61. De Muts

61. De Muts

Ondertussen, duizenden kilometers noordelijker, in het donkere maar vertrouwde Honningsvåg, was het allesbehalve rustig in huis bij Jessica en John. De woonkamer lag vol kleding. Tassen stonden open. En op het bed van Emma lag inmiddels een complete stapel zomerkleding alsof iemand spontaan besloten had Noorwegen tijdelijk in te ruilen voor de Middellandse Zee. Jessica liep met een toilettas door de gang terwijl John voor de derde keer opnieuw probeerde een koffer dicht te krijgen die overduidelijk te vol zat.

“Waarom neem jij voor vier weken spullen mee terwijl we maar een paar dagen weggaan?” vroeg Jessica lachend.
“Ik vertrouw buitenlandse stopcontacten niet,” mompelde John terwijl hij opnieuw probeerde de rits dicht te krijgen.
Precies op dat moment ging de voordeur open.
Emma kwam binnen.
Ze bleef direct stil staan toen ze de complete chaos zag.
“Krijgen wij een verhuizing of zo?”
Jessica keek meteen overdreven onschuldig.
“Verrassing.”
Emma kneep haar ogen samen.
“Dat woord betekent bij jullie meestal problemen.”
“Nee hoor,” zei John veel te snel.

Jessica begon te lachen.
“We gaan een paar dagen op vakantie naar Spanje.”
Emma keek eerst haar moeder aan. Toen haar vader. Toen opnieuw naar de koffers.

“Wacht even… serieus?”
“We hebben zelfs al een koffer voor jou gepakt,” zei Jessica trots.

Emma liep naar de bank en keek zichtbaar verbaasd naar haar eigen spullen die inderdaad al netjes klaar lagen.

“Maar mam…” zei ze langzaam. “Dat is echt een héél eind rijden.”
John begon direct te lachen.
“We rijden niet.”
“We vliegen.”

Emma keek hem aan alsof hij zojuist had aangekondigd dat ze naar de maan gingen.

“Weten jullie wel wat dat kost, heb je de 100.000 gewonnen of zo?”
Jessica haalde haar schouders op.
“Wij kunnen ook sparen hoor.”
“Bovendien,” zei John droog, “je moeder wilde zon. En ik heb inmiddels geleerd dat je daar beter niet tegenin kunt gaan.”
Emma begon eindelijk te glimlachen.
En eigenlijk liet ze het daarna ook gewoon los.
Want eerlijk?
Het idee van een paar dagen Spanje klonk behoorlijk perfect. Zeker vergeleken met regen, wind en temperaturen waarbij zelfs meeuwen er chagrijnig uitzagen. Die avond verliep ineens compleet anders dan normaal. Emma zat beneden op haar kamer kleding uit te zoeken terwijl Jessica nog twintig keer controleerde of ze alles hadden. Paspoorten. Tickets. Opladers. Medicijnen. Nog meer opladers. En dingen waarvan niemand wist waarom ze überhaupt mee moesten. John zat ondertussen beneden op de bank naar de vluchtschema’s te kijken alsof hij persoonlijk verantwoordelijk was voor het Europese luchtruim.

“Hoeveel overstappen hebben we nou precies?” vroeg hij uiteindelijk.
Jessica keek op haar telefoon.
“Volgens mij drie.”
“Drie?!”
“Of vier. Ligt eraan hoe snel we lopen op Arlanda.”
John zuchtte diep.
“Waarom wonen wij ook helemaal boven in Noorwegen?”
“Omdat jij hier nooit meer weg wilde,” zei Jessica direct.
“Dat klopt ook wel weer.”

