39. Een misthoorn was stiller geweest
De ochtend van vertrek hing Leith onder een grijze lucht die typisch Schots aanvoelde. Niet echt regen, niet echt droog. Gewoon nat genoeg om overal een dun laagje vocht op achter te laten. De steigers glommen van de dauw terwijl meeuwen krijsend boven de haven cirkelden alsof ze persoonlijk commentaar hadden op ons vertrek. De Freja Luna lag klaar. Trossen gecontroleerd. Water bijgevuld. Diesel genoeg. Kaarten opnieuw bekeken alsof de route in één nacht spontaan veranderd kon zijn. Zoals altijd voor vertrek hing er een vreemde spanning aan boord. Niet nerveus. Meer… geladen. Alsof iedereen tegelijk voelde dat we weer een hoofdstuk gingen afsluiten zonder te weten hoe het volgende eruit zou zien.
Alleen dit keer voelde het anders.
Want dit was niet richting huis. Niet richting Noorwegen. Niet richting bekende fjorden of vertrouwde havens. We gingen naar het zuiden. Verder weg van thuis. Verder weg van alles wat veilig en herkenbaar voelde. En gek genoeg waren juist de meiden daar het meest enthousiast over. Frida stond al vroeg buiten op het dek met een mok koffie en haar haar in een losse knot terwijl ze nog één keer de weerkaarten controleerde alsof de wind misschien persoonlijk met haar wilde onderhandelen. “Wind blijft gunstig,” zei ze tevreden. “Noordwest. Mooie hoek.”
“Je klinkt alsof je aandelen in het weer hebt,” mompelde Alyssa terwijl ze nog half slapend naar buiten strompelde met een deken om haar heen. Eva was ondertussen binnen bezig alles opnieuw vast te zetten voor vertrek. Alsof spullen aan boord een geheime doodswens hadden zodra de boot begon te bewegen. En Eline?
Die hing half over de reling naar de haven te kijken alsof ze elk moment verwachtte dat Schotland nog iets spectaculairs ging doen om ons tegen te houden.

“Best gek eigenlijk,” zei ze ineens.
“Wat?” vroeg Eva.
“Dat we nu gewoon de andere kant op varen.”
Daar had ze gelijk in. Want ergens voelde zuidwaarts varen alsof we een onzichtbare grens overstaken. Alsof alles boven Schotland nog ergens verbonden was met thuis. Met Noorwegen. Met herinneringen. Maar wat daaronder lag… dat voelde ineens echt onbekend. Rond het middaguur gooiden we de lijnen los. Langzaam gleed de Freja Luna weg uit Port of Leith Marina terwijl de wind zacht tegen het grootzeil drukte. Edinburgh lag grijs achter ons met oude gebouwen die langzaam kleiner werden tussen mist en regenflarden. Niemand zei veel in het begin. Dat gebeurde vaker bij vertrek. Alsof iedereen eerst even afscheid nam van een plek in zijn hoofd voordat er weer ruimte kwam voor nieuwe plannen. Pas buiten de havenmond veranderde de sfeer. De zee opende zich voor ons. De boot pakte direct snelheid. Wind schuin van achteren. Mooie lange golven. Het soort omstandigheden waarbij een schip ineens licht aanvoelt alsof hij zelf ook zin heeft om te vertrekken.
“DIT bedoel ik!” riep Eline enthousiast terwijl haar haren volledig alle kanten op waaiden.
“Je roept dat letterlijk bij iedere windkracht boven drie,” zei Alyssa.
“Klopt.”
Zelf stond ik aan het roer terwijl Leith langzaam achter de horizon verdween. Schotland werd steeds kleiner. Alleen donkere contouren bleven zichtbaar onder de lage lucht. En ergens voelde ik het ineens ook. We waren écht onderweg nu. Niet meer tussen havens in Scandinavië. Niet meer voorzichtig langs de kust. Maar op weg naar iets groters. Guernsey. Daarna misschien de Canarische Eilanden. En daarna… de oceaan. Alleen kinderen hebben een bijzonder talent om diepe existentiële gedachten volledig kapot te maken binnen tien seconden.
“Pap?” vroeg Eva ineens.
“Ja?”
