68. Spaans in Cascais
Ik legde de kaart op tafel in de kuip en liet mijn vinger langzaam langs de kust naar het zuiden glijden. “Onze volgende echte reis wordt een flinke,” zei ik. “Van Cascais naar Puerto de Morro Jable op Fuerteventura. Ongeveer negenhonderd mijl.” Het werd stil. Niet dramatisch stil, maar wel zo’n stilte waarin iedereen even ging rekenen zonder dat iemand echt kon rekenen. Alyssa keek naar de kaart. Eva schoof iets naar voren. “Hoe lang varen?”
“Zes tot zeven dagen. Afhankelijk van wind, zee en of de Atlantische Oceaan zin heeft om normaal te doen.”
Eline keek meteen naar Emma.
“Dus als jij iets vergeet, ben je ongeveer een week te laat.”
Emma glimlachte. “Dan moet ik dus goed nadenken.”
“Precies,” zei Eline. “Of gewoon alles kopen. Dat is veiliger.”
Frida zat met een beker chocolademelk tegen de kuiprand en keek naar de haven. Ze had vandaag geen notitieboek op schoot, geen kapiteinsblik, geen lijstjeshoofd. Gewoon Frida. Mijn oudste dochter, die even niet alles hoefde te dragen. Ik merkte dat ik dat zelf ook prettig vond.
“Voor die oversteek blijven we eerst vijf dagen hier in Cascais,” zei ik. “Schip nalopen, goed bunkeren, wassen, uitrusten en vooral even normaal leven.”
“Dus winkelen?”
Eline stak direct haar hand op.
“Voor.”
Emma keek lachend naar haar. “Jij wist nog niet eens wat er gekocht moest worden.”
“