De volgende ochtend begon de reis nog voor zonsopkomst. Honningsvåg lag er stil bij terwijl ze richting het vliegveld reden. De lucht had die typische Noord-Noorse kleur; blauwgrijs met een zon die eigenlijk nooit helemaal wist of ze wilde opkomen of niet. Emma zat half slaperig achterin terwijl Jessica enthousiast bleef praten over warmte, tapas en stranden. John daarentegen keek alsof hij zich mentaal voorbereidde op een expeditie naar Antarctica. En eerlijk? Dat was met zoveel overstappen misschien ook wel een beetje zo. De eerste vlucht. Dan wachten. Dan opnieuw vliegen. Weer overstappen. Nog een vlucht. Nog meer wachten. Maar gek genoeg mocht het de pret totaal niet drukken. Integendeel zelfs. Hoe verder ze naar het zuiden kwamen, hoe lichter alles voelde. Alsof ze langzaam een compleet ander avontuur binnenvlogen zonder dat Emma ook maar enig idee had wat haar werkelijk te wachten stond. Want ergens ver onder hen lag inmiddels de Atlantische Oceaan. En aan de kust van Spanje dobberde de Freja Luna rustig in de haven van A Coruña. Met vier blonde meiden aan boord die werkelijk geen flauw idee hadden dat hun volgende verrassing inmiddels onderweg was.

“Pap…”
“Ja?”

Frida leunde half tegen de reling van de Freja Luna terwijl de haven van A Coruña langzaam goud kleurde in de ondergaande zon. Achter haar hoorde je beneden alweer complete chaos uit de kajuit komen. Lade open. Deur dicht. Iemand die waarschijnlijk weer iets kwijt was.

Ik keek op van mijn telefoon.
“Wat doe je?”
“Ik zit even te kijken naar een leuke plek om vanavond te eten.”
Frida keek me onderzoekend aan.
“Nou… de meiden wilden eigenlijk wel terug naar waar we gisteren zaten.”
“Dat Spaanse restaurant?”
“Ja,” zei ze lachend. “Sinds die ober ons officieel de Vier Musketiers van de Atlantische Oceaan heeft genoemd voelen ze zich daar geloof ik beroemd.”
Ik moest lachen.
“Dat zegt eigenlijk meer over jullie dan over dat restaurant.”
Maar Frida bleef me aankijken. Te lang. Dat kind kende me inmiddels veel te goed.

“Wat is er?” vroeg ze uiteindelijk.
“Niets.”
“Pap.”
“Ik zoek gewoon een restaurant.”
“Ja en ik ben de paus.”
Beneden klonk plots de stem van Eline:
“Wie heeft mijn trui gejat?!”
“Die ligt letterlijk naast je!” riep Alyssa terug.
Eva begon direct weer te lachen.

Ik schudde glimlachend mijn hoofd terwijl ik mijn telefoon wegstopte.
“Overigens,” zei ik zo nonchalant mogelijk, “ik vind die gastenkamers inmiddels echt een enorme rotzooi worden.”

Dat was exact het verkeerde moment om dat te zeggen. Want nog voordat Frida kon reageren verscheen Eline boven aan de trap.
“Ja hallo,” zei ze direct. “Wij doen toch helemaal niks met die kamers. Deur dicht en niemand ziet het.”
Ik keek haar strak aan.
“Dat is dus totaal niet hoe een schip werkt.”
“Werkt prima.”
“Eline.”
“Wat?”
“Netjes aan boord.”
Ze zuchtte overdreven diep alsof ik persoonlijk haar complete jeugd verpestte.
“Ja kapitein…”
“Niet bijdehand doen,” zei Frida direct.

Binnen drie seconden veranderde de kajuit beneden in georganiseerde tegenzin. Tassen werden opgeruimd. Dekens verdwenen terug in de hutten. Alyssa was ondertussen vooral commentaar aan het geven in plaats van helpen. Eva probeerde nog enigszins serieus te blijven. En Eline? Die stond waarschijnlijk alweer ergens midden in een hut spullen van zichzelf kwijt te raken terwijl ze beweerde dat iemand anders het had verplaatst. Frida bleef echter staan. Ze keek me opnieuw aan. Rustig. Veel te scherp.

