67. Welkom in Cascais, kapitein

67. Welkom in Cascais, kapitein

“Cascais, Cascais, este es el velero Freja Luna en la recta final, ¿me oyes?” zei Eva geconcentreerd door de marifoon. Ik keek langzaam op. Niet omdat ik haar niet verstaan had. Integendeel. Ik had haar uitstekend verstaan. Alleen was er één klein probleem. We lagen niet voor de Spaanse kust. We lagen voor Portugal. Alyssa keek me aan met een gezicht dat zei: zeg jij het of zeg ik het? Eline zat al met haar hand voor haar mond. Frida, die naast de kaartplotter stond, keek strak naar buiten. Veel te strak. Dat deed ze altijd als ze niet wilde lachen. Uit de marifoon klonk even wat ruis. Toen kwam er een stem terug.

“Percebi perfeitamente, mas vamos mudar para inglês?”

Ik beet op mijn lip. Eva keek verbaasd naar de marifoon.

“Wat zegt hij?”
“Dat hij je perfect begrepen heeft,” zei ik.
Eva keek opgelucht.
“Zie je wel.”
“Maar hij vraagt of we misschien naar Engels kunnen overschakelen.”
Alyssa boog zich langzaam voorover.
“Waarom zou hij dat nou vragen, Eva?”
Eva keek haar aan.
“Geen idee.”
Eline kon zich niet langer inhouden.
“Omdat ze hier Portugees spreken, slimmerik.”
Het bleef één seconde stil.
Toen barstte de kuip los.

Alyssa klapte bijna dubbel van het lachen. Frida draaide zich half om en probeerde nog steeds kapiteinwaardig te blijven, maar dat mislukte volledig. Emma lachte zo hard dat haar oranje muts bijna van het kussen gleed. Zelfs Eva begon te lachen, al deed ze nog een dappere poging om beledigd te kijken.

“Ik heb geoefend,” zei ze.
“Dat heb je zeker,” zei ik. “Alleen voor het verkeerde land.”
“Spaans is toch bijna Portugees?”
“Zeg dat vooral niet tegen een Portugees,” zei Alyssa.
“Of tegen een Spanjaard,” voegde Frida eraan toe.
Uit de marifoon klonk opnieuw de stem van de havenmeester, nu duidelijk vrolijker.
“Freja Luna, this is Marina de Cascais. We understand you perfectly. Please continue in English. What is your length, draft and last port?”
Frida keek meteen professioneel.
“Lengte, diepgang, laatste haven,” zei ze kort.
Eva rechtte haar rug alsof ze haar fout nu dubbel en dwars ging goedmaken.
“Marina de Cascais, this is Freja Luna. Length twenty-three meters, last port A Coruña, Spain. Five crew plus one guest on board. Requesting berth instructions.”

Ik keek naar haar. Daar was ze weer. Mijn Eva. Rustig. Duidelijk. Alsof ze nooit net vol overtuiging Spaans had gesproken tegen een Portugese havenmeester. Er bleef even stilte op de marifoon. Toen kraakte het toestel opnieuw.Maar dit keer klonk er geen Engels. Er klonk Noors. Niet zomaar Noors. Noors met zo’n noordelijk dialect dat het leek alsof iemand rechtstreeks uit Finnmark door onze marifoon sprak.

“Freja Luna, Freja Luna, velkommen til Cascais. Guiden din venter på deg på kaien og vil hjelpe deg med å legge til kai.”

Ik keek naar de marifoon alsof dat ding ineens persoonlijk was geworden. Frida draaide zich om. Alyssa keek alsof ze niet zeker wist of ze dit echt gehoord had. Eline’s mond viel open. Emma keek van mij naar Eva.

“Was dat… Noors?”

Eva glimlachte breed. Nu was ze volledig terug in haar element.Ze pakte de marifoon, drukte de knop in en antwoordde zonder aarzelen:

“Tusen takk. Vi skal følge instruksjonene.”

De havenmeester lachte hoorbaar.

“Veldig bra, Freja Luna. Følg innseilingen rolig. Hold styrbord side. Det er litt trafikk ved moloen. Når dere kommer inn, ser dere en mann i blå jakke på babord side. Han tar imot dere.”

