54. Alsof Frankrijk Haar Stil Kreeg

54. Alsof Frankrijk Haar Stil Kreeg

Het was 7:34 in de ochtend toen ik wakker werd van gestommel ergens voorin de boot. Niet het soort geluid waarvan je direct overeind schiet omdat er iets mis is. Meer het soort gerommel waarvan je als vader direct weet: er probeert iemand héél stil te doen. Ik bleef even liggen luisteren. Een kastdeurtje. Een zachte vloek. Nog een kastdeurtje. Daarna het geluid van blote voeten op de houten vloer van de Freja Luna.

Eline.

Natuurlijk. Ik keek half slaperig richting de kajuittrap en zag nog net een blonde paardenstaart verdwijnen. Binnen tien seconden hoorde ik de buitendeur zacht dichtvallen. Dat was interessant. Ik stond langzaam op en keek door het raam naar buiten. En ja hoor. Daar liep Bjorn al op de kade samen met zijn ouders alsof hij toevallig precies op hetzelfde tijdstip wakker was geworden. Toeval bestond natuurlijk niet meer op die leeftijd. Ik hoorde later hoe het gegaan was. Bjorn had tijdens het ontbijt aan zijn ouders gevraagd:

“Mag dat meisje van die boot misschien mee ontbijten?”

Waarop zijn moeder waarschijnlijk had gedacht dat Eline hem persoonlijk zou vernietigen met één blik. Want Eline zag er misschien lief uit… maar kon iemand mentaal volledig slopen binnen drie seconden. Alleen deze keer niet.

Deze keer zei ze gewoon: “Is goed.”

En voor iemand als Eline stond dat ongeveer gelijk aan een huwelijksaanzoek. Ik zag ze samen weglopen over de steiger richting een klein ontbijttentje verderop aan de boulevard. En hoe het precies gebeurde wist ik niet… maar ineens liepen ze hand in hand. Gewoon vanzelf. Alsof geen van beiden had besloten het te doen maar hun handen slimmer waren geweest dan zijzelf.

Ik bleef even liggen om door het raam te kijken. Bjorn probeerde stoer te lopen maar ik zag aan alles dat die jongen volledig in paniek was vanbinnen. En Eline? Die keek opvallend rustig voor iemand die normaal complete oorlogen begon zodra een jongen alleen al “hoi” zei. Ik glimlachte. Daarna besloot ik ook maar op te staan. De boot zag eruit alsof er ’s nachts een kleine orkaan doorheen was getrokken. Overal lagen dekens, mokken, vesten en half geopende tassen.

Dus ik zette koffie. Sterke koffie. Het soort koffie waarmee je als vader eerst probeert jezelf terug mens te maken voordat je überhaupt gaat nadenken. Ik begon wat op te ruimen en natuurlijk bleef dat niet lang onopgemerkt. Nog geen vijf minuten later verscheen Alyssa naast me.

Haar haren compleet door elkaar. Veel te groot vest aan. Nog half slapend.

“Waarom ben jij wakker?” vroeg ik.
“Waarom jij?” antwoordde ze direct.
Kijk. Dat was dus Alyssa. Ik wees naar de chaos.
“Misschien omdat hier iemand vannacht geprobeerd heeft een staatsgreep te plegen.”
Ze keek rond in de kajuit.
“Ja… dit was Eline.”
“Absoluut.”

Zonder nog iets te zeggen begon ze mee te helpen.
Ik de vaat het was te weinig voor de vaatwasser.
Zij de wasmachine. Dat ging opvallend soepel eigenlijk. Alsof we dit al jaren deden. Wat natuurlijk ook zo was. Niet veel later zaten we samen buiten in de kuip terwijl de haven langzaam wakker werd. Je hoorde bestek op terrassen. Meeuwen. Een scooter ergens verderop. De geur van vers brood waaide vanaf de boulevard richting het water.