“Pap,” zei ze zachter. “Wat is er echt aan de hand?”
Verdorie.
Ik zuchtte even.
“Niets ernstigs.”
“Dat zei je ook vlak voor die storm bij Kristiansand.”
“Dat was iets anders.”
“Pap…”

Ik keek richting de haven.
Toen naar de drie andere meiden die inmiddels beneden luidruchtig discussieerden over van wie welke trui eigenlijk was.
Daarna knikte ik richting de steiger.
“Loop even mee.”
Frida zei niets.
Dat hoefde ook niet.
Ze liep gewoon naast me mee van boord terwijl achter ons Eline nog riep:
“Waarom moeten WIJ opruimen terwijl jullie romantisch over de steiger gaan lopen?!”
“OMDAT JIJ DE GROOTSTE ROMMEL MAAKT!” riep Frida terug.
“ONBEWEZEN!”
Frida begon direct te lachen.
“Dat schip blijft echt nooit normaal hè?”
“Nee,” zei ik glimlachend. “En eerlijk? Ik hoop dat dat ook nooit gebeurt.”
We liepen een stukje over de steiger terwijl de avondwind zacht langs de masten floot. Overal hoorde je tikkende lijnen tegen aluminium masten. Meeuwen trokken krijsend over de haven. Frida keek me uiteindelijk weer aan.
“Dus?”
Ik leunde tegen een paal.
“Een paar dagen geleden heb ik met jou overlegd over Emma toch?”
Ze knikte langzaam.
En toen zag ik het moment waarop ze het begon te begrijpen.
“Oh nee…”
Ik begon te lachen.
“Oh jawel.”
“Wat heb je gedaan?”
“Ik heb iets geregeld voor Emma.”
Frida keek me nu volledig verbaasd aan.
“Ik heb contact gehad met haar ouders. Een taxi haalt Emma en haar ouders straks op van het vliegveld.”
Frida staarde me aan.
“Wacht… WAT?”
“Die taxi brengt ze rechtstreeks naar het restaurant van vanavond.”
Heel even bleef het stil.
En toen begon Frida langzaam te lachen.
“Pap…”
“Ja?”
“Dit is echt geniaal.”
“Dank je.”
“Maar wacht even…” zei ze ineens. “Emma denkt dus nog steeds dat ze gewoon met haar ouders op vakantie is?”
“Volledig.”
Frida sloeg lachend een hand voor haar gezicht.
“Oh dit gaat zó fout worden.”
“Waarschijnlijk wel.”
“Eline gaat compleet ontsporen.”
“Daar reken ik inmiddels standaard op.”
Frida keek richting de Freja Luna waar beneden opnieuw lawaai uit de kajuit kwam.
Toen keek ze me weer aan.
“Dus daarom moesten die gastenkamers netjes.”
Ik knikte.

“En daarom zat jij niet naar restaurants te kijken.”
“Ook dat.”
Frida glimlachte breed. Maar daarna kwam direct weer die typische Frida-blik. De organisator. De kapitein.
“Hoe laat landen ze?”
“Over iets meer dan twee uur.”
“Heeft die taxi genoeg plek?”
“Ja.”
“En waar slapen ze precies?”
“Frida.”
“Wat?”
“Ademhalen.”
Ze begon direct te lachen.
“Sorry.”
“Je lijkt soms echt vijftig.”
“En jij gedraagt je soms alsof planning optioneel is.”
“Dat ís het ook.”
“Niet op mijn schip.”

Ik keek haar gespeeld beledigd aan.
“Jouw schip?”
Ze grijnsde.
“Voor deze reis wel ja kapitein.”

