20. Waar Pippi Nog Woont

20. Waar Pippi Nog Woont

Visby voelde niet als een bestemming. Visby voelde als een decor. En niet zomaar één… maar eentje waar je elk moment verwacht dat iemand met rood haar, twee vlechten en een paard onder haar arm voorbij komt lopen alsof dat de normaalste zaak van de wereld is.
“Oké,” zei Eline terwijl ze stil stond midden op een plein, “dit is dus écht Pippi.”
“Dit ís Pippi,” zei Eva.
“Dit is gewoon een openluchtfilmset,” zei Alyssa.
Frida keek om zich heen en knikte langzaam.
“Oké… dit is wel indrukwekkend.”

We begonnen bij Fiskargränd. Een smal steegje. Moeilijk te lopen kasseien. Rozen tegen de muren. En precies dat gevoel dat je hier al eens geweest bent… ook al weet je dat dat niet zo is.
“Hier kocht ze snoep,” zei Eline meteen.
“En hier ontmoette ze Tommy en Annika,” vulde Eva aan.
Ik keek ze aan.
“Jullie hebben dit echt te vaak gezien.”
“Zou je denken,” zei Alyssa.
Eline draaide een rondje.
“Dit is letterlijk een schetsboek.”
“Goed verhaal, lekker kort ook,” zei Frida.

We liepen verder, langs Sankt Hansgatan, waar de straatjes smal worden en de huizen scheef lijken te staan alsof ze al eeuwenlang proberen te beslissen welke kant ze op willen vallen.
“Hier liep ze dus gewoon rond,” zei Eline.
“Ja,” zei ik. “Gewoon… een meisje met een paard.”
“Logisch,” zei Eva.

Bij Brunnsporten, de oude stadspoort, bleef iedereen even staan.
“Hier kwam ze de stad binnen,” zei Alyssa.
“Met dat paard,” zei Eline.
“Altijd dat paard,” zei Frida.
“Ik heb niets met paarden en gelukkig paarden ook niet met mij.” zei ik.
Iedereen begon te lachen. Papa en paarden.

“Pap,” zei Eva.
“Ja?”
“Als wij hier met een paard naar binnen zouden lopen…”
Ik dacht even na.
“Dan zouden we waarschijnlijk een boete krijgen,” zei ik.
“Dus Pippi had gewoon privileges,” zei Alyssa.
“Of betere timing,” zei Frida.

Het hoogtepunt kwam buiten de stad.
Kneippbyn Resort. Oftewel… Villa Kakelbont. Het huis. Het echte huis.
“Dit meen je niet,” zei Eline zacht.
“Jawel,” zei ik. “Dit is het originele huis. In 1970 hierheen verplaatst. Je kunt er gewoon in.”
Ze stonden stil.
Even geen grapjes.
Even geen opmerkingen.
“Dit is jeugd,” zei Eva.
“Dit is geschiedenis,” zei Frida.
“Dit is geweldig,” zei Eline.

Binnen was het alsof de tijd had stilgestaan. Alles klopte. De kleuren. De chaos. De sfeer van: regels zijn optioneel.
“Dit is dus hoe wij eigenlijk leven,” zei Eline.
Ik keek haar aan.
“Met minder discipline,” zei ik.
“En minder goudstukken,” zei Eva.

We liepen door het huis, kamer voor kamer, en ergens voelde het alsof dit niet alleen een filmdecor was, maar een herinnering aan iets wat we allemaal een beetje kwijt raken naarmate we ouder worden.
Vrijheid. Onbezorgdheid. Gewoon doen wat je wilt.

“Pap,” zei Frida terwijl we buiten stonden, “dit is misschien wel de eerste plek waar jouw plannen en onze ideeën samenkomen.”
Ik keek haar aan.
“Hoe bedoel je?”
“Avontuur,” zei ze.
Ik knikte.

Later die middag zaten we op een terras, met uitzicht op de oude stadsmuren en de zee die erachter lag, rustiger dan toen we aankwamen, maar nog steeds met die ondertoon van: onderschat me niet.
“Dus,” zei Eva, “volgende stop Kopenhagen.”
“Ja,” zei ik.
Frida keek naar haar glas. Toen naar de zee. Toen naar mij.
“Het komt goed,” zei ik.
Ze knikte.
“Dat hoop ik ook.”
Eline leunde achterover.
“En anders…”
Ze grijnsde.
“…dan doen we gewoon alsof het erbij hoort.”
Ik moest lachen. Want eerlijk? Dat was eigenlijk precies wat we al deden.

Geef een reactie