47. Wat Een Rust… Voor Zeven Minuten
“Eten!” riep Frida plotseling vanaf de kombuis. Direct keek iedereen op alsof we dagen niets gegeten hadden. Dat gebeurde altijd zodra Frida kookte. Niemand vertrouwde haar met navigatie, maar eten… dat kon ze als geen ander. Nieuwsgierig kwamen we één voor één naar binnen. En eerlijk… zelfs ik was verrast.
“Pyttipanna?” zei Alyssa bijna beledigd.
“Waar heb jij dat ineens vandaan gehaald?”
Frida keek trots.
“Uit Zweden natuurlijk. Echt oer-Zweeds.”
De geur alleen al bracht herinneringen terug. Gebakken aardappelen, ui, stukjes vlees, een spiegelei erbovenop. Simpel eten, maar precies het soort maaltijd dat perfect werkte na een dag op zee.
“Hier word je emotioneel van,” mompelde Eline terwijl ze haar bord al vol schepte.

De zon begon langzaam te zakken achter de kustlijn. Het water kreeg die rustige gouden gloed die alleen aan het einde van de dag verschijnt. Zelfs de wind leek eindelijk moe geworden.Eva zei nauwelijks iets tijdens het eten. Dat viel me direct op. Normaal was zij degene die overal tussendoor praatte of sarcastische opmerkingen maakte richting Alyssa en Eline. Nu zat ze alleen af en toe richting het strand te kijken. Toen zag ik hem ook. Ismael. Hij liep langzaam langs de vloedlijn. Hoofd naar beneden. Handen in zijn zakken.
“Pap,” zei Eva zacht.
“Ja?”
“Ik wil nog even naar het strand.”
“Is goed,” zei ik rustig.
“Denk eraan de dinghy goed vast te leggen.”
Dat kleine glimlachje verscheen even op haar gezicht.
“Dat beloof ik.”
Nog steeds hadden wij niet echt door dat Ismael daar liep vanwege haar. Achteraf gezien was het slim van Eva om de dinghy mee te nemen. Nu konden wij alleen nog zwemmend naar de wal. Frida keek plotseling op van haar bord.
“Wat een huftertje.”
“Wie?” vroeg Eline met volle mond.
“Ismael natuurlijk.”
Ze wees richting het strand.
“Nu snap ik ineens waarom hij daar loopt.”
Alyssa stond direct op.
“Ik ga naar haar toe.”
“Ik ook,” zei Frida meteen.
Nog voordat ik iets kon zeggen doken ze allebei het water in. Twee blonde hoofden verdwenen tussen de kleine golven terwijl ze richting het strand zwommen. Vanaf het achterdek keek ik toe hoe Eva en Ismael tegenover elkaar in het zand zaten. Hij praatte veel. Met zijn handen ook. Zo iemand die duidelijk wist dat hij fout zat. Eva luisterde. Rustig. Maar met die blik die ik inmiddels kende. Niet boos.
Gewoon eerlijk. Uiteindelijk bood hij zijn excuses aan. Niet half. Niet gespeeld. Gewoon oprecht. En Eva? Die vergaf hem uiteindelijk ook. Maar niet zomaar. Eerst maakte ze één ding heel duidelijk. “Als je een vriendin hebt,” hoorde ik haar zeggen terwijl de wind de woorden half meenam, “dan haak je niet aan bij iemand anders.” Ismael knikte alleen. Hij vertelde dat hij eerlijk was geweest tegen zijn vriendin. Alles opgebiecht. En dat zij hem daarna direct verlaten had. Maar voor Eva veranderde dat niets meer.
“Vrienden,” zei ze uiteindelijk.
“Meer niet. Minder ook niet.”
Vanaf het dek bleef ik kijken terwijl Frida en Alyssa inmiddels naast hen in het zand zaten alsof ze al uren onderdeel van dat gesprek waren.
“Pap,” zei Eline ineens naast me.
“Waarom gaan wij eigenlijk niet?”
“Nee,” zei ik rustig terwijl ik achterover leunde.
“Eva redt zich prima.”
Eline keek even naar het strand.
Toen naar mij.
“Nou dan ga ik.”
En plons…
Daar ging ze.
Vol overtuiging sprong ze het water in alsof ze deelnam aan een militaire reddingsactie. Ik keek haar na terwijl ze fanatiek richting het strand zwom. En ineens… was het stil. Geen geschreeuw. Geen discussie.
Geen chaos. Alle vier mijn dochters waren weg. Ik pakte rustig mijn glas. Leunde achterover tegen de reling. Keek naar de ondergaande zon boven zee.
“Heerlijk,” mompelde ik zacht tegen mezelf.
“Wat een rust.”
“Heerlijk,” mompelde ik nog eens terwijl ik achterover leunde tegen de reling van de Freja Luna.
Wat een rust. Geen geschreeuw. Geen discussie. Geen Eline die ergens vanaf sprong. Geen Alyssa die sarcastische opmerkingen maakte. Geen Frida die alles organiseerde alsof ze kapitein was. En zelfs Eva was beneden op het strand bezig met haar eigen leven. Alle vier weg. Alleen het zachte deinen van het schip bleef over. Het water tikte rustig tegen de romp terwijl de avondzon langzaam lager zakte. Ik sloot mijn ogen heel even. Gewoon even genieten. Dat “heel even” veranderde ongemerkt in dutten. Half slapend voelde ik de boot zacht bewegen op de kleine golven. In de verte hoorde ik vaag gelach vanaf het strand. Meeuwen. Wind. Water.