“Had je eigenlijk een onderbroek aan onder die kilt? Want je weet toch dat schotse mannen dat niet hebben.”
Ik sloot heel even mijn ogen.
“Natuurlijk,” zei ik.
“Dat klinkt niet overtuigend,” zei Alyssa direct.
“Waarom willen jullie dit überhaupt weten?”
Eline keek me bloedserieus aan.
“Wetenschappelijk onderzoek.”
“Jullie zijn allemaal gestoord.”
“Dus geen onderbroek,” concludeerde Alyssa tevreden.
Binnen tien seconden lag iedereen weer te lachen alsof we niet midden op de Noordzee voeren richting een compleet onbekend hoofdstuk van ons leven. Maar toen maakte Eline de fout die iedere jongere zus vroeg of laat maakt. Ze keek ineens naar Frida.
“Eigenlijk vind ik het nog steeds zielig van die Schotse jongen.”
Frida keek direct op. “Begin niet.”
“Nee echt,” zei Eline onschuldig.
“Hij had gewoon eerlijk moeten zeggen dat hij een vriend had.”
Eva begon meteen al te lachen.
Alyssa zag bloed.
“O wacht,” zei ze.
“Misschien was Frida gewoon zijn coming-out moment.”
“Hou je mond.”
“Misschien zit hij nu ergens huilend in een pub met: ‘That beautiful blonde sailor woman made me realise who I truly am.’”
Zelfs Eva sloeg inmiddels dubbel van het lachen.
Frida probeerde serieus boos te kijken maar dat werkte ongeveer drie seconden.
“Jullie zijn echt verschrikkelijk.”
“Technisch gezien,” zei Alyssa droog, “ben jij afgewezen voor een man.”
Dat was het moment waarop Eline letterlijk tegen de bank sloeg van het lachen.
Niet normaal lachen ook. Volledig ontspoord. Het soort lachen waarbij je geen geluid meer maakt maar alleen nog naar lucht hapt alsof je longen ermee stoppen.
Eva kreeg tranen in haar ogen.
Alyssa hing inmiddels half over de kaartentafel.
En zelfs ik moest me vasthouden aan het stuur omdat ik nauwelijks meer recht kon kijken.
De herrie die die meiden samen maakten was niet normaal meer. Serieus… een misthoorn van een vrachtschip klonk waarschijnlijk subtieler. Frida wees ondertussen dreigend naar iedereen tegelijk.
“Ik zweer het… als één van jullie ooit verliefd wordt ga ik WRAAK nemen.”
“Te laat,” zei Alyssa.
“Ik ben emotioneel al compleet afgesloten.”
“Dat verbaast letterlijk niemand.”
Zelfs Frida schoot toen weer in de lach. En misschien was dat wel het mooiste eraan. Dat gelach. Midden op open zee. Geen perfecte mensen. Geen perfect gezin. Gewoon vijf mensen op een boot die soms compleet kapot gingen van het lachen om iets ongelooflijk doms terwijl om hen heen alleen water lag. Maar zoals altijd draaide het gesprek ineens vanzelf weer ergens anders heen. Dat deden meiden blijkbaar. Van complete onzin rechtstreeks naar levensvragen zonder waarschuwing tussendoor.
Eva zat inmiddels naast me aan het roer terwijl de wind door het tuig floot.
“Pap?” vroeg ze zachter.
“Ja?”
Heel even keek ze naar de horizon voordat ze verder sprak.
“Wat zou mama hiervan gevonden hebben?”
Heel even zei niemand meer iets. Alleen het geluid van water tegen de romp bleef over. De wind floot zacht door het tuig terwijl de Freja Luna stevig zuidwaarts bleef varen. Achter ons verdween Schotland langzaam in een grijze waas van regen en mist. En ineens voelde die vraag van Eva veel groter dan alleen woorden.
“Wat zou mama hiervan gevonden hebben?”
Ik keek naar de meiden. Vier blonde koppen verspreid door de kuip van het zeiljacht. Natte truien. Rode wangen van de wind. Haren compleet door elkaar gewaaid. Kaarten op tafel. Gelach dat nog steeds half in de lucht hing van het plagen van Frida. En toch…
Toch zag ik Luna overal. In Frida wanneer ze serieus naar de horizon keek alsof ze verantwoordelijkheid voelde voor iedereen aan boord.
