59. Waar Dochters Kapiteins Worden

59. Waar Dochters Kapiteins Worden

Ik meldde me uiteindelijk bij de havenmeester van A Coruña. Aardige vent. Getekend gezicht. Doorleefde ogen.
Handen van iemand die zijn hele leven met touwen, diesel en zout water had gewerkt. Een oude zeebaas. Dat werd binnen dertig seconden duidelijk. Zijn kantoor rook naar koffie, kaarten en een soort oude vochtige havenlucht die je alleen vindt bij mensen die langer op zee hebben geleefd dan aan wal.

Hij keek eerst naar buiten richting de Freja Luna.
Toen weer naar mij.

“Hermoso barco,” zei hij langzaam.
“Gracias.”
Hij knikte goedkeurend.
“Barco fuerte. Barco de verdad.”
Dat compliment deed me meer dan ik wilde toegeven.
Maar daarna keek hij opnieuw naar buiten waar Frida en Alyssa nog bezig waren aan dek. Vervolgens ging hij verder in perfect engels.
“Those girls yours?”
“Yes.”
Hij keek zichtbaar verbaasd.
“I watched your arrival. Those young girls handled that yacht better than many grown men.”
Ik moest lachen.
“They like hearing that, but I’d better not tell them, or they’ll get a big head..”
“Especially the smaler one,” zei hij terwijl hij naar Alyssa wees. “Very calm.”
“That big girl next to her was the captain for this trip.,” zei ik trots.
Hij keek direct opnieuw.
“Her?”
“Yes.”
De oude man begon langzaam te glimlachen.
“Then your daughters were raised correctly.”
Dat was misschien wel het mooiste compliment dat ik in maanden had gekregen.

Toen ik uiteindelijk terugliep naar de Freja Luna hoorde ik ze al voordat ik aan boord stapte. Geen radio. Geen muziekbox. Gewoon vier stemmen. In het Zweeds. Waarom Zweeds? Geen idee. Maar ergens tussen het opruimen, handdoeken vouwen en natte zeilkleding ophangen stonden ze gewoon Oppna Landskap van Ulf Lundell te zingen alsof we midden in Stockholm lagen in plaats van Noord-Spanje.

En eerlijk? Het klonk nog goed ook. Daarna ging het moeiteloos over in Det Vackraste van Cecilia Vennersten. Wat eigenlijk altijd grappig blijft omdat half Europa denkt dat ze Italiaans is terwijl ze gewoon Zweeds blijkt te zijn. Ik bleef even stil in de ingang van de kajuit staan luisteren. Frida zong redelijk zuiver. Eva verrassend mooi zacht. Alyssa half serieus half lachend. En Eline? Die kende waarschijnlijk maar zestig procent van de tekst maar zong de rest met volledige overtuiging alsof niemand het verschil hoorde. Dat kind had echt nul schaamte. Toen zagen ze me staan.

“Papa kijkt emotioneel,” zei Alyssa direct.
“Ik kijk helemaal niet emotioneel.”
“Jawel,” zei Eva lachend.
“Je hebt die blik.”
“Welke blik?”
“Die ‘mijn dochters worden volwassen blik.”
Vreselijk irritant hoe goed ze me inmiddels konden lezen.
Ondertussen lag Eline alweer languit op de bank.
Zak chips erbij.
Voeten omhoog.
Volledig hersteld van de Atlantische oorlog.

Frida, Alyssa en Eva zaten ondertussen alweer over kaarten, routes en weersinformatie gebogen alsof ze een professionele bemanning waren.
“En jij helpt niet mee?” vroeg ik aan Eline.
Ze keek niet eens op.
“Ik ben Zwitserland.”
“Hoe bedoel je?”
“Ik wil alleen herinneringen opdoen.”
Ik moest lachen.
“Mooi verhaal. Lekker kort ook.”
“Dank je.”

Dat was dus Eline.
Volledige chaos verpakt als filosofie.
Niet veel later vertelde ik over de tips van de havenmeester.
“El De Alberto schijnt goed te zijn,” zei ik.
“Wat voor goed?” vroeg Alyssa direct.
“Goed goed.”
“Dus niet toeristen-goed?”
“Nee.”
“Mooi.”
Want de meiden aten werkelijk alles.
En niet zomaar eten.
Nee.