Alles was uiteindelijk opgeruimd aan boord van de Freja Luna. Al had het meer energie gekost dan een gemiddelde storm op de Atlantische Oceaan. Eline had nog drie keer geroepen dat “netjes zwaar overrated” was. Alyssa had daar direct op gereageerd dat Eline zelfs chaos kon maken in een lege kamer. En Eva? Die liep zoals altijd lachend tussen alles door alsof ze persoonlijk verantwoordelijk was voor de vrede aan boord. Niet veel later liepen we gezamenlijk richting het restaurant aan de boulevard van A Coruña. De lucht was nog warm. Overal klonk Spaans geroezemoes. Bestek tikte tegen glazen. Vanuit de haven waaide die typische geur van zout water, diesel en zomer de straat in. Binnen in het restaurant was het drukker dan de avond ervoor. Maar helemaal achterin, op een rustig plekje uit het zicht, zaten Emma en haar ouders al aan een tafel.

Emma droeg een korte spijkerbroek. Slippers. Los blond haar onder die herkenbare oranje muts. Ze zat lachend iets tegen haar moeder te vertellen terwijl John ondertussen zichtbaar probeerde uit te vogelen hoe Spaanse menukaarten werkten. De eigenaar van het restaurant had exact gedaan wat afgesproken was. Hij hield ze bewust achterin. Rustig. Uit het zicht. Wij liepen nietsvermoedend naar binnen. Tenminste…

…bijna nietsvermoedend.

Want Frida wist natuurlijk al genoeg en moest inmiddels alle moeite van de wereld doen om haar gezicht serieus te houden. Eline daarentegen liep als eerste naar binnen zonder überhaupt ergens op te letten. Tot ze plots midden in het restaurant stil bleef staan. Ze kneep haar ogen samen.

“Wacht eens even…”
Niemand reageerde direct.
Eline keek opnieuw richting achterin.
“Dat meisje met die oranje muts…” zei ze langzaam.
Eva draaide zich om.
Alyssa ook.
Eline wees ineens met grote ogen.
“Die lijkt PRECIES op Emma.”
Frida beet direct op haar lip om niet te lachen.
Ik zei niets.
Ik glimlachte alleen.
En precies op dat moment keek Emma op.
Een seconde gebeurde er helemaal niets.
Die ene seconde waarin niemand zeker wist wat ze eigenlijk zagen.
Toen viel het kwartje.
Emma sprong letterlijk op van haar stoel.
“ELINE?!”
“PAP IS DAT EMMA?!” gilde Eline werkelijk door het complete restaurant heen.
En daarna…

…ontplofte alles.

De meiden vlogen werkelijk op elkaar af. Stoelen schoven om. Mensen draaiden zich om. Een ober liet bijna een dienblad vallen. Emma sloeg haar armen om Eva heen. Alyssa vloog er direct bovenop. Frida probeerde nog iets normaals te zeggen maar begon halverwege al te huilen. En Eline?

Die stond letterlijk tegelijk te lachen én te huilen terwijl ze Emma bijna van de grond tilde.

“JIJ ZOU OP VAKANTIE ZIJN!”
“DAT BEN IK OOK!”
“JA MAAR NIET HIER!”
“IK WIST HET OOK NIET!”

Midden in dat Spaanse restaurant stonden vijf meiden elkaar vast te houden alsof ze elkaar maanden niet gezien hadden.

En eerlijk?

Misschien voelde het ook wel zo. Want ergens onderweg tussen stormen… lange nachtwachten… havens… verdriet…
en alle kilometers oceaan…

…waren ze veel meer geworden dan alleen een groep jonge meiden aan boord van een schip.

Ze waren familie geworden. Echt familie. Ik zag Jessica haar hand voor haar mond slaan terwijl de tranen over haar wangen liepen.
John keek alleen maar stil toe en glimlachte. Zelfs mensen aan andere tafels kregen tranen in hun ogen zonder werkelijk te begrijpen wat hier nou precies gebeurde. De eigenaar van het restaurant keek lachend mijn kant op.
“Amigos?” vroeg hij zacht.
Ik keek naar de meiden.
Naar Emma.
Naar Frida die Emma nog steeds vasthield.
Naar Eva die huilde zonder zich ervoor te schamen.
Naar Alyssa die probeerde grappig te blijven maar volledig brak.
En naar Eline die alweer door iedereen tegelijk heen stond te praten.