Tot plotseling iets langs mijn half geopende ogen schoof. Eerst drong het niet echt tot me door. Daar dreef een dinghy voorbij. Ik schoot in de lach. Dacht bij mezelf iemand vergeten vast te leggen. Ik keek er loom naar alsof mijn hersenen nog niet volledig wakker waren.
“Grappig,” mompelde ik slaperig.
“Daar drijft een dinghy zonder iemand erin.”
Nog steeds besefte ik niets. Pas drie seconden later schoot ik overeind. Mijn ogen werden groot. “Gatverpielekes…” DAT was onze dinghy. Ik vloog letterlijk overeind van mijn stoel waarbij bijna mijn glas omviel. Mijn hart sloeg direct drie keer zo snel. “Nee nee nee nee nee…” Al scheldend op mezelf rende ik naar de achterkant van het schip. “Natuurlijk… NATUURLIJK… dat had ze extra moeten controleren!” maar ja Eva…. Zonder nadenken dook ik het water in. Koud. IJskoud. Maar adrenaline doet rare dingen met een mens. Ik zwom zo hard mogelijk achter het bootje aan terwijl dat ellendige ding rustig verder dreef alsof het expres van me weg wilde blijven lopen.

“Kom hier jij kloteding!”
Vanaf het strand zagen de meiden ineens beweging ontstaan.
“Waarom zwemt pap ineens zo hard?” hoorde ik Alyssa roepen.
Frida stond direct op.
“O nee…”
Eva draaide zich om.
“Wat?”
“De dinghy!”
Zelfs vanaf afstand hoorde ik Eline lachen.
“Nee hè! Die is los!”
“ELINE!” schreeuwde Frida.
“DIT IS NIET GRAPPIG!”
Maar Eline lag inmiddels dubbel in het zand.
Ik zwom ondertussen alsof mijn leven ervan afhing. Iedere keer als ik dichterbij kwam draaide dat rotding net weer een halve meter verder weg op de stroming.
“Blijf… liggen…” hijgde ik.
Uiteindelijk kreeg ik met één arm de lijn te pakken.
“YES!”
Direct trok ik het bootje naar me toe terwijl ik half buiten adem aan de zijkant hing. En precies op dat moment hoorde ik vanaf het strand gejuich. Letterlijk gejuich. Mijn eigen dochters stonden te applaudisseren. Zelfs Eva lachte inmiddels. “Goed gedaan pap!” riep Alyssa.
“Wil je nog een rondje zwemmen of was dit genoeg cardio?”
“Hou je mond!” riep ik terug. Eline stond inmiddels tot haar knieën in het water van het lachen.
“Pap werd aangevallen door een wilde dinghy!” Frida probeerde serieus te blijven maar verloor het uiteindelijk ook. Ik hing uitgeput aan de zijkant van het bootje en keek richting de ondergaande zon.
Rust… Dat had exact zeven minuten geduurd.
Later die avond liepen Eva en Ismael samen naar de andere kant van het strand. De zon hing inmiddels laag boven zee en het strand werd langzaam stiller. Alleen het geluid van kleine golven bleef over. Maar één persoon had het direct door. Eline. Die kleine zag werkelijk alles. Vanaf afstand keek ze wantrouwend richting de twee terwijl ze met haar armen over elkaar in het zand stond.
“Wat kijkt zij nou weer?” mompelde Alyssa.
Frida volgde haar blik.
“O nee…”
Nog voordat iemand kon reageren zag Eline ineens iets gebeuren.
Ismael boog iets naar voren.
Alsof hij Eva een kus wilde geven.
En dat was blijkbaar exact de verkeerde beslissing.
“HEE!”
Als een raket stormde Eline over het strand richting Ismael.
“Blijf van mijn zus af of je krijgt met mij te maken!”
Volledig geschrokken deinsde Ismael achteruit alsof hij plotseling door een klein blond roofdier werd aangevallen. Het vuur straalde letterlijk uit Elines ogen.
“Het was onschuldig!” stamelde Ismael direct.
“Gewoon vriendschappelijk!”
Maar Eline gaf geen centimeter toe.
“Blijf. Van. Mijn. Zus. Af.”
Eva moest haar letterlijk tegenhouden omdat het er sterk op leek dat Eline hem anders echt had aangevlogen.
“Eline rustig!”
“Nee!”
Ze wees dreigend naar Ismael.
“Hij denkt dat hij charmant is!”
“Dat dacht ik niet eens!” verdedigde Ismael zich wanhopig.
Zelfs Eva begon nu te lachen ondanks alles. Ismael keek uiteindelijk naar de grond en zuchtte diep.
“Ik denk dat het beter is dat ik ga.”
Eva keek hem even aan. Rustig. Niet boos meer.
“Ja,” zei ze zacht.
“Dat is waarschijnlijk beter.”
Hij draaide zich langzaam om maar keek nog één keer achterom.
“Zie ik je nog eens?”
Eva haalde haar schouders op met een klein glimlachje.
“Misschien.”
En nog voordat het stil kon worden schreeuwde Eline over het hele strand: “HOOP VAN NIET!”
Zelfs Ismael moest daar uiteindelijk om lachen. Terwijl hij langzaam verdween langs de vloedlijn sloeg Eva een arm om Eline heen.
“Jij bent echt niet normaal.”
“Jawel,” zei Eline trots.
“Ik ben beveiliging.”
En ergens achter ons lag de Freja Luna rustig te deinen op het water terwijl de laatste zon langzaam achter de horizon verdween.
