek?”
Ik schoot in de lach.
“Nee.”
Complete stilte.
“Ik reed letterlijk terug het parkeerterrein van hetzelfde hotel op.”
Binnen twee seconden lag werkelijk iedereen dubbel. Eline sloeg opnieuw tegen de tafel alsof ze fysiek niet meer normaal kon lachen. Eva kreeg tranen in haar ogen. Zelfs Frida verloor compleet haar waardigheid.
“Jij bent serieus twee uur kwijtgeraakt…” hijgde Alyssa.
“…en eindigde gewoon weer bij START?”
“Correct.”
“Dat is het meest mannelijke verhaal dat ik ooit gehoord heb,” zei Frida.
“Ik had gewoon een kleine navigatiefout gemaakt.”
“Papa…” zei Eva lachend.
“Je hebt een volledige cirkel gereden.”
Ik kon zelf inmiddels ook nauwelijks meer serieus blijven.
“Het mooiste moest nog komen,” vervolgde ik.
“Oh nee.”
“De volgende ochtend stond beneden ineens geen huurauto meer klaar.”
Alyssa keek me meteen aan.
“Ze vertrouwden je niet meer.”
“Correct.”
“Wat kreeg je dan?” vroeg Eline.
Ik grijnsde. “Een chauffeur.”

Dat was het einde. Serieus. Zelfs buiten hoorde je waarschijnlijk dat gelach nog boven de regen uitkomen.
“NEE.” riep Eva.
“ZE HEBBEN JE GEWOON OPGESCHAALD NAAR PASSAGIER.”
“Professioneel gedegradeerd,” zei Alyssa huilend van het lachen.
Frida kreeg amper nog lucht.
“Die Japanners hebben na één dag gedacht: deze man mag NOOIT meer zelfstandig deelnemen aan het verkeer.”
“Eerlijk?” zei ik.
“Dat was waarschijnlijk een uitstekende beslissing.”
Eline keek bewonderend naar me.
“Dus technisch gezien had jij in Japan gewoon een privéchauffeur. Ben blij dat 1 van ons de navigatie op zee doet…..”
“Dat klinkt ineens veel indrukwekkender dan het werkelijk was.”
“Te laat,” zei Alyssa.
“Wij vertellen dit verhaal voortaan alsof je diplomaat was.”
Buiten trok de regen langzaam verder naar het zuiden terwijl binnen de kajuit van de Freja Luna het lachen nog steeds bleef hangen tussen natte jassen, lege mokken en een kaartentafel vol halve plannen. En ergens voelde het alsof de reis daardoor alleen maar beter werd.
Ondertussen zeilden we rustig door in regen met krijtrotsen in de verte. Zou het zo rustig blijven? Met een bemanning zoals de mijne, wat denk jezelf……