Eva keek naar mij.

“Hij zegt dat we rustig moeten binnenvaren, stuurboord aanhouden, er is wat verkeer bij de pier en er staat iemand in een blauwe jas aan bakboord om ons op te vangen.”
“Dank je,” zei ik.

Alyssa keek haar zus aan.

“Dus even samenvatten. Spaans in Portugal ging matig, maar Noors in Cascais gaat uitstekend.”
“Precies,” zei Eva trots.
“Logisch ook,” zei Eline. “Iedereen in Portugal spreekt natuurlijk Noord-Noors.”

Emma schoot opnieuw in de lach. Ik nam het stuurwiel steviger vast en keek vooruit. De ingang van Marina de Cascais kwam langzaam dichterbij. De zon hing laag boven de Atlantische Oceaan en zette het water in goud. Aan stuurboord lag de kust, met huizen die tegen de heuvels op leken te klimmen. Verderop lagen luxe jachten in keurige rijen. Grote witte rompen, glimmend staal, keurig opgerolde lijnen. Een haven waar zelfs de meeuwen waarschijnlijk eerst toestemming vroegen voordat ze ergens gingen zitten.

“Nou Frida,” zei ik, “je hebt ons naar een chique plek gebracht.”
Frida keek naar de haven.
“Het is wel mooi.”
“Dat is het zeker.”
Alyssa keek naar de rij jachten.
“Volgens mij kost hier ademhalen geld.”
“Dan moet Eline oppassen,” zei Eva. “Die praat het meeste.”
“Dat is een aanval op mijn persoonlijkheid,” zei Eline.
“Klopt,” zei Alyssa. “En volledig terecht.”

Emma zat naast Eline en keek naar de haven. Ze leek ontspannen, maar ik wist wat zij niet wist. Ergens, niet ver hier vandaan, waren haar ouders onderweg. Misschien al geland. Misschien zaten ze al in een taxi. Misschien stonden ze straks ineens op de kade. Ik voelde Frida naar me kijken. Heel kort. Ze wist het. Eva wist het inmiddels ook. Alyssa wist het natuurlijk ook, al was het bij Alyssa altijd de vraag of ze het geheim vooral als geheim zag of als tijdbom waar ze graag naar keek. Alleen Emma wist van niets. En Eline? Eline wist het nog niet. Met opzet. Want als Eline het wist, wist de hele Atlantische kust het binnen tien minuten.

“Pap?” vroeg Eline ineens.
“Ja?”
“Waarom kijk jij zo?”
Ik keek niet opzij.
“Hoe kijk ik dan?”
“Alsof je iets weet.”
Alyssa kuchte.

Frida keek onmiddellijk naar voren. Eva pakte overdreven zorgvuldig een lijn vast die nog helemaal niet nodig was. Emma keek nieuwsgierig naar mij. Ik hield mijn blik op de haveningang.

“Ik weet heel veel.”
“Dat bedoel ik niet.”
“Dan moet je specifieker zijn.”
Eline kneep haar ogen samen.
“Verdacht.”
“Jij vindt alles verdacht.”
“Dat komt omdat jullie vaak verdacht doen.”
“Daar heeft ze een punt,” zei Emma zacht.

Ik glimlachte.

“Bereid je maar voor op aankomst. Dan heb je minder tijd om complotten te bedenken.”
“Dat zeg jij alleen omdat er een complot is.”
“Eline,” zei Frida, nu weer helemaal kapitein, “pak jij de achterlijn maar.”
“Ja kapitein.”
“En zonder commentaar.”
“Dat is onredelijk.”
“Eline.”
“Oké dan. Met weinig commentaar.”

Ik voelde hoe de sfeer veranderde. De lach bleef, maar daaronder kwam de concentratie. Dat gebeurde altijd bij aankomst. Dan werd de Freja Luna geen drijvend huis meer, maar een schip. Dan had iedereen een taak. Frida stond naast me en keek naar de haven.

“Wind licht van bakboord,” zei ze.
“Gezien.”
“Stroom lijkt minimaal.”
“Ook gezien.”
“Die motorboot daar komt iets te ruim uit.”
“Ik zie hem.”
Ze zweeg even.
Toen zei ze zachter:
“Wil je dat ik blijf meekijken?”
Ik keek naar haar.
“Natuurlijk.”
Ze knikte.