Het waren echte fijnproevers geworden.

Waarschijnlijk omdat ze jarenlang overal in Scandinavië, Duitsland en Noorwegen van alles hadden geprobeerd tijdens reizen. Een uur later liepen we door de natte straten van A Coruña richting het restaurant. De lucht rook naar regen en zee. De stad leefde weer nu de storm verdwenen was. El De Alberto bleek precies zo’n plek waar je normaal alleen terechtkomt via locals. Geen toeristische troep. Geen schreeuwerige muziek. Gewoon een oud restaurant met donkere houten balken, warme verlichting en personeel dat direct zag dat wij van zee kwamen. Nog voordat we zaten verscheen er brood op tafel.

Eline knikte goedkeurend.
“Dit vertrouw ik.”

“Waarom?” vroeg Frida terwijl ze naar het brood keek.
“Goede restaurants voeren je eerst voordat ze je financieel compleet uitkleden.”
Zelfs de ober moest lachen terwijl hij het mandje brood neerzette.
“Jullie komen uit Noorwegen?” vroeg hij ineens.
Dat accent…
Geen twijfel mogelijk.
Oslo.
We keken hem allemaal verbaasd aan.
Maar natuurlijk was het Eva die als eerste reageerde.
“Ja,” zei ze droog. “Maar wel het echte Noorwegen. Honningsvåg.”
De man begon direct te lachen.
“Laat me raden… jullie schip heet de Freja Luna?”
Eva keek naar onze kleding en schoot in de lach.
“Ja hehe… anders liepen we niet als een reclamecampagne rond.”
“Freja,” zei de ober glimlachend. “Godin van schoonheid. Met zulke meiden aan boord past die naam perfect.”
En ja hoor…
Daar was Eline weer.
Ze ging direct iets rechter zitten en keek hem wantrouwend aan.
“Wat wil je daar precies mee zeggen?”
De ober keek verbaasd.
“Je blijft van mijn zussen af,” vervolgde Eline bloedserieus.
Alyssa liet bijna haar drinken vallen van het lachen.
“Geen zorgen,” zei hij lachend terwijl hij zijn trouwring omhoog hield. “Ik ben getrouwd.”
“Dat zegt tegenwoordig helemaal niets meer,” antwoordde Eline direct.
“Je bent gewaarschuwd.”
De man keek even stil naar haar…
en begon daarna hard te lachen.
“Ja mevrouw.”

Niet veel later stond de hele tafel vol.

Pulpo.
Verse tonijn.
Garnalen.
Gegrilde groenten.
Pata negra.
Verse pasta.
Goede wijn voor mij.
En uiteraard chocolade melk voor de meiden. De ober keek verbaasd naar de combinatie.

Alyssa haalde haar schouders op.
“Wij zijn ingewikkelde mensen.”

Alyssa stond uiteindelijk langzaam op van haar stoel terwijl ze haar chocomelk vasthield.

“Even serieus,” zei ze onverwacht rustig.
Direct werd het stiller aan tafel. Ze keek naar Frida. Niet spottend. Niet sarcastisch. Gewoon oprecht.

“Ik weet dat ik je vaak irritant vind…”
“Vaak?” mompelde Frida.
“…maar jij hebt ons wel hier gebracht.”
Frida keek direct ongemakkelijk naar haar bord.
“Na alles van de afgelopen dagen,” ging Alyssa verder, “die storm, die chaos en die krankzinnige oceaan… ben ik eigenlijk best trots op onze kapitein.”
Nu keek zelfs Frida verbaasd op.
“En voor iemand die normaal drie keer per dag in paniek raakt omdat iemand een handdoek verkeerd opvouwt…”
“Hou op hoor,” zei Frida direct rood wordend.
“…deed je het eigenlijk best goed.”
Dat laatste zorgde ervoor dat iedereen begon te lachen.
Maar precies daardoor werd het moment alleen maar echter.
Frida kreeg een rood hoofd tot achter haar oren terwijl zelfs mensen aan andere tafels glimlachend onze kant op keken.

En eerlijk?

Ik denk niet dat complimenten van haar zussen ooit zoveel voor haar hadden betekend als op dat moment.
Frida schudde lachend haar hoofd.

“Kunnen we nu weer gewoon eten voordat dit emotioneel wordt?”