66. Tussen Thuis en de Zee
“Frida?”
“Ja pap?”
“Welke haven heb je eigenlijk uitgezocht?”
Frida keek nauwelijks op van de kaartplotter.
“Marina de Cascais.”
Ik bleef haar even aankijken.
“Oh ja. Dat is een luxe haven.”
Alyssa draaide direct haar hoofd om.
“Luxe als in: netjes? Of luxe als in: pap krijgt hartkloppingen bij het havengeld?”
“Het tweede,” zei ik.
Eva begon te lachen. Frida haalde haar schouders op alsof het de normaalste zaak van de wereld was.
“Goede beschutting. Prima voorzieningen. Dicht bij Lissabon. Genoeg diepgang. Goede reviews. En als we daar liggen, kunnen we ook makkelijk boodschappen doen en eventueel iemand ophalen of wegbrengen.”
Bij dat laatste keek ze heel kort naar mij. Niet lang. Maar lang genoeg. Ik wist meteen wat ze bedoelde. Emma’s ouders. Die waren onderweg. Emma wist nog van niets. En dat moest vooral zo blijven. Ik knikte alleen maar.
“Goed gekozen.”
Frida keek even op.
“Meen je dat?”
“Ja. Echt.”
Ze probeerde serieus te blijven, maar ik zag haar mondhoek omhoogtrekken.
Alyssa zag het ook.
“Ze straalt.”
“Doe normaal.”
“Kapitein Frida straalt.”
“Ik gooi jou straks overboord.”
“Kan niet. Dan mis je je beste bemanningslid.”
“Dat ben jij niet.”
“Dat zeg je alleen omdat pap luistert.”
De Freja Luna gleed rustig zuidwaarts langs de Portugese kust. De zee was kalm genoeg om iedereen in de kuip te laten ontspannen, maar levendig genoeg om je eraan te herinneren dat de Atlantische Oceaan nooit helemaal sliep. Het grootzeil stond mooi vol. De donkerblauwe romp trok een zachte schuimstreep door het water. Af en toe klapte er een golfje tegen de boeg alsof de zee even wilde laten weten dat ze er nog was. Emma zat naast Eline op de bank in de kuip. Blootsvoets natuurlijk, zoals iedereen aan boord. Haar oranje muts lag naast haar op het kussen, want de zon was warm genoeg geworden om hem even af te zetten. Eline zat met opgetrokken knieën naast haar en keek niet naar de kust, maar naar Emma.
Dat viel me op. Eline had zo’n blik die meestal betekende dat er iets in haar hoofd zat dat eruit moest. En als Eline iets in haar hoofd had dat eruit moest, dan kwam het eruit. Vroeg of laat. Meestal vroeg.

“Emma?”
“Ja?”
“Hoe is Honningsvåg eigenlijk nu?”
Emma keek haar aan.
“Hoe bedoel je?”
“Gewoon. Thuis. De haven. School. Alles.”
Het werd net iets stiller in de kuip. Frida keek nog steeds naar voren, maar ik zag aan haar houding dat ze meeluisterde. Eva liet haar boek een stukje zakken. Alyssa stopte met haar eeuwige commentaar. Zelfs ik zei niets. Emma dacht even na.
“Honningsvåg is nog steeds Honningsvåg.”
“Dat is geen antwoord.”
Emma glimlachte.
“Jawel. Jij weet precies wat ik bedoel.”
Eline keek naar haar blote voeten.
“Misschien wel. Stellan zijn boot is te koop, zeilen lukt hem niet meer. Ik zou de boot wel willen hebben maar we kunnen het niet betalen. Hij vraag er 700.000 NOK voor en dat hebben we echt niet.”
“Het is wel een mooi schip met mooie herinneringen.” Zei Eline
Emma keek naar zee.
“Het is rustiger zonder jullie.”
“Dat geloof ik niet.”
“Echt wel. Op school ook.”
Eline trok een gezicht.
