17. Tussen Dochters en de Zee

17. Tussen Dochters en de Zee

“Misschien,” mompelde ik terwijl ik naar voren keek en het roer losjes in mijn hand hield, “moeten we de boot gewoon eigenlijk de verkeerde naam we hadden haar Umiak moeten noemen.”
“Wat?” vroeg Frida zonder op te kijken van haar tablet.
“Niets,” zei ik.
Maar Eline had het natuurlijk gehoord.
“Waarom Umiak?” vroeg ze.Ik haalde mijn schouders op. “Omdat ik hier met mijn twintig procent aanwezigheid structureel in de minderheid ben en het dus eigenlijk helemaal mijn boot niet meer is.”
“Dat klopt,” zei Eva.
“Dat klopt niet,” zei Frida.
“Dat klopt een beetje,” zei Alyssa.
“Zie je,” zei ik. “Democratie aan boord.”
“Democartie meer een Dictatuur,” zei Eva.
“Maar wat is een Umiak eigenlijk?” vroeg Eline.
Ik keek even naar voren voordat ik antwoord gaf.
“Een umiak,” zei ik, “is een Inuit boot… maar hij wordt ook wel de vrouwenboot genoemd.”
Het bleef even stil.
“De vrouwenboot?” zei Eline.
“Ja,” zei ik. “De grote boot waarin vroeger vooral de vrouwen de leiding hadden. Praktisch, sterk… en vooral: zij bepaalden waar er gevaren werd.”
Frida begon te lachen.
“Dus eigenlijk exact dit schip.”
“Dat zeg ik,” zei Eva.
Ik zuchtte. “Ik word hier gewoon overruled op mijn eigen boot.”
“Onze boot,” corrigeerde Alyssa.

De tocht richting Stockholm verliep rustig, bijna saai, en dat is op zee vaak een goed teken, want de Baltische Zee heeft voor mij weinig geheimen meer en deze keer hield ze zich ook netjes aan die afspraak, met alleen wat golven die het schip lieten werken en net genoeg beweging gaven om niemand zich volledig comfortabel te laten voelen.

De meiden deden hun ding.

Eva probeerde Lego te bouwen. Op zee. Dat is al een verhaal op zich. Ze zat daar met een concentratie die je normaal alleen ziet bij mensen die iets belangrijks doen, terwijl elk golfje haar zorgvuldig opgebouwde constructie weer uit elkaar liet vallen.
“Dit werkt niet,” zei ze.
“Dat zie ik,” zei ik.
“Dit is fysiek onlogisch.”
“Dit is zee,” zei ik.
Toch gaf ze niet op.
Elke keer opnieuw.
Dat moest ik haar nageven.

Eline zat met haar gitaar, spelend wat in haar opkwam, soms iets wat ergens op een lied leek en soms iets wat alleen zij begreep, maar altijd met een soort vrijheid waar je bijna jaloers op wordt.

En ik? Ik zat aan dek. Roer in mijn hand. Ogen op het water. En gedachten… ergens anders. De Baltische Zee bracht herinneringen. Altijd.

Ik dacht aan vroeger. Aan mijn ouders. Aan de tocht om de boot van mijn vader op te halen bij Baltic.
Aan een tijd waarin alles nog open lag. Mijn vader. Altijd aan het werk. Altijd onderweg.
Maar varen… dat kwam er steeds minder van. Mijn moeder zei het ooit. “Jouw vader sterft in harnas.” Ik geloofde dat niet. Totdat het waar bleek. Bijna drie jaar later.

Ik keek naar het water. Lang. Te lang. En de tranen kwamen. Zacht. Zoals altijd.

“Pap?” zei Eline.
“Ja?”
“Je zit weer in je hoofd hè?”
Ik glimlachte.
“Ja.”
“Is het erg?”
Ik dacht na.
“Het hoort erbij,” zei ik.

Toen Stockholm in zicht kwam, kwam ook de drukte terug. Boten, geluid, beweging, leven. We vonden een mooie plek, dichtbij alles wat we wilden zien. En vooral dichtbij het Vasa Museum.

“Dus morgen,” zei ik terwijl we vastlagen, “gaan we kijken naar het beroemdste schip van Zweden.”
“Dat gezonken is,” zei Eva.
“Precies dat,” zei ik.
“Maar,” zei ik, “maar weten jullie wie de beroemdste Hollander is in Zweden?”
Ze keken me vragend aan.
“Cornelis Vreeswijk.”
“Een Nederlander,” zei ik, “maar in Zweden een legende. Een troubadour. Iemand die verhalen vertelde zoals wij ze leven.” Eline keek meteen op. “Speelde hij gitaar?” “Ja,” zei ik. “Dan vind ik hem nu al goed.”

Ik leunde iets achterover. “Hij trad ooit op in het Globe in Stockholm,” zei ik. “Uitverkocht. Hele zaal vol. Mensen die elk woord kenden.”
“Serieus?” zei Frida.
“Serieus, hij heeft zelfs een standbeeld en een museum hier in Stockholm” zei ik.
“Hij had iets,” ging ik verder. “Niet perfect. Niet gepolijst. Maar echt.”
Ik keek even naar het water.En toen zei ik zacht:
“Somliga går i trasiga skor…”
Eline keek me aan.
“Wat betekent dat?”
“Sommige mensen lopen in kapotte schoenen,” zei ik. “En toch gaan ze door. Dat was een beetje zijn stijl.”
Even was het stil. Niet zwaar. Maar wel echt. Het bracht de meiden tot nadenken.
“Dus,” zei Eline uiteindelijk,
“hij maakte muziek over het leven?”
Ik knikte.
“Precies dat.”
Ik keek naar haar gitaar.
Toen naar de stad.
“Misschien moet jij daar morgen maar eens iets van spelen,” zei ik.
Ze grijnsde.
“Deal.”
Ik keek naar Freja Luna. Naar de meiden. Naar Stockholm. En dacht: Sommige verhalen worden gezongen.

Andere…

worden gevaren.

En wij?

Wij zaten er ergens precies tussenin.

Cornelis Vreeswijk
Het Cornelis Vreeswijk Museum in Gamla Stan (Stockholm), gewijd aan de in Nederland geboren zanger, werd in juni 2011 gesloten. Het museum toonde memorabilia, foto’s en persoonlijke bezittingen uit zijn leven. Het standbeeld van de Nederlands-Zweedse troubadour Cornelis Vreeswijk bevindt zich op het eiland Södermalm in Stockholm. Dit bescheiden standbeeld, gemaakt door, Bitte Jonason Åkerlund, toont Vreeswijk met zijn gitaar en biedt uitzicht over de stad.

Geef een reactie