Ik dronk koffie.
Alyssa had een groot glas roze spul vast.
“Wat drink jij eigenlijk?” vroeg ik.
“Geen idee.”
“Dat antwoord baart me zorgen.”
Ze haalde haar schouders op.
“Volgens mij chocomelk.”
Ik keek nog eens.
“Dat is roze.”
Ze rook eraan.
“Dan aardbeienchocomelk.”
“Dat bestaat niet.”
“Nu wel.”
En eerlijk?
Op de Freja Luna geloofde ik inmiddels dat werkelijk alles bestond.

De rest van de bemanning werd langzaam ook wakker. Frida verscheen als eerste boven in een veel te groot Freja Luna vest met haar haren nog half in oorlogstoestand. Kort daarna kwam Eva naar buiten met een deken om zich heen alsof ze persoonlijk bezwaar maakte tegen ochtenden vóór tien uur. Alyssa zat inmiddels al in de kuip met haar mysterieuze roze chocomelk ding. De zon hing laag boven de Franse haven en alles voelde even rustig. Dat zeldzame soort rust waarbij zelfs de meeuwen geen zin lijken te hebben om ruzie te maken. Eva ging zitten, kneep haar ogen half dicht tegen het licht en keek om zich heen.

“Wacht eens even…” zei ze langzaam.
“Waar is de spring-in-het-veld?”
Ik nam een slok koffie.
“Welke bedoel je precies? We hebben er meerdere.”
“De kleine stuiterbal met ADHD op standje oorlog.”
“O, Eline.”
“Ja.”
“Die is naar het dorp.”
Eva keek direct op.
“Aahhh fijn.”
Ze rekte zich uit.
“Dan hebben we zo warme broodjes.”
Ik schudde mijn hoofd.
“Nee. Eline wel. Wij niet.”
Drie paar ogen keken me tegelijk aan.
“Hoezo?” vroeg Frida direct achterdochtig.
Ik probeerde serieus te blijven.
“Die kleine is ervandoor.”
“Wat bedoel je met ervandoor?” vroeg Alyssa.
“Nou gewoon… van boord gegaan.”
“Alleen?” vroeg Eva direct.
“Nee,” zei ik.
“Met Bjorn richting boulevard.”

Het bleef even stil. Toen draaide Eva zich héél langzaam naar mij toe.
“En jij staat dat toe?”
“Ik had weinig keuze.”
“Wie beschermt haar tegen pipperdie papperdie poe?”
Alyssa verslikte zich bijna in haar drinken.
“Die weet nog niet ees wat dat is pipperdie papperdie poe.” vroeg Frida.
Eva haalde haar schouders op.
“Geen idee maar jongens zijn verdacht.”
“Bjorn lijkt me vrij ongevaarlijk,” zei ik.
“Dat denken ze allemaal in het begin,” antwoordde Eva bloedserieus.
Frida keek inmiddels richting de boulevard alsof ze persoonlijk een reddingsoperatie ging organiseren.

“Pap…”
“Ja?”
“Eline is jong he.”
“Dat weet ik.”
“En nu loopt ze hand in hand met een jongen door Frankrijk.”
“Technisch gezien loopt die jongen hand in hand met ónze Eline,” zei Alyssa.
“Dat lijkt me voor hem gevaarlijker.”
Daar moest zelfs Eva om lachen.
Ik zette mijn mok neer.
“Ze is niet alleen. Die ouders van Bjorn zijn erbij.”
“Dus jij dacht:
prima idee, succes ermee?”
“Ze is weg geslopen,” loog ik.
“Ik kon haar niet meer tegenhouden.”
Alyssa keek me aan met een blik van:
je liegt zó slecht.
“Dus samengevat,” zei Frida.
“Eline eet nu warme croissants aan de boulevard…”
“Waarschijnlijk wel.”
“…en wij hebben niets?”
“Correct.”

Er viel een korte stilte.Toen stond Eva op.“Dit accepteer ik niet.”
“Wat ga jij doen dan?” vroeg Alyssa.
Eva trok de deken strakker om zich heen alsof ze een generaal was die een oorlog ging beginnen.
“Ons ontbijt terughalen.”
“Van Eline?”
“Nee,” zei Eva.
“Van Frankrijk zelf.”
“Zullen wij dan ook maar gaan ontbijten op de boulevard?” vroeg ik zo nonchalant mogelijk.

