55. Vlinders Aan Boord
De middagzon hing laag boven de haven terwijl de Freja Luna zacht tegen de stootwillen tikte. Aan boord was het rustiger dan normaal. Niet stil, maar anders. Alsof iedereen automatisch merkte dat één iemand ontbrak.
Eline.
Normaal hoorde je haar overal tegelijk. Rennen over het dek. Een opmerking die nergens op sloeg. Gelach vanuit een hoek waar je haar niet verwachtte. Maar nu zat Frida gebogen over kaarten, Eva las zwijgend in de kuip en Alyssa hing half over de reling alsof ze persoonlijk verantwoordelijk was voor het observeren van iedere meeuw in Zuid-Frankrijk. Frida had ondertussen haar koers uitgezet. Verder naar het zuiden. Bijna Portugal. Bilbao voorbij en dan verder langs de ruwe Atlantische kust waar de zee langzaam veranderde van zee naar oceaan. Alleen al het idee voelde anders. Groter. Serieuzer. Ze had papieren over de kajuittafel verspreid alsof ze een militaire operatie aan het voorbereiden was.
“Als de wind zo blijft kunnen we dit stuk in twee etappes doen,” zei ze terwijl ze met een potlood over de kaart ging. “Maar dan moeten we wel langere trajecten gaan varen.”
“Hoe lang?” vroeg Eva rustig.
Frida keek op.
“Langer dan achtenveertig uur.”
Dat bleef even hangen.
Want achtenveertig uur was tot nu toe de ongeschreven grens geweest. Twee dagen op zee en daarna weer een haven. Even vaste grond. Even douchen zonder te balanceren alsof je op een trampoline stond. Even normale koffie.Maar Frida had gelijk. Als we ooit serieus de oceaan over wilden steken, konden we niet blijven doen alsof twee dagen varen topsport was.
“De Atlantische Oceaan vraagt niet of je er klaar voor bent,” zei Frida droog. “Die beslist dat zelf wel.”
“Nou gezellig,” mompelde Alyssa. “Dat klinkt alsof we richting onze ondergang varen.”
“Jij klaagt al als de chocolademelk warm is,” zei Frida zonder op te kijken.
“Dat is ook een serieus probleem.”
Ik keek naar Frida.
Ze straalde iets uit wat ik moeilijk kon uitleggen. Rust misschien. Controle. Ze groeide langzaam in haar rol als kapitein. Niet omdat ze de baas wilde spelen, maar omdat ze begon te begrijpen wat verantwoordelijkheid werkelijk betekende. En eerlijk? Dat maakte me trots. Maar tegelijkertijd bleef het vreemd zonder Eline aan boord. Tot plotseling Eva naar buiten keek.
“Oh nee…”
“Wat?”
“Daar heb je ze.”
Iedereen keek op.
Verderop op de boulevard kwamen twee figuren aangelopen alsof ze rechtstreeks uit een slechte romantische film waren gestapt.
Eline en Björn.
Hij liep ontspannen naast haar terwijl Eline half tegen hem aanhing alsof de rest van de wereld compleet verdwenen was. Ze keek omhoog naar hem en lachte om iets wat hij zei. En hij keek naar haar alsof hij vergeten was hoe ademhalen werkte.

“Nou,” zei Alyssa droog. “Die is verloren.”
“Volledig,” zei Eva.
Zelfs Frida keek op van haar kaarten.
“Mijn god…”
Eline sprong bijna aan boord toen ze dichterbij kwamen. Ze gaf mij een kus op mijn wang alsof ze zes maanden weggeweest was in plaats van twee uur. Björn gaf beleefd een hand en liep daarna weer verder met zijn ouders richting hun schip. Eline keek hem nog na alsof haar complete toekomst daar over de steiger liep. Toen draaide ze zich plotseling om.
“Pap!”
“Ja?”
“Kan Björn niet met ons meezeilen tot de volgende haven?”
Nog voor ik adem kon halen keek Frida op.
“Geen sprake van.”
Iedereen keek direct naar haar.
Frida zat nog steeds aan tafel met haar kaarten alsof ze zojuist een officieel VN-besluit had genomen.
“Geen tweede man aan boord,” zei ze kalm. “Papa is al vermoeiend genoeg.”
Ik verslikte me bijna in mijn koffie.
Alyssa lag direct dubbel van het lachen.
Maar Frida was nog niet klaar.
“En wanneer jij pipperdie-papperdie-poe wil spelen doe je dat maar wanneer je volwassen bent. Daar ben je nu nog veel te klein voor.” Eline keek haar geschokt aan.
“FRIDA!”
“Wat?”
“Pap!”
“Ja?” zei ik voorzichtig.
“Ik wil jouw mening. Niet die van dictator Frida.”
Ik keek naar Frida.
Frida keek terug alsof ze me persoonlijk zou kielhalen wanneer ik het verkeerde antwoord gaf.
Dus ik haalde diep adem.
“De kapitein heeft gesproken.”
“Pap!”
“En eerlijk?” zei ik. “Nee. Dat gaat niet gebeuren.”
Eline keek alsof ik persoonlijk haar hart brak.
“Maar waarom niet?”
“Omdat je niet zomaar een jongen meeneemt op een zeiltocht van dagen zonder dat met zijn ouders te bespreken.”
“We hebben plek genoeg,” kwam Eline direct in verweer. “We hebben een extra gastenkamer!”
“Dat weet ik.”
“Nou dan!”
“Heb je het al besproken met zijn ouders?”
“…nee.”
“Dan gaan we dat dus ook niet doen.”
“Maar pap…”
“Gaat niet gebeuren.”
Eline sloeg dramatisch haar armen over elkaar.
“Jullie verpesten echt mijn leven.”
“Dat zeggen pubers al sinds 1843,” mompelde Alyssa.
