56. De Oceaan Kijkt Terug

56. De Oceaan Kijkt Terug

De avond voordat we zouden vertrekken hing er een vreemde spanning aan boord van de Freja Luna. Niet angstig. Niet zwaar. Maar wel dat gevoel dat iedereen diep vanbinnen wist dat de reis die nu kwam anders zou worden dan alles daarvoor. Groter. Ruiger. Meer oceaan dan zee. Frida zat al uren gebogen over kaarten, reisboeken en weerberichten alsof ze persoonlijk oorlog aan het voorbereiden was tegen de Atlantische Oceaan. Uiteindelijk schoof ze haar stoel naar achteren.

“Ik denk dat ik een route heb gevonden.”

Iedereen keek op. Zelfs Eline stopte tijdelijk met het eten van chips alsof er iets historisch ging gebeuren. Frida wees op de kaart.

“We gaan richting A Coruña.”

Ze keek even trots rond alsof ze zojuist persoonlijk een continent ontdekt had.

“Daar hebben ze een mooie haven midden in de stad. Porto Deportivo do Freixo.”
“Dat klinkt duur,” mompelde Alyssa.
“Alles klinkt duur voor jou.”
Frida trok verder met haar vinger langs de Spaanse noordkust.
“We gaan via Spaans Baskenland… daarna Cantabrië… en vervolgens langs de kust van Galicië.”
Eva keek aandachtig mee.
“En daar begint het leuke gedeelte zeker?”
Frida glimlachte langzaam.
“Cabo Ortegal. En daarna Cabo Fisterra.”
Zelfs ik keek even op van mijn koffie.
Cabo Fisterra.
De Kaap van het Einde van de Wereld.
Eeuwen geleden dachten zeelieden letterlijk dat daar de wereld ophield. Dat je daarna simpelweg van de aarde af kon varen. En eerlijk? Met slecht weer voelde dat waarschijnlijk nog steeds zo.

“De stromingen kunnen daar gemeen worden,” zei Frida serieus. “En de wind bouwt zich vaak op rond de kaap. De zee kan daar echt smerig worden.”

“Hoe smerig?” vroeg Alyssa voorzichtig.
“Zo smerig dat niemand naar buiten gaat of je bent dubbel gezekerd, dit wordt heftig denk ik, weet ik.”
Frida keek haar aan.
“Denk aan alles wat jij haat.”
“Dus ik ga sterven.”
“Nee.”
“Bijna sterven?”
“Waarschijnlijk.”
Eline keek direct enthousiast op.
“DIT WORDT GEWELDIG.”
“Jij hebt echt mentale hulp nodig,” mompelde Alyssa.
Ondertussen stond Eline vijf minuten later alweer buiten op het dek.

Björn.

Verderop voer het schip van zijn ouders langzaam de haven uit richting het noorden. Eline leunde tegen de reling en zwaaide alsof hij vertrok naar een oorlog van tien jaar. En eerlijk? Misschien voelde het voor haar ook zo. Hij stond achterop hun schip terug te zwaaien terwijl de afstand langzaam groter werd. Tot hij uiteindelijk nog maar een kleine stip tussen de masten was. Eva kwam naast haar staan.

“Je overleeft het wel hoor.”
“Dat weet ik zelf ook wel, maar ben vergeten zijn nummer te vragen” zei Eline eigenwijs terwijl ze bleef kijken.
Maar haar stem klonk een stuk zachter dan normaal. Beneden aan boord ging de voorbereiding ondertussen gewoon door. Want deze tocht werd anders. Geen 48 uur.

Geen “we zien wel even hoe het loopt.”

Nee. Dit werd serieus varen. Ik had het ingeschat op vier tot vijf dagen. Misschien langer als de wind tegen zou zitten. Misschien korter als de Atlantische Oceaan een keer vriendelijk wilde doen. Maar dat laatste leek me persoonlijk onwaarschijnlijk. “We moeten de kaap oversteken tijdens een lagedrukgebied,” zei Frida terwijl ze opnieuw de weerkaarten controleerde.

“Anders krijgen we echt zware zee.”
“Hoe zwaar?” vroeg Eva.
Frida keek even naar buiten.
“Laten we zeggen dat iedereen dan heel snel respect krijgt voor emmers. Buiten zal iedereen dubbel gezekerd zijn.”
Alyssa zuchtte diep.
“Ik wist dat dit ging gebeuren.”