Daar waren ze verrassend snel mee eens. Tot ik eraan toevoegde:
“Maar als jullie eerst nog uren voor de spiegel moeten staan vertrekken we wel ergens vanmiddag.”
Dat veroorzaakte direct complete paniek.
“Ik zie er niet uit.”
“Mijn haar leeft zijn eigen leven.”
“Wacht ik moet andere kleding aan.”
“Nee deze trui kan écht niet.”

Ik keek ze droog aan. “Prima.” Ik haalde mijn schouders op. “Dan zoek ik Eline wel alleen.”

Alsof ik een noodalarm had ingedrukt. Binnen viereneenhalve minuut stond letterlijk iedereen klaar. Dat was indrukwekkender dan welke zeilmanoeuvre dan ook. Frida had haar haren haastig in een knot gegooid. Eva liep nog half met een deken om haar schouders.
Alyssa had nog steeds dat mysterieuze aardbeien-chocomelk-geval vast alsof het onderdeel van haar persoonlijkheid was geworden.

En zo liepen we de steiger af terwijl Frankrijk langzaam wakker werd. Terrassen werden opgebouwd. Je rook koffie, warme croissants en ergens verderop verse crêpes. Scooters schoten door kleine straatjes. Meeuwen maakten ruzie alsof ze aandelen in de haven hadden. De zon begon inmiddels warmte te krijgen en overal hing dat typische ontspannen Franse ochtendgevoel alsof niemand hier ooit haast had gehad. We liepen een paar straatjes verder richting de boulevard. En precies op dat moment zag ik ze. Vanuit mijn ooghoek. Een blond meisje. Een jongen nét iets te dicht naast haar. Zijn ouders tegenover hen aan tafel. Iedereen lachend. Iedereen ontspannen.

Eline.

Bjorn zat erbij alsof hij persoonlijk de loterij gewonnen had. En eerlijk? Zo keek hij ook naar haar. Ik draaide vrijwel direct subtiel en andere straat in.

“Waarom lopen we hier?” vroeg Frida.
“Shortcut,” loog ik professioneel.
“Dit is duidelijk een omweg,” zei Alyssa direct.
Verdomme. Die zag alles. Maar wonder boven wonder trapten ze er toch in. Niet veel later vonden we een klein terras onder platanen met uitzicht op de haven. Perfecte plek. Warme broodjes. Verse koffie. Thee. Vers fruit. En voor Alyssa iets waarvan zelfs de ober niet zeker wist wat het precies was. We zaten nog maar net toen iedereen langzaam ontspannen raakte. Eva hing achterover in haar stoel met haar gezicht in de zon. Frida was alweer bezig met een kaart van de volgende route alsof ze de halve Atlantische Oceaan persoonlijk moest organiseren. Alyssa keek zwijgend richting de boulevard. Dat betekende meestal problemen.

Ik zag haar ogen vernauwen. Ah nee. Niet kijken. Niet draaien. Niet…. Te laat.

“Zag jij ze ook zitten?” vroeg Alyssa ineens zonder haar blik los te laten.
“Die twee gevaarlijk dicht bij elkaar?”
Daar was het.Ik zuchtte langzaam.
“Tja…”
Alyssa keek me aan.
“Dus jij hebt ze WEL gezien.”
“Ik zie veel.”
“En je zei niets?”
“Ik vond ontbijt belangrijker dan familiepaniek.”
Eva draaide zich direct om in haar stoel.
“WAAR?”
Ik wees onmiddellijk naar haar croissant.
“Daar.”
“Boter.”
“Pap.”
“Ja?”
“Dat werkt niet.”
Frida keek inmiddels ook richting boulevard. En natuurlijk… precies op dat moment begon Eline keihard te lachen om iets wat Bjorn zei. Dat kleine ding straalde letterlijk. Alyssa keek er een paar seconden naar. En begon toen ineens zacht te grijnzen.

“Oké…” zei ze.
“Ik haat het dat ik dit schattig vind.”