12. Volgens Berekening en Papa

12. Volgens Berekening en Papa

door Eva

Als je mijn vader vraagt wanneer een goed moment is om te vertrekken, zegt hij:
“Wanneer alles klaar is.”
Als je het mij vraagt:
Dat moment bestaat niet. Bij papa is het nooit klaar en dat weet iedereen het lijkt wel of papa soms voor iedere oplossing wel een probleem heeft. Maar hij is wel lief hoor en eigenlijk de beste vader die iemand zich kan wensen. Dus stonden we in Piteå. Klaar. Niet klaar. Maar wel vertrekkend. Het begon met bunkeren. En met papa die dacht dat hij de leiding had.

“Oké,” zei hij met een pen en een blik die ergens tussen expeditieleider en verdwaalde campinggast zat, “we doen dit gestructureerd.”
Frida keek niet eens op. “Dat doen wij al.”
Ik keek naar Alyssa. Ze knikte. Wij deden dit al.
“Water,” zei Frida.
Papa: “Check.”
Frida: “Hoeveel?”
Papa: “Genoeg.”
Ik voelde het al. Dit ging mis.
“Hoeveel liter?” vroeg ik.
Papa keek naar de tank alsof die hem het antwoord zou influisteren.
“…veel.” zei hij
Alyssa zuchtte.
“Ik ga hem gewoon vullen,” zei ik.
“Dit is echt teamwork,” zei papa tevreden.
“Controle herstel, ben benieuwd wie de eerste rode kaart krijgt” zei ik.
“Papa” riep iedereen in koor.
De stemming was goed en iedereen was vrolijk. Het vullen van de watertank is niet ingewikkeld. Slang erin. Kraan open. Wachten. Lang wachten en vooral hopen dat papa overal van af bleef.
“Is dit genoeg?” vroeg hij na drie minuten.
“We zijn net begonnen,” zei ik.
“Oh. Hoeveel geeft de meter aan” vroeg hij
Eline begon de slappe lach te krijgen en riep, “rood”
Hij bleef staan. Kijken. Dat helpt niet.

Daarna brandstof. Ik had eerlijk gezegd gehoopt dat we dat onderdeel konden overslaan. Maar nee. Plan B. Plan C. Plan Papa. De tanks werden volgegooid.
“Dit is wel veel,” zei hij.
“Dat was jouw idee,” zei ik.
“Ja maar… zoveel?”
“Je wilde een schip bouwen om een motor heen,” zei Alyssa.
“Dan hoort dit erbij.”
Hij knikte alsof dat logisch was. Dat was het ook.

Binnen was het nog erger. Frida had het interieur overgenomen. Dat betekent: alles heeft een plek. En papa heeft geen idee waar die plek is. “Dit is voor koud weer,” zei ze.
“We zitten in Zweden,” zei papa.
“Precies.”
Hij dacht daar zichtbaar over na. Dat was al winst. Papa die denkt wie had dat verwacht…..

Alyssa was bezig met eten. Niet koken. Voorbereiden. Strategisch.
“Waarom hebben we zoveel pasta?” vroeg papa.
“Omdat jij niet weet hoe je moet koken,” zei ze.
“Dat is niet waar.”
“Wanneer heb je voor het laatst gekookt?”
“Ehm…”
“Precies, toen waren we nog in Honningsvåg.” zei ze.

Ik stond bij de techniek. Zoals het hoort. Meters. Systemen. Alles rustig. Alles stabiel. Alles… afhankelijk van één man die denkt dat gevoel belangrijker is dan data.
“Alles oké?” vroeg hij.
“Ja,” zei ik.
“Zeker?”
“Ja.”
“Echt zeker?” Ik keek hem aan.
“Voor zover jij niets aanraakt: ja.”

Eline kwam langs met dekens. Veel dekens. Te veel dekens.
“Waarom zoveel?” vroeg papa.
“Omdat jij altijd zegt ‘het komt wel goed’,” zei ze.
“Dat klopt ook.”
“Ja,” zei ze. “Maar wij willen ook slapen.”

Toen alles aan boord stond, kwam het enige moment waarop papa even stil was. De bouwer stond op de kade. Hij keek naar het schip. Toen naar ons. Toen weer naar papa. Dat zei eigenlijk alles.