Niet als dochter. Als kapitein. En ik vond dat prachtig. We voeren langzaam tussen de pieren door. De mast van de Freja Luna stak rustig boven de andere boten uit. De Noorse vlag achterop trok even strak in de wind en viel daarna weer slap terug. Op de kade stond inderdaad een man in een blauwe jas. Hij stak zijn hand op.

“Daar,” zei Eva.
“Ik zie hem,” zei ik.

De havenmeester kwam nog één keer over de marifoon.

“Freja Luna, welcome again. Your berth is ahead, port side. The guide will take your lines. Take your time. No rush.”
Ik drukte de knop in.
“Marina de Cascais, Freja Luna. Thank you. Proceeding slowly.”
Alyssa keek naar de kade.
“Geen haast, zegt hij. Dat is fijn. Dan kunnen we rustig extreem duur aanleggen.”
“Hou jij je maar met de stootwillen bezig,” zei Frida.
“Ja kapitein Luxe Haven.”
“Dat wordt straks jouw officiële taaknaam,” zei Eline.
“Stootwilminister van Luxe Havenzaken.”

Emma lachte en pakte haar lijn.Ik keek even naar haar. Ze stond daar, blootsvoets op het dek van de Freja Luna, haar blonde haar in de wind, haar oranje muts nog steeds op het kussen achter haar. Ze had geen idee dat deze haven voor haar meer zou worden dan alleen een plek om aan te leggen. Voor ons was Cascais een tussenstop. Voor Emma zou het straks misschien even thuis worden. De man in de blauwe jas nam de voorlijn aan. Eva gaf rustig aanwijzingen. Frida hield de afstand tot de steiger in de gaten. Alyssa deed voor de verandering precies wat ze moest doen. Eline praatte tegen de stootwil alsof die persoonlijk verantwoordelijk was voor haar taak.

“Blijf daar hangen. Niet moeilijk doen. Gewoon zacht zijn. Dat is letterlijk je enige functie.”
“Eline,” zei Frida.
“Wat? Ik motiveer hem.”
De Freja Luna gleed langzaam naar haar plek.

Ik zette de motor kort achteruit. Een zachte trilling ging door het schip. De lijnen kwamen strak. De romp kwam tot rust. En toen lagen we stil.

Marina de Cascais. Portugal. Frida liet hoorbaar haar adem ontsnappen. Ik keek naar haar.

“Goed gedaan.”
Ze keek naar de lijnen, naar de kade, naar het schip.
Toen naar mij.
“Echt?”
“Echt.”
Alyssa leunde tegen de reling.
“Kapitein Frida heeft ons naar een haven gebracht waar zelfs de steigers rijk ruiken.”
“Dank je,” zei Frida droog.
“Graag gedaan.”

Eva keek naar de marifoon en glimlachte nog steeds om haar eigen Spaanse begin. Emma stapte naast Eline op de kuipbank.

“Dus dit is Cascais.”
“Ja,” zei Eline. “En blijkbaar spreken ze hier beter Noors dan Portugees.”
“Dat is niet wat er net gebeurde.”
“Voor mijn gevoel wel.”

Ik keek naar de kade. Naar de mensen die voorbijliepen. Naar taxi’s in de verte. Naar de ingang van de marina. En ergens diep vanbinnen voelde ik die kleine spanning weer. De verrassing kwam dichterbij. Maar eerst moest de Freja Luna vastliggen. Eerst moesten de lijnen goed. Eerst moest Frida haar moment krijgen. Want dit was haar aankomst. Haar haven. Haar gekozen koers. Ik legde mijn hand op haar schouder.

“Welkom in Cascais, kapitein.”

Frida keek naar de Portugese kust, naar de luxe jachten, naar de Freja Luna die rustig tegen haar lijnen lag. En heel even zag ik niet alleen mijn oudste dochter. Ik zag de jonge vrouw die ze aan het worden was.

Ik keek naar mijn dochters, naar Emma, naar de Noorse vlag achterop, naar de Portugese zon boven Cascais.

En ik dacht:

Luxe haven of niet.