“School mist mij natuurlijk enorm.”
“Vooral de leraren.”
“Zie je wel.”
“Maar niet op de manier die jij denkt.”
Alyssa proestte het uit. Eline wees zonder op te kijken naar haar.
“Jij hoeft niet te lachen. Jij bent erger.”
“Dat is niet waar.”
“Wel waar. Jij doet alleen alsof je verstandig bent.”
“Dat heet camouflage.”
Emma lachte zacht, maar haar gezicht werd daarna weer serieuzer.
“Op school vragen ze wel vaak naar jullie.”
“Echt?”
“Ja. Vooral naar jou.”
Eline keek verbaasd op.
“Naar mij?”
“Ja.”
“Waarom?”
“Omdat het ineens veel stiller is.”
“Dat vind ik beledigend.”
“Dat is het ook een beetje.”
Iedereen lachte, maar deze keer bleef de lach niet lang hangen. Want onder die grap zat iets anders. Iets wat Eline zelf ook voelde. Ze keek naar de horizon.
“Mis je mij?”
Emma knikte langzaam.
“Soms wel. Eigenlijk altijd.”
“Wat dan?”
“Gewoon… het normale. Naar school fietsen. Mensen zien waar je heel vriendelijke tegen bent. De supermarkt samen gekke dingen doen. De haven. De kou zelfs de sneeuwballen gevechten met jou en de boys van de voetbal.”
Eline knikte.
“Ja.”
Daarna bleef ze even stil. Voor Eline was dat bijna een gebeurtenis op zich. Toen zei ze zachter:
“Ik mis het soms ook.”
Niemand zei iets. Zelfs Alyssa niet. Eline keek niet naar ons. Ze keek naar haar handen.
“Ik mis ons huis. Mijn kamer. De haven. De bergen. Dat rare licht daar. En school ook een beetje.”
Alyssa trok haar wenkbrauwen op.
“School?”
Eline keek haar streng aan.
“Een beetje zei ik.”
“Dat moet genoteerd worden.”
“Doe dat en ik gooi jouw chocoladevoorraad in zee.”
“Die heb ik niet.”
“Leugenaar.”
Eva glimlachte, maar zei niets. Frida keek heel even achterom. Haar gezicht was zacht geworden. Eline slikte.
“Maar weet je wat het stomme is?”
Emma keek haar rustig aan.
“Wat?”
“Ik mis het wel… maar ik wil dit ook voor geen goud missen.”
Ze keek nu naar de zee.
“Nee, verkeerd. Ik wil het zeilen voor geen goud missen. Niet de stormen natuurlijk, en ook niet dat pap soms denkt dat hij grappig is, want dat is gewoon zwaar werk voor ons allemaal.”
“Dank je,” zei ik droog.
“Graag gedaan.”
Er kwam een kleine lach door de kuip, maar Eline praatte verder. En omdat ze verder praatte, bleef iedereen luisteren.
“Maar dit…” Ze maakte een gebaar naar de zee, naar de Freja Luna, naar ons allemaal. “Dit is anders. Op school leer je sommen en geschiedenis en dingen waarvan je later waarschijnlijk de helft vergeet.”
“Dat is niet helemaal de bedoeling,” zei Frida.
“Nee, maar het gebeurt wel.”
“Daar heeft ze een punt,” mompelde Alyssa.
Eline ging door.
“Hier leer je dingen die je voelt. Wind. Water. Bang zijn. Niet opgeven. Elkaar vertrouwen. Dat Frida heel irritant kan doen maar eigenlijk best een goede kapitein is.”
Frida keek om.
“Best?”
“Ja, ik wil het niet overdrijven.”
Emma glimlachte.
Eline keek weer naar haar.
“En ik vind het fijn dat jij erbij bent.”
Emma’s gezicht veranderde. Niet veel. Maar genoeg.
“Echt?”