“Ze is goed,” zei hij.
Ik knikte.
Dat wist ik.
Papa vroeg: “Wij ook?”
De bouwer grijnsde.
“We gaan het zien.”
Ik vond dat een eerlijk antwoord.

Telefoontjes. Altijd hetzelfde patroon. Papa belt opa. Zegt stoer dat we vertrekken. Wordt daarna stil. Zegt: “Ja.” En hangt op. Zijn moeder? “Doe voorzichtig.” “Ja mam.” “Echt voorzichtig.” “Ja mam.” Hij wordt dan ineens weer zestien. Het is fascinerend.

Wij belden ook. Meer chaos. Meer lachen. Minder drama.
“Ja, we gaan echt!”
“Nee, hij leeft nog!”
“Ja, de boot ook!”
Prioriteiten.
“Oké,” zei Frida.
Dat betekent: het is tijd.
Niet: misschien.
Niet: straks.
Gewoon: nu.

Lijnen los. Geen motor. Bewust. Ik vond dat goed. Als het fout gaat, wil je weten waarom. Niet gokken.

“Zeilen klaar?” riep papa.
“Altijd,” zei ik.
“Meer dan jij,” zei Alyssa.
“Dat is niet moeilijk,” zei Frida.
Hij negeerde het. Slim.

“Hijsen.” Zeilen omhoog. Wind erin. Niet veel. Maar genoeg. Ik voelde het meteen. Balans. Druk. Beweging. Dit klopte.

We gleden weg van de kade. Zonder geluid. Zonder gedoe. Gewoon… beweging.
“Daar gaan we,” zei Eline.
“Ja,” zei papa.
Maar hij zei het anders. Rustiger.
Piteå verdween langzaam achter ons.
Ik keek naar de koers. Bureå.
Papa had kennissen daar wonen aan het water en het was de bedoeling dat we daar gingen aanleggen en alles nog eens controleren. Computers testen enz enz. Duidelijk. Eenvoudig. Als je weet wat je doet.

Papa stond aan het roer. Alsof hij controle had. Ik liet hem. Soms moet je mensen dat gevoel geven.
“Je zit iets te laag aan de wind,” zei ik.
“Dat was precies mijn plan,” zei hij.
“Nee,” zei ik.
Hij keek me aan.
“Oké misschien niet.”
Vooruitgang.

De wind trok iets aan. Het schip begon beter te lopen. Niet snel. Maar efficiënt. Dat is belangrijker.
“Dit voelt goed,” zei Alyssa.
“Dit is efficiënt,” zei ik.
“Dit is saai,” zei Eline.
“Dit is veilig,” zei Frida.
Vier perspectieven.
Allemaal correct. Ik keek naar de zeilen. Trim iets aanpassen. Kleine correctie. Meer snelheid.
“Zo,” zei ik.
Het schip reageerde meteen. Papa keek verbaasd.
“Wat deed je?”
“Mijn werk,” zei ik. Ik had niet voor niets zeezeilen geleerd van de buurman ik wist wat ik deed maar gaf papa het gevoel dat hij het overzicht had en de controle en ja heel eerlijk ik was trots op zo een vader en op me zussen maar speciaal op me vader. Je moet het maar durven met vier eigenwijze meiden de wereld over te willen zeilen. Even was het stil. Dat gebeurt niet vaak. En meestal betekent het dat iemand iets gaat zeggen.

Eline. Natuurlijk. “Dus… kapitein.” Papa zuchtte al. “Ja?” “Als dit zo goed blijft gaan…” Ik keek haar al aan. “…kunnen we dan straks iets doms doen?” Daar was hij. Frida lachte. Alyssa ook. Ik niet. Nog niet.

Papa keek naar ons. Toen naar het water. Toen naar de zeilen. Toen weer naar ons. Hij dacht na. Dat was nieuw.
“Waarschijnlijk wel,” zei hij.
Ik keek naar de koers. Naar de wind. Naar het schip. Alles klopte. Voor nu. En dat is precies het moment waarop je moet opletten. Want ervaring leert: Als papa zegt “dit gaat goed”… dan begint het pas.

Maar voor nu? Voor nu voeren we. Zonder motor. Zonder problemen. Richting Bureå. En eerlijk? Volgens mijn berekening… ging het bijna verdacht goed.

Geef een reactie