Dit was precies waar we moesten zijn.

Samen met Frida liep ik richting het havenkantoor. De rest van de bemanning was achtergebleven aan boord van de Freja Luna. Vanuit de kuip zagen we Eline alweer druk gebaren tegen Emma alsof ze persoonlijk verantwoordelijk was voor de Portugese economie. Alyssa zat met een beker chocolademelk op de kuiprand en Eva keek nog steeds naar het water.

“Die twee redden zich wel,” zei Frida.
“Welke twee?”
“Emma en Eline.”
“Dat dacht ik ook.”

Frida glimlachte. We liepen verder over de steiger richting het havenkantoor. De havenmeester zag ons direct aankomen.
“Velkommen tilbake!” riep hij.
Frida straalde onmiddellijk.

Binnen een paar seconden zaten ze samen Noors te praten alsof ze elkaar al jaren kenden. Ik bleef ernaast staan luisteren. Het viel me iedere keer weer op hoe natuurlijk Frida overschakelde naar de taal van thuis. Alsof er ergens diep vanbinnen altijd een stukje Finnmark meereisde, waar ter wereld we ook waren. De havenmeester vroeg hoe lang we wilden blijven.

Voordat ik iets kon zeggen antwoordde Frida direct: “Én natt.”
Ik keek haar aan.
“Één nacht?”
Ze haalde haar schouders op.
“Dat was toch het plan?”
“Dat was voordat ik de rekening zag van de diesel, de overtocht, de boodschappen en de hoeveelheid chocolademelk die hier dagelijks verdwijnt.”
De havenmeester begon al te lachen.
“Hoeveel nachten dan?” vroeg hij.
“Vier of vijf.”
Frida draaide zich direct om.
“Vier of vijf?”
“Zeker.”
“Pap, deze haven kost een vermogen.”
“Dat weet ik.”
“Voor dit havengeld koop je bijna een tweedehands auto.”
“Dan is het maar goed dat we geen auto nodig hebben.”

De havenmeester schoot hardop in de lach.

“Dat argument hoor ik hier niet vaak.”
“Ik gebruik het regelmatig.”

Frida schudde haar hoofd. De man tikte wat gegevens in op zijn computer. “Vier nachten kan. Vijf ook. Jullie liggen op een mooie plek. Dicht bij het centrum. Willen jullie langer blijven dan moeten jullie naar de andere kant, de Disney Dream komt over zes dagen binnen.”

“Zie je wel,” zei ik.
Frida keek me aan.
“Je hebt dit allang besloten hè?”
“Misschien.”
“Je hebt het zelfs besloten voordat we binnenliepen.”
“Ook mogelijk.”
Ze zuchtte overdreven diep.
“Waarom vraag je het dan nog?”
“Omdat ik graag de indruk wek dat jij kapitein bent.”
De havenmeester moest zo hard lachen dat hij zijn bril even afzette. Frida keek hem verontwaardigd aan.
“Dat helpt niet.”
“Sorry,” zei hij lachend. “Maar hij heeft wel gevoel voor humor.”
“Dat is helaas waar.”

Niet veel later liepen we terug richting de Freja Luna. De Portugese zon stond inmiddels lager boven de marina. Luxe jachten lagen glimmend naast ons. Palmbomen bewogen zachtjes in de wind. En ergens verderop hoorde je muziek vanaf een terras. Frida keek om zich heen.

“Eigenlijk is het hier best mooi.”
Ik glimlachte.
“Dat zei ik toch.”
“Ja.”

Ze keek naar de Freja Luna. Naar haar zussen. Naar Emma. Naar de Noorse vlag achterop. Toen glimlachte ze. Toen wij terug kwamen zat iedereen aan de chocolademelk en Eline merkte op de er boodschappen geheeld moest worden. Eva keek een tijdje zwijgend naar het water. Dat deed ze vaker als er iets in haar hoofd zat. Ze zei nooit zomaar iets. Bij Eva moest een vraag eerst langs haar hart, dan langs haar verstand, en pas daarna kwam hij eruit.