Maar Eline gaf niet op.
“Pap… ik heb vlinders in mijn buik.”
Ik keek haar serieus aan.
“Ja,” zei ik. “Dan had je geen vlinders moeten opeten.”
Drie seconden bleef het stil. Toen ontplofte werkelijk iedereen van het lachen. Zelfs Frida verloor compleet haar waardigheid en lag met haar hoofd op tafel te schudden van het lachen.
En Eline?
Die probeerde boos te blijven. Maar zelfs zij begon uiteindelijk te lachen terwijl ergens achter ons de Atlantische Oceaan rustig tegen de romp van de Freja Luna sloeg. Alsof de zee al wist dat dit pas het begin was.
De avond viel langzaam over de haven terwijl de lucht boven de masten oranje kleurde. De Freja Luna lag rustig aan de steiger alsof zelfs het schip voelde dat iedereen een beetje moe begon te worden van alle emoties, discussies en verliefdheden van de afgelopen dagen. Niet veel later kwam familie Winter langs.
“Zin om iets te drinken?” vroeg de vader van Björn vriendelijk.
Die uitnodiging sloeg ik niet af. Dus niet veel later liep ik over de steiger richting hun schip terwijl achter mij op de Freja Luna de meiden achterbleven. En eerlijk? Ik wist eigenlijk al precies waar het gesprek waarschijnlijk over zou gaan.
Björn. Meevaren. De grote liefdescrisis van Eline.Maar nog voordat ik überhaupt een voet aan boord van hun schip had gezet wist ik één ding zeker: Dat ging dus niet gebeuren. Geen discussie mogelijk. Hoe aardig die jongen ook was. Hoe netjes. Hoe beleefd. Hoe verliefd Eline ook keek alsof ze haar complete toekomst al had uitgestippeld. Nee. Ik kende die jongen amper. En belangrijker nog:
hij kende óns amper.
Dagenlang samen op een schip zitten betekende iets totaal anders dan gezellig hand in hand over een boulevard lopen in de avondzon. Aan boord leefde je boven op elkaar. Geen deuren om hard dicht te slaan. Geen eigen verdieping om ruzie uit te zitten. Geen ontsnappen. Privacy bestond nauwelijks op zee. En dat wilde ik beschermen. Dus daar ging ik absoluut niet aan toegeven. Ondertussen zat op de Freja Luna de complete vrouwelijke rechtbank bijeen in de kuip. En natuurlijk ging het nergens anders over dan Björn.
“Hij is echt knap,” zei Eline dromerig terwijl ze met haar benen op de bank zat. “Maar ook gewoon lief. En sterk.”
Alyssa keek haar aan alsof ze naar iemand keek die vrijwillig hersenschade had opgelopen.
“Sterk?” zei ze droog. “Wat heeft hij gedaan dan? Een tafel opgetild?”
Eva schoot in de lach.
Maar Eline gaf niet op.
“Jullie begrijpen het gewoon niet.”
“Dat klopt,” zei Frida. “En dat willen we graag zo houden ook.”
Eline zuchtte dramatisch.
“Jullie doen alsof ik een klein kind ben.”
“Dat bén je ook,” zei Frida direct.
“Niet waar.”
“Eline,” zei Eva rustig. “Je bent verliefd op een jongen die je ongeveer drie dagen kent.”
“Vier,” mompelde Eline.
“Dat helpt je zaak niet echt.”
Maar Eline rechtte haar rug alsof ze zichzelf persoonlijk moest verdedigen voor een internationale rechtbank.
“Ik bescherm jullie altijd tegen rare jongens,” zei ze serieus. “En tegen boze geesten.”
Alyssa keek op.
“Boze geesten?”
“Ja.”
“Welke geesten?”
“Gewoon. Geesten.”
Eva begon alweer te lachen. Maar Eline wees streng richting de haven.
“En Björn is absoluut geen verkeerde jongen.”
Alyssa trok een wenkbrauw op.
“Ik zag jullie anders behoorlijk uitgebreid zoenen.”
Eline werd direct rood.
“Dat was gewoon…”
“Volgens mij,” ging Alyssa verder, “ben jij daar nog héél lang niet aan toe.”
Eva keek met een veel te serieus gezicht naar Eline.
“Volgens ons weet jij nog niet eens waar Abraham de mosterd haalt.”
Dat was het moment waarop Eline ontplofte.
“JULLIE ZIJN ZO FLÁÁÁÚW!”
Ze stampte overeind, gooide bijna een kussen overboord en verdween dramatisch richting de kajuit. Nog geen tien minuten later leek ze al te slapen. Wat werkelijk iedereen verbaasde.
“Dat ging snel,” mompelde Alyssa.
“Zelfs haar woede heeft een korte accuduur,” zei Frida.
Beneden in de kajuit zaten de meiden later nog chocolademelk te drinken toen ik terugkwam van familie Winter.
Frida keek direct op.
De kapitein.
“En?” vroeg ze. “Waar ging het gesprek over?”
Ik hing mijn jas op.
“Dat gaat jullie helemaal niks aan.”
“Dus wél over Björn,” zei Alyssa direct.
“Misschien.”
“Ooooooh.”
Ik schudde lachend mijn hoofd.
“We hebben gewoon wat zitten praten. Even gezellig bijkletsen.”
“En?”
“Zij varen morgenvroeg uit.”
Het werd even stil.
“Dus dat was het dan,” zei Eva zacht.
Ik knikte langzaam.
“Zonder Eline en zonder Björn.”
Vanuit de voorhut klonk plotseling een slaperige stem.
“IK HOOR JULLIE WEL HOOR…”
Iedereen schoot direct in de lach terwijl buiten de masten zacht tegen elkaar tikten in de avondwind van de haven.
