19. Van Pippi tot Paniek op Zee
“Pap… wat is eigenlijk onze volgende bestemming?”
Het kwam van Eline, natuurlijk, terwijl we nog half in Stockholm zaten maar in haar hoofd allang weer onderweg waren. Ik keek op van mijn koffie.
“Gotland,” zei ik. “We zakken af naar het eiland Gotland. Naar Visby.”
Vier paar ogen keken me aan.
Leeg.
Geen herkenning.
“Visby,” herhaalde ik.
Nog steeds niets.
Toen glimlachte ik.
“De plek waar ze Pippi Langkous hebben opgenomen.”
Binnen één seconde verandering.
“Serieus?!” riep Eline.
“Pippi?! Met dat huis en dat paard?” zei Alyssa.
“En die vader die koning was van een eiland?” zei Eva. “Vila Kakelbont of zo.”
Frida schudde haar hoofd, maar ik zag haar glimlachen.
“Oké,” zei ze. “Dat is wél leuk.”
“Zie je,” zei ik. “Cultuur.”
“Dat is geen cultuur,” zei Eva.
“Dat is jeugdtrauma,” zei Alyssa.
“Dat is jeugdsentiment,” corrigeerde Frida.
“Dat is een bestemming,” zei ik.
Het vertrek uit Stockholm begon rustig. Te rustig eigenlijk. Maar dit keer wist ik beter. Ik had het weerbericht gezien. En dat zag er… minder ontspannen uit.
“Oké,” zei ik terwijl we de laatste lijnen losgooiden, “we gaan dit niet op de mooie manier doen.”
“Wat bedoel je?” vroeg Eline.
“Er komt een stevige storm aan,” zei ik. “Dus we gaan niet stoer doen.”
“Dus…?” vroeg Eva.
“Dus zeilen blijven beneden,” zei ik. “We gaan op de motor naar Visby en zorgen dat we daar zijn voordat het echt losgaat.”
Even was het stil.
“Verantwoord,” zei Frida.
“Ik word hier nerveus van,” zei Alyssa.
“Hij leert,” zei Eva.
Ik keek ze aan.
“Schrijf dit moment op.”
We voeren weg. Rustig. Motor aan. Geen zeilen. Dat voelde bijna… onnatuurlijk.
“Het voelt alsof we valsspelen,” zei Eline.
“Het voelt alsof we slim zijn,” zei ik.
De eerste uren gingen goed.
Vlak water.
Lichte wind.
Niets aan de hand.
En toen veranderde het. Niet ineens. Maar snel genoeg om te weten: dit wordt serieus. De wind trok aan. De golven kwamen op. Kort. Stevig. Onrustig.
De boot begon te werken. Niet gevaarlijk. Maar duidelijk aanwezig.
“Oké,” zei ik, “dit is waarom we de zeilen beneden hebben gelaten.”
Een golf sloeg tegen de boeg en water spatte over het dek.
“Ja,” zei Eva. “Dat voelt als een goede keuze. But I like it.”
En toen hoorde ik het.
Achter me.
“Pap…” Frida.
Ik draaide me om. Ze zat stil. Te stil. “Oh nee,” zei Eline. En toen begon ze te lachen.
“DIT IS HISTORISCH,” riep ze.
“Frida… zeeziek?!”
Alyssa en Eva keken elkaar aan.
En ja hoor.
Daar gingen ze.
“De stabiele factor is weg,” zei Eva.
“De controle is verloren,” zei Alyssa.
Frida keek ze aan.
Bleek.
“Jullie zijn… echt niet grappig,” zei ze langzaam.
“Welkom op de motor,” zei ik.
Ze probeerde nog iets te zeggen, maar besloot dat stilzitten een beter plan was en leunde achterover, volledig gefocust op niet bewegen. De wind nam toe. De golven werden hoger. En ondanks dat we op de motor voeren, voelde je de kracht van de zee in elke beweging van het schip.
“Hoe ver nog?” vroeg Eline.
Ik keek naar de kaart.
“Dicht genoeg,” zei ik. “Maar nog niet dichtbij genoeg.”
Dat is zo’n antwoord waar niemand iets aan heeft. We gingen door. Recht tegen de wind in. Rustig. Beheerst.
En toen, langzaam… zag je het. Land. Gotland.
“Daar,” zei ik.
Alsof de zee het wist, werd het nog één keer onrustiger, alsof ze ons nog even wilde testen voordat we eruit mochten. Maar toen draaiden we. De beschutting in. En ineens… rust.
Het water werd vlakker. De wind minder fel. De spanning viel van boord.
“Is het voorbij?” vroeg Frida zonder haar ogen open te doen.
“Ja,” zei ik. “We zijn er bijna.”
Ze opende voorzichtig één oog.
“Mooi,” zei ze.
“Dan blijf ik hier nog even zitten.”
We liepen Visby binnen. Rustig. Alsof er niets gebeurd was.
“Dus,” zei Eline.
“Pippi Langkous?”
Ik keek naar Frida.
Toen naar de haven.
Toen naar de lucht die nog steeds onrustig was buiten.
“Eerst aanleggen, Eva jij gaat koken, Alyssa gaat de boeken bij werken” zei ik.
“Daarna… lekker slapen.”
“En daarna?” vroeg Eva.
Ik glimlachte. “Kijken hoe Frida zich morgenvroeg voelt.”
“Dan lachen we Frida nog een keer uit.”
“Absoluut niet,” zei Frida. “Als iemand hier ooit over praat dan zal ik je krijgen.”
Maar ze glimlachte alsof ze kiespijn had en niet een klein beetje.
En ergens wist ik: Dit was precies waarom we dit deden.
Herinneringen maken want wees eerlijk dit wil je niet vergeten dit wil je over 20 jaar op haar verjaardag nog vertellen…..