Toen glimlachte ik.

“Nee,” zei ik zacht.
“Veel meer dan dat.”

De eigenaar van het restaurant keek lachend mijn kant op.

“Amigos?” vroeg hij zacht.
Ik keek naar de meiden.
Naar Emma.
Naar Frida die Emma nog steeds vasthield.
Naar Eva die huilde zonder zich ervoor te schamen.
Naar Alyssa die probeerde grappig te blijven maar volledig brak.
En naar Eline die alweer door iedereen tegelijk heen stond te praten.
Toen glimlachte ik.
“Nee,” zei ik zacht.
“Veel meer dan dat, familia” zei ik

Langzaam kwam het restaurant weer een beetje tot rust. Stoelen werden teruggeschoven. Mensen gingen weer zitten. Alleen bij onze tafel bleef de energie volledig ontspoord. Want niemand kreeg nog normaal ademgehaald van enthousiasme. Niet veel later werd het eten besteld. Emma keek zichtbaar verbaasd toen de meiden zonder twijfel allemaal chocolademelk bestelden.

“Wacht even…” zei ze lachend. “Drinken jullie serieus allemaal chocolademelk?”
“Uit principe,” zei Alyssa bloedserieus.
“Wij zijn professioneel ontspoord,” vulde Eline direct aan.
Emma begon te lachen en bestelde uiteindelijk maar gewoon cola.
En toen kwamen de verhalen los.
Complete chaos natuurlijk.
Vooral omdat Eline binnen drie minuten begon te vertellen hoe Alyssa zogenaamd “op heroïsche wijze het leven van Frida had gered.”
“Zo overdreven was het helemaal niet,” zei Frida direct.
“Jawel,” zei Eline meteen. “Jij hing praktisch half dood buitenboord.”
“Ik hing één keer scheef.”
“Dat schip hing scheef!”
“Dat heet golven Eline!”
“Nou ik zag mijn complete jeugd voorbij komen.”
Eva kreeg alweer de slappe lach.
Emma keek van de één naar de ander alsof ze een compleet nieuwe wereld binnen was gelopen.
En eerlijk?
Dat was ook zo. Want de Freja Luna was inmiddels veel meer dan een schip geworden. Het was een soort drijvende chaosfamilie met zeilen. Precies op het moment dat iedereen een beetje rustig werd maakte Eva ineens een opmerking.

“Wel echt toevallig trouwens…”
Jessica keek op.
“Wat?”
“Dat jullie hier ineens op vakantie zijn.”
Jessica verslikte zich bijna van het lachen.
John keek direct naar zijn glas.
“Ja…” zei Jessica zo normaal mogelijk. “Heel toevallig.”
“Want,” zei John vervolgens veel te nonchalant, “wij gaan hier namelijk zeilen.”
Dat trok direct de aandacht van Eline.
“Wacht.”
Ze keek John aan.
“JULLIE gaan zeilen?”
John knikte voorzichtig.
Eline begon direct te lachen.
“De enige die iets van boten weet is Emma!”
“Ik weet echt wel iets van boten,” zei John beledigd “ik weet dat ze drijven als het goed is.”
“Nee,” zei Eline bloedserieus. “Dat denk jij alleen.”
Iedereen begon te lachen behalve Emma. Die keek ineens van haar vader naar mij. Toen naar Frida. Toen weer naar de rest.

“Pap…” zei ze langzaam.
En precies op dat moment zag je het kwartje bij Alyssa vallen. Ze keek mij aan. Toen richting Frida. Toen richting Emma. En ineens wees ze met grote ogen.

“OHHHHHHH.”