“Ja. Want jij weet nog hoe thuis voelt. Als jij over Honningsvåg praat, dan is het alsof het niet helemaal weg is. Alsof het gewoon daar ligt te wachten tot wij terugkomen.”
Emma keek naar haar handen.
“Dat ligt het ook.”
“Denk je?”
“Ja.”
“Ook als wij veranderen?”
Emma keek op.
“Juist dan.”
Die zin kwam binnen. Niet hard. Maar diep. Ik voelde hem zelf ook. Want dat was precies waar deze reis over ging. Niet over havens. Niet over routes. Niet over zeilen, kaarten, wind of havengeld in veel te dure marina’s. Het ging erom dat we veranderden. Allemaal. En dat thuis misschien niet alleen een plek was waar je vandaan kwam, maar ook iets wat je meenam. In je hoofd. In je hart. In de mensen naast je. Eva legde haar boek helemaal weg. Alyssa zat opvallend stil. Frida keek naar de instrumenten, maar ik zag dat haar ogen glansden. Emma schoof iets dichter naar Eline toe.
“Op school zou je nu waarschijnlijk ruzie hebben met de wiskundeleraar,” zei Emma zacht.
“Dat is niet waar.”
Emma keek haar aan.
Eline zuchtte.
“Oké, misschien.”
“En daarna zou je zeggen dat je het systeem niet vertrouwt.”
“Dat heb ik één keer gezegd.”
“Vier keer.”
“Het systeem was ook verdacht.”
Nu moest iedereen lachen. Ook Eline. Maar toen keek ze ineens omhoog. Naar de lucht. Niet overdreven. Niet theatraal. Gewoon even. Een klein gebaar. Alsof ze iemand groette die wij niet konden zien. Ik wist meteen wat het was.
Luna.
Eline deed dat soms. Als ze haar moeder miste en even niet wist waar ze met dat gemis naartoe moest, zwaaide ze heel klein naar boven. Niet om aandacht te trekken. Niet om dramatisch te zijn. Gewoon omdat ze ergens diep vanbinnen nog steeds geloofde dat mama haar dan zag. Emma zag het ook. Ze zei niets. Ze pakte alleen Eline’s hand. En Eline liet het toe. Dat was misschien nog wel het bijzonderste van alles.Frida draaide zich toen om. Haar stem was rustig, maar ik hoorde dat ze moeite deed om kapitein te blijven.
“Pap?”
“Ja?”
“We naderen straks het drukker gebied voor Cascais. Wil jij het laatste stuk nemen?”
Ik stond op. Niet omdat Frida het niet kon. Maar omdat ze zelf voelde dat het moment te kwetsbaar was geworden. De hele kuip hing nog vol met Eline’s woorden, met Emma’s stilte, met Honningsvåg, met Luna, met thuis. Sommige momenten moet je niet kapotmaken door te doen alsof er niets aan de hand is. Ik legde mijn hand kort op Frida’s schouder.
“Goed gedaan, kapitein.”
Ze knikte. Meer niet. Maar dat was genoeg. Ik nam plaats achter het stuurwiel en keek vooruit. Voor ons lag de Portugese kust. Cascais kwam langzaam dichterbij. Een luxe haven, had ik gezegd. Maar op dat moment dacht ik dat geen enkele haven ter wereld werkelijk luxe genoeg was voor wat ik net in die kuip had gezien. Vijf jonge vrouwen. Mijn vier dochters en bonusdochter Emma.
Blote voeten op het dek. Chocolademelk binnen handbereik. Wind in hun blonde haren. En allemaal onderweg naar iets wat niemand van ons nog precies kon uitleggen. Achter ons lag Honningsvåg. Voor ons lag Marina de Cascais. En ergens tussen die twee plekken in groeiden de meiden harder dan ik soms kon bijhouden.
Ik keek even omhoog. Niet lang. Gewoon even. Zoals Eline dat deed. Toen fluisterde ik zacht:
“Zie je ze, Luna?”
De Freja Luna gleed verder.
En ik nam het commando over.