“Pap?”
Ik keek op.
“Ja meid?”
Ze aarzelde even.
“We varen veel. We zijn een eind van huis. En ik weet dat je geen inkomen meer hebt…”

Alyssa keek meteen op. Frida draaide haar hoofd iets naar achteren. Eline stopte zelfs met wiebelen met haar voeten. Emma keek van Eva naar mij. Eva slikte kort en ging toen verder.

“Maar kunnen we dit allemaal wel betalen? Wat we aan het doen zijn, bedoel ik. Havens, diesel, eten, kleding, spullen voor de boot… Jij let niet echt op je geld. Als wij kleding willen kopen, vind je alles maar goed.”

Het werd stil aan boord. Niet ongemakkelijk. Maar wel echt stil. Alsof de zee zelf even wilde horen wat ik ging antwoorden. Ik keek naar Eva. Mijn rustige, verstandige Eva. Altijd degene die voelde wanneer iets misschien niet helemaal werd uitgesproken.

“Meisje,” zei ik zacht, “geld moet rollen. En als ik doodga, kan ik het toch niet meenemen.”
Alyssa trok één wenkbrauw op.
“Dat is wel een heel praktische levensvisie.”
“Dat is het ook.”

Eva glimlachte even, maar haar ogen bleven serieus. Ik keek naar de meiden.

“Natuurlijk kost dit geld. Veel geld zelfs. Maar wat is er mooier dan geld uitgeven en dan zien dat jullie ervan genieten? Dat jullie leven. Dat jullie lachen. Dat jullie iets zien van de wereld. Dat jullie straks herinneringen hebben die niemand jullie ooit nog afpakt.”

Eline keek naar haar handen. Emma zei niets, maar luisterde aandachtig mee. Eva bleef me aankijken.

“Tja,” zei ze zacht. “Maar pap… redden we dat allemaal wel dan?”

Ik leunde achterover.

“Meisje, maak je geen zorgen. Als het geld op begint te raken, dan ben ik waarschijnlijk oud en versleten. En dan hoop ik dat ik tegen die tijd opa ben.”

Eline keek meteen op. “Opa?”
“Ja.”
“Van wie dan?”
“Dat is nou precies het soort informatie waar ik voorlopig niets over hoef te weten.”
Alyssa begon te lachen.
“Veilig antwoord.”
“Ervaring.”

Eva bleef me nog even aankijken. Ze wist dat ik meer had kunnen zeggen. Misschien ook meer had móeten zeggen. Maar ze voelde ook dat ik daar op dat moment niet verder op in wilde gaan. En eerlijk gezegd wilde ik dat ook niet. Niet omdat het geheim was. Maar omdat sommige zorgen niet op de schouders van je kinderen horen te liggen. Toen kwam Frida ineens met die droge, wijze blik van haar.

“Nou,” zei ze, “we merken het gauw genoeg als het geld op begint te raken.”

Ik keek haar aan.

“O ja?”

“Ja. Dan moeten we ineens naar goedkope havens, mogen we niet meer shoppen en krijgen we pap zijn beroemde zuinige pastasaus zonder saus.”
“Dus eigenlijk moeten we goed opletten. Zodra pap zegt dat we ankeren omdat dat ‘romantischer’ is, zijn we failliet.”

Emma barstte in lachen uit. Zelfs Eva moest nu lachen. Ik schudde mijn hoofd en keek naar Frida.
“Dank je voor deze financiële analyse.”
“Graag gedaan. Kapitein én boekhouding.”
“Dat laatste lijkt me gevaarlijk.”
“Niet gevaarlijker dan jou met een pinpas in een kledingwinkel.”

Daar had ze helaas een punt. En precies zo verdween de spanning weer uit de kuip. Niet omdat de vraag onbelangrijk was geweest, maar omdat hij gesteld mocht worden. Omdat Eva zich zorgen mocht maken. Omdat Frida het luchtiger mocht maken. Omdat Eline er weer chaos van mocht maken. En omdat ik, heel diep vanbinnen, wist dat geld uiteindelijk maar geld was. Maar dit?

Deze middag. Deze meiden. Emma naast Eline. Frida met haar boeken. Alyssa met haar grote mond en zachte hart. Eva die durfde te vragen wat iedereen even voelde. De Freja Luna onder ons. Dit was niet te koop.

Dit moest je leven. Dit waren herinneringen.