In Eva die altijd als eerste merkte wanneer iemand stil werd.
In Alyssa die spanning weg lachte voordat het te zwaar kon worden.
En in Eline… misschien nog wel het meest. Datzelfde ontembare. Datzelfde gevoel dat de wereld groter was dan angst.
Ik voelde ineens een brok in mijn keel waar ik niet omheen kon.
“Papa?” vroeg Eva zachter.
Ik keek snel weg richting zee alsof daar ineens iets ontzettend interessants gebeurde. Dat werkte natuurlijk totaal niet. Want kinderen zien alles. Zeker je eigen kinderen.
“Ze had dit geweldig gevonden,” zei ik uiteindelijk zacht.
“Echt waar.”
Mijn stem brak halverwege die laatste woorden al een beetje. Niemand zei iets. Zelfs Eline niet.
“Ik denk…” begon ik opnieuw terwijl ik mijn handen steviger om het stuur legde.
“…ik denk dat mama trots op jullie zou zijn geweest. Echt ongelofelijk trots.”
De wind trok iets harder aan terwijl ergens verderop een donkere regenbui over zee hing.
“Niet omdat jullie stoer doen,” vervolgde ik.
“Of omdat we ineens een wereldreis maken. Maar omdat jullie jezelf zijn gebleven.”
Ik moest even slikken.
“Dat was altijd haar grootste angst weet je dat?”
Vier paar ogen tegelijk mijn kant op.
“Dat jullie later zouden veranderen omdat de wereld soms hard kan zijn.”
Even keek ik naar Frida.
“Maar jij zorgt voor iedereen zonder dat iemand je dat vraagt.”
Daarna naar Eva.
“Jij voelt dingen aan voordat iemand ze uitspreekt.”
Toen Alyssa.
“Jij laat mensen lachen zelfs wanneer je zelf moe of bang bent.”
En uiteindelijk Eline.
“En jij…”
Ze keek me meteen nieuwsgierig aan.
“…jij bent precies het soort mens waar de wereld nooit grip op gaat krijgen.”
Zelfs zij wist daar heel even niets op te zeggen. Mijn ogen prikten inmiddels van de tranen maar ik kon er niet meer omheen. Misschien wilde ik dat ook niet meer.
“Ik denk soms…” zei ik zacht terwijl ik naar het water keek.
“…dat mama hier nog steeds een beetje rondloopt.”
De wind. De zee. Het schip dat zacht door de golven gleed.
“Gewoon in jullie.”
Het bleef stil aan boord.
Niet ongemakkelijk stil. Meer het soort stilte dat alleen ontstaat tussen mensen die elkaar echt kennen.
Toen voelde ik ineens een arm om mijn middel.
Eva.
Gewoon zonder iets te zeggen. Alyssa keek demonstratief weg richting horizon.
“Nou geweldig,” mompelde ze.
“Nu krijg ik ook emoties.”
“Dat heb jij helemaal niet,” zei Frida zacht.
“Klopt.”
Alyssa snoof.
“Ik ben van binnen gewoon van Teflon.”
Maar haar stem trilde een beetje toen ze het zei en iedereen hoorde het. Eline schoof ondertussen dichterbij en keek me van onder haar natte haren aan.
“Dus mama zou het goed vinden dat we naar Amerika varen?”
Ik begon ondanks alles toch te lachen.
“Dat is echt de conclusie die jij hieruit haalt?”
“Ja.”
“Dat kind is serieus zorgwekkend,” mompelde Alyssa.
Ik keek weer naar zee. Naar de golven die langzaam donkerder werden onder de dichttrekkende lucht.
“Ja,” zei ik uiteindelijk zacht.
“Ik denk dat mama dit prachtig had gevonden.”
Even bleef het stil.
Toen zei Frida ineens:
“Zelfs met mijn homo vriendje?”
Dat was het moment waarop alle emotionele waardigheid volledig verdween. Alyssa klapte dubbel.
Eva begon door haar tranen heen te lachen. En Eline sloeg opnieuw bijna van de bank af terwijl ergens boven ons de eerste dikke regendruppels uit de donkere Noordzeelucht begonnen te vallen.
