62. Buitenom
De ouders van Emma gingen terug met de taxi naar het vliegveld om door te vliegen naar Portugal. Zo hadden hun ook even vakantie zonder Emma. Dat was voor ook wel even een verademing. In Portugal zouden we elkaar weer treffen en zou Emma samen met haar ouders weer huiswaarts gaan. Ik bleef nog even staan op de boulevard van A Coruña terwijl de taxi langzaam tussen het verkeer verdween. Heel even voelde het vreemd stil. Alsof de stad plotseling minder geluid maakte zodra je ergens over begon na te denken waar je eigenlijk liever niet over nadacht. Want hoe gezellig Emma inmiddels ook onderdeel van de groep was geworden…
uiteindelijk was dit tijdelijk. Tenminste. Dat hield ik mezelf voor. Ik draaide langzaam richting de haven waar de mast van de Freja Luna boven de andere boten uitstak. Zelfs vanaf hier hoorde ik in de verte gelach over het water komen. Eline waarschijnlijk. Of Alyssa. Of allebei tegelijk. Ik bestelde nog een alcoholvrije cerveza en ging weer zitten op het kleine terras waar oude Spaanse mannen inmiddels volledig leken te zijn vergroeid met hun stoelen. Sommigen zaten hier waarschijnlijk al sinds 1987 zonder ooit echt naar huis te zijn gegaan. Mijn telefoon lag op tafel. De route lag in mijn hoofd. En diep van binnen wist ik dat de komende dagen anders zouden worden. Niet omdat de zee gevaarlijk was. Maar omdat Frida voor het eerst écht kapitein moest worden. Na een tijdje liep ik terug richting de haven. De warmte hing loom tussen de gebouwen en vanuit kleine cafés klonk muziek alsof niemand in deze stad ooit haast had.
Beneden bij de steiger zag ik direct complete chaos aan boord. Dus eigenlijk exact zoals altijd. Eline lag half over de reling heen iets tegen Emma uit te leggen met de ernst van een professor die een kerncentrale probeerde te bedienen.
“Dat kan helemaal niet,” hoorde ik Emma lachen.
“Jawel,” zei Eline overtuigd.
“Als je de wind schuin leest weet je hoeveel golven er komen.”
Emma keek zichtbaar verward.
“Wind lezen?”
“Ja.”
“Wind is geen boek.”
Eline keek haar medelijdend aan.
“Jij bent echt nieuw hier.”
Verderop zat Eva rustig lijnen op te schieten terwijl Alyssa onderuitgezakt in de kuip muziek had aangezet alsof ze persoonlijk op vakantie was gestuurd tegen haar wil. Frida stond ondertussen met een serieus gezicht over de kaarten gebogen. Toen ik aan boord stapte keek ze direct op.
“Waar was je?”
“Koffie drinken.”
“Drie uur lang?”
“Professioneel koffie drinken.”
Alyssa begon direct te lachen.
“Dat is inderdaad een talent van hem.”
Frida probeerde serieus te blijven maar moest zichtbaar moeite doen om niet mee te lachen.
“Oké luister,” zei ze uiteindelijk terwijl ze zichzelf weer hervond.
“Als we morgenochtend vertrekken wil ik vroeg weg zijn.”
“Hoe vroeg is vroeg?” vroeg Eva voorzichtig.
Frida keek op haar horloge.
“Zes uur.”
Er viel een doodse stilte. Zelfs de meeuwen leken even te stoppen.
Toen zei Eline:
“Dat is geen tijd voor een tiener. Dat is een bedreiging.”
Emma schoot direct in de lach.
Alyssa gooide dramatisch haar hoofd achterover.
“Zie je nou? Macht. Ze verandert langzaam in een dictator.”
“Kapitein,” corrigeerde Frida.
“Zelfde energie.”
Ik bleef stil en keek alleen maar naar Frida. Dat zag ze meteen.
“Wat?”
“Niks.”
“Pap…”
Ik haalde mijn schouders op.
“Jij bent de kapitein.”
En precies op dat moment veranderde haar blik een klein beetje. Niet zichtbaar voor anderen misschien. Maar ik zag het wel. Want ineens voelde het niet meer als een spel. Ineens was zij degene die beslissingen moest nemen. De avond gleed langzaam over de haven heen. De lucht kleurde oranje boven de oude gebouwen van A Coruña en de Freja Luna trok zacht aan haar lijnen alsof het schip zelf al ongeduldig werd. We aten die avond simpel aan boord. Brood. Vis. Salade. En natuurlijk chocolademelk voor de meiden. Emma keek lachend naar de vier bekers op tafel.
“Ik vind dit nog steeds het vreemdste schip waar ik ooit op heb gezeten.”
“Dank je,” zei ik trots.
“Normale mensen drinken wijn.”
“Normale mensen hebben ook geen Eline aan boord,” zei Alyssa.
“Correct,” zei Eva direct.
Eline keek beledigd op.
“Ik ben juist sfeerbeheer.”
“Jij bent een internationaal incident,” zei Frida droog.
Binnen twee seconden lag iedereen weer dubbel van het lachen. En ergens tussen die chaos door keek ik naar Emma. Naar hoe ontspannen ze inmiddels was. Hoe vanzelfsprekend ze meelachte. Hoe ze zonder nadenken ruimte maakte voor Eva op de bank.
Hoe Eline inmiddels half tegen haar aan hing alsof ze haar al jaren kende. Dat was het gevaar van mensen. Soms kwamen ze langzaam binnen. En soms voelde het ineens alsof ze er altijd al geweest waren. Later die avond werd het rustiger aan boord.
De muziek stond zacht. De havenlichten spiegelden in het water. En één voor één verdwenen de meiden richting hun hutten. Alleen Frida bleef nog buiten zitten met de kaarten voor zich. Ik ging naast haar zitten zonder iets te zeggen. Ze keek naar de route richting Portugal. Langs de Atlantische kust. Richting open zee.
“Je twijfelt,” zei ik uiteindelijk.
Ze zuchtte zacht.
“Een beetje.”
“Mooi.”
Ze keek op.
“Mooi?”
“Kapiteins die nergens over twijfelen maken ongelukken.”
Heel even zei ze niets. Toen keek ze weer naar de kaart.
“Ik wil buitenom.”
Ik knikte langzaam.
“Dat dacht ik al.”
“Dichter langs de kust wordt druk met vissersverkeer en rare stroming.”
Ze tikte op de kaart.
“Verder op zee krijgen we stabielere wind.”
“Maar meer oceaan.”
“Ja.”
Daar lag het echte antwoord. Niet de route. Maar de verantwoordelijkheid. Ik keek naar mijn dochter. Naar Frida die langzaam steeds meer leek op iemand die ooit haar eigen schip zou kunnen leiden. En tegelijkertijd zag ik ook nog steeds dat kleine meisje dat vroeger bang was als de wind thuis tegen de ramen sloeg. Dat was misschien wel het moeilijkste aan kinderen. Ze groeien langzaam genoeg zodat je het bijna niet merkt. Tot ineens iemand tegenover je zit die volwassen begint te worden terwijl jij nog denkt dat je ze moet beschermen tegen de wereld. Frida keek naar de donkere haven.
“Denk je dat ik dit kan?”
Ik glimlachte heel klein.
“Dat weet ik al.”