Maar toch ging iedereen mee het dorp in om te bunkeren. Alsof het een kleine expeditie werd. Watertanks vullen. Voorraden aanvullen. Reserveonderdelen hadden we nog genoeg. Extra lijnen waren ook allemaal in orde. Medicatie. En vooral heel veel eten.Eline nam haar taak bloedserieus.

Of nou ja…

Min of meer. Want waar de rest bezig was met praktische zaken liep zij voornamelijk met armen vol chips, koek, snoep en chocolade alsof ze persoonlijk een supermarkt aan boord wilde openen.

“We hebben ook normaal eten nodig,” zei Frida.
“Dit IS normaal eten.”
“Voor een wasbeer misschien.”
Ondertussen kwamen de meiden terug met nieuwe kleding alsof ze drie maanden gingen overwinteren op Antarctica.
“Hebben jullie écht nog meer kleding nodig?” vroeg ik.
Iedereen keek mij aan alsof ik compleet krankzinnig geworden was.
“Pap,” zei Eva rustig. “Dat is niet hoe vrouwen werken.”
En daar ging mijn creditcard weer. De havenmeester kwam later die middag nog langs om afscheid te nemen. Een oudere man met een verweerd gezicht die de Freja Luna inmiddels duidelijk in zijn hart gesloten had. Hij gaf me een hand.

“Veilige reis.”
“Dank je.”
Hij keek even naar de lucht boven zee.
“De oceaan is deze week onrustig.”
“Dat hoorde ik ook.”
Hij knikte langzaam.
“Maar jullie schip kan het hebben.”
Ik keek naar de Freja Luna. Naar haar hoge boeg. De sterke romp. De mast die zacht bewoog in de wind.

“Oh,” zei ik rustig. “Daar maak ik me geen zorgen over.”
Hij glimlachte.
“De bemanning?”
Ik keek richting de meiden die lachend met tassen over de steiger liepen.
“Dat,” zei ik zacht. “Moeten we nog even afwachten.”
Niet veel later werden de lijnen losgegooid. De motor sloeg zwaar en vertrouwd aan. Langzaam voeren we de haven uit terwijl de muren van het oude stadje achter ons kleiner werden. Frida stond aan het roer. De kapitein. Rustig. Gefocust. Serieus.

“Vooruit waarom ben ik zo zenuwachtig,” zei ze kalm.
“Rustig aan meisje ik ben er ook nog en als je twijfelt ergens over gewoon roepen,” zei ik
“Beloofd”

Buiten de havenmonding begon de Atlantische deining direct onder het schip door te rollen. Groter. Dieper. Langzamer. Anders dan de Noordzee Daar ergens lag Cabo Fisterra. De Kaap van het Einde van de Wereld. Heel eerlijk vond ik het best een uitdaging wat Frida bedacht had. Ik kende die kust. De grillen van de Atlantische Oceaan ook. De zee daar kon verraderlijk zijn. Niet eens door enorme stormen, maar juist door hoe snel alles kon veranderen. Stromingen die ineens draaiden. Wind die urenlang rustig bleef en vervolgens besloot compleet los te gaan. Niet dat het me echt bang maakte. Maar het hield me wel bezig. Misschien ook omdat ik langzaam begon te beseffen dat de meiden volwassen werden. Niet alleen ouder… maar zelfstandiger. Frida stond inmiddels haar mannetje als kapitein. Rustig. Berekenend. Soms irritant verstandig zelfs. Na deze etappe zou iemand anders het moeten overnemen.

En eerlijk? Misschien was het tijd om Eva eens voor de leeuwen te gooien. Alyssa maakte me wat dat betreft minder zorgen. Die had al zoveel uren op zee gemaakt bij de zeilschool dat ze bijna vergroeid leek met water. Die redde zich wel. Al zou ze waarschijnlijk eerst drie uur klagen over golven, wind, eten en het bestaan zelf. Maar Eva… Eva dacht te veel na. En mensen die te veel nadenken op zee leren soms juist het meeste. Ik keek naar buiten naar de donkere Atlantische horizon en moest onwillekeurig glimlachen.

Kleine kinderen, kleine zorgen.

Grote kinderen…

…grote oceaan.