Frida begon direct te lachen. “Daar is ze hoor.” Alyssa keek Emma aan alsof ze zojuist een complete moordzaak had opgelost. “DAAROM moesten wij die gastenhutten opruimen!” Iedereen keek nu naar mij. Behalve Eline. Die keek nog steeds alsof haar hersenen opnieuw moesten opstarten. Alyssa leunde achterover. “Ze varen mee.” Stilte. Eline knipperde drie keer. Toen keek ze naar mij. Toen naar Emma. En vervolgens vloog ze letterlijk overeind. “ECHT?!” Voor ik antwoord kon geven hing ze al om mijn nek. En toen gebeurde het weer. Tranen. Geen stille tranen. Geen nette tranen. Nee. Volledig emotioneel ontspoorde Eline-tranen.

“IK DACHT DAT ZE WEER WEG GINGEN!”
“Rustig ademhalen,” zei Eva lachend terwijl ze zelf opnieuw begon te huilen.
Emma keek nog steeds compleet overdonderd.
“Wacht even…” zei ze zacht. “Jullie bedoelen…”
Eline draaide zich direct naar haar om.
“JULLIE VAREN MET ONS MEE!”
En daar brak Emma ook.
Volledig.
Hand voor haar mond.
Tranen in haar ogen.
Kijken naar haar ouders alsof ze niet wist of ze moest lachen of huilen. Jessica begon direct mee te huilen. John keek naar buiten alsof hij plotseling heel geïnteresseerd was in Spaanse straatverlichting. En ik? Ik keek alleen maar naar die tafel vol emoties en dacht exact hetzelfde als al die andere momenten op zee. Dit zijn de dingen die je nooit meer vergeet. Niet de havens. Niet de stormen. Niet de routes. Maar dit. Na het eten liepen we gezamenlijk terug richting de haven van A Coruña. De lucht was inmiddels donkerblauw geworden. Overal spiegelden lichtjes in het water. En toen zagen Jessica en John voor het eerst de Freja Luna. Ze bleven letterlijk stil staan. De donkere romp. Het hoge silhouet. De mast die boven de haven uitstak. De naam op de spiegel. Het warme licht vanuit de kajuit.

“Mijn hemel…” zei Jessica zacht.
“Dat is geen boot meer,” mompelde John.
“Dat is een varend appartementencomplex.”
Eline keek direct trots.
“Wacht maar tot je de motor ziet.”
“Nee,” zei Frida direct.
“Jawel.”
“Nee Eline.”
“Jawel.”
“Niet weer—”

Maar Eline was al weg. Binnen twee minuten gaf ze een complete rondleiding alsof ze persoonlijk eigenaar van het schip was.

“Hier slapen wij.”
“Daar heeft Alyssa ooit bijna een complete pan pasta laten ontploffen.”
“Dat is de navigatie.”
“Daar beneden ligt Eva meestal boeken te lezen.”
“En DIT…”

Ze trok dramatisch een deur open. “…is de machinekamer.” John keek direct onder de indruk. Eline straalde alsof ze zojuist een museum had geopend.

“Scania V8,” zei ze trots.
“Papa heeft praktisch het schip om die motor heen gebouwd.”
“Ik hoor haar dit serieus vaker zeggen,” mompelde Alyssa.
Niet veel later verdwenen de meiden allemaal beneden dek. Gelach. Voetstappen. Tegelijk praten. Complete chaos. Emma zat er inmiddels midden tussen alsof ze er altijd al hoorde. Boven in de kuip zaten uiteindelijk alleen Jessica, John en ik nog buiten. Met drinken in de hand. Rustig. De haven zacht bewegend om ons heen. De zon zakte langzaam weg achter A Coruña terwijl de masten zacht tikten in de avondwind. Jessica keek richting de kajuit waar beneden opnieuw hard gelachen werd. Toen glimlachte ze.

“Ze lijken gelukkig hier.”
Ik keek richting het warme licht beneden in het schip.
En luisterde naar het gelach van vijf meiden die elkaar waarschijnlijk alweer compleet aan het opfokken waren.
Toen knikte ik zacht.

“Dat zijn ze ook.”