21. Tranen Die Niemand Hoort
De overtocht naar Kopenhagen voelde bijna als valsspelen. Na alles wat we hadden gehad—wind, golven, waarschuwingen en Frida die zich mentaal al had voorbereid op haar tweede carrière als professioneel zeeziek persoon—was dit… gewoon rustig. Te rustig bijna.
“Dit is het?” zei Eline terwijl ze over het water keek. “Geen drama?”
“Niet vandaag,” zei ik.
De zee lag vlak, de wind was vriendelijk en voor het eerst sinds een tijdje hadden we de ruimte om niet alleen te varen… maar ook een beetje te spelen. Met de apparatuur.
“Oké,” zei Eva terwijl ze voor het scherm zat alsof ze een vlucht naar Mars aan het plannen was, “als ik deze lijn volg en de koers iets aanpas…”
Ik keek mee.
En bleef kijken.
“Wacht even,” zei ik. “Sinds wanneer snap jij dit allemaal?”
Ze haalde haar schouders op.
“Het is logisch.”
Frida keek over haar schouder mee.
“Ze heeft dit net vijf minuten bekeken,” zei ze.
“Dit is gewoon patroonherkenning,” zei Eva. “En een beetje nadenken.”
Ik keek naar het scherm.
Toen naar haar.
“Dus jij bent nu onze navigator?” vroeg ik.
“Blijkbaar,” zei ze.
Eline klapte in haar handen.
“Perfect. Dan kan papa eindelijk stoppen met doen alsof hij weet wat hij doet.”
“Dat deed ik helemaal niet,” zei ik.
“Jawel,” zei iedereen tegelijk.
En zo gebeurde het. De jongste aan boord… werd degene die het overzicht hield.
En eerlijk?
Ik vond het prima.
Frida zat ondertussen rustig. Geen paniek. Geen drama. Geen emmer.
“En?” vroeg ik.
“Wat?” zei ze.
“Geen zeeziekte.”
Ze glimlachte.
“Kijk,” zei ze, “ik ben gewoon selectief.”
“Of het water werkt eindelijk mee,” zei Alyssa.
“Of jij,” zei Eva.
“Dit onderwerp is gesloten,” zei Frida.
Tegen de tijd dat Kopenhagen in zicht kwam, veranderde de wereld weer.
Meer boten. Veel meer boten, Meer geluid noem het lawaai, meer… stad.
We voeren richting Ocean Quay, Langelinie Pier en het eerste wat opviel was: drukte.
“Dit is niet normaal,” zei Eline.
“Dit is Kopenhagen,” zei ik.
We legden aan. Midden in alles.
“Dus,” zei Alyssa terwijl ze om zich heen keek, “we liggen hier gewoon… tussen iedereen?”
“Ja,” zei ik.
“Geen afgelegen plekje?”
“Nee.”
“Gezellig,” zei Eva.
En toen wees Frida.
“Pap… kijk.”
Aan de overkant.
“Waarom hangen daar allemaal vlaggen.” vroeg ze
“Wacht,” zei Eline. “Dat is vast iets van de Koning”
“Ja, maar het ook de Koningin zijn” zei ik.
“En iedereen kan daar gewoon langs lopen?” vroeg Eva.
“Ja.”
Ze keken elkaar aan.
“Dat is… anders,” zei Frida.
“En de koningin?” vroeg Eline.
“Die gaat gewoon op de fiets naar de kerk,” zei ik.
Het bleef even stil.
“Oké,” zei Eva. “Dat is officieel de meest normale koningin ooit.”

Die middag liepen we naar Nyhavn. Kleurrijke pandjes. Water. Bootjes. En vooral… heel veel eettentjes.
“Dit is dus waar we eten,” zei Eline.
“Dit is waar iedereen eet,” zei Frida.
We vonden een tafel met uitzicht over de haven en voor even zat iedereen gewoon stil. Kijkend. Genietend.
“Dit is wel echt mooi,” zei Alyssa.
“Dat mag ook wel eens gezegd worden,” zei ik.
Na het eten gingen we natuurlijk nog even langs Kopenhagen Corner. Waarom? Geen idee. Maar het hoorde erbij.
En toen…
Tivoli.
“Oké,” zei Eline terwijl ze naar binnen liep, “dit is serieus.”
“Dit is gevaarlijk,” zei Frida.
“Dit is perfect,” zei Eva.
Veel verlichting. veel live muziek. drukte heel veel mensen van alle leeftijden. De meiden hadden geen probleem zichzelf verstaanbaar te maken daar het Deens en het Noors bijna dezelfde taal is. Een soort mix van pretpark en festival waar je niet helemaal weet waar je moet kijken.
“Pap,” zei Alyssa.
“Ja?”
“Dit is jouw nachtmerrie hè?”
Ik keek om me heen.
“Dit is… intens,” zei ik.
Ze begonnen te lachen. We bleven tot laat. Te laat eigenlijk. Maar dat hoort erbij. En toen, terug op de boot…
“Dus,” zei Eline.
“Ik heb een plan voor morgen.”
Ik keek haar aan.
Dat is nooit goed.
“We gaan shoppen.”
Het bleef stil. Ik keek naar vier meiden.Zij keken naar mij.
“Met z’n vijven,” zei Eva.
Frida knikte.
“Ja.”
Alyssa glimlachte.
“Gezellig, dat is pas een nachtmerrei voor papa.” zei ze.
Iedereen begon te lachen, behalve ik. Ik wist wat dat betekende. Niet alleen pijn aan de voeten en handen van het dragen maar ook pijn in de portemonnee.
Ik zuchtte. Lang. Diep.
“Dus,” zei ik.
“Één vader…”
Ik keek ze één voor één aan.
“…en vier meiden…”
Eline begon al te lachen.
“…kleren kopen…”
Ik keek naar de lucht.
Alsof ik op goedkeuring wachtte van Luna. Ik weet zeker dat ze het zou waarderen dat ik met onze meiden ging winkelen. Ik zwaaide even naar de hemel. De meiden keken naar me en begonnen mee te zwaaien.
“Denk je dat mama het ziet en terug zwaait?” vroeg Eline
Met tranen in de ogen antwoorde ik, “zeker weten Eline, zeker weten.”
Dit was de moeilijkste vraag sinds dagen en de tranen liepen over me wangen. Frida zag het en pakte me vast met een dikke knuffel. In stilte liepen we terug naar de Freja Luna.
“Dit wordt mijn zwaarste test tot nu toe,” zei ik.
“Welkom in Kopenhagen,” zei Eva.
En ergens wist ik:
De zee was niks vergeleken met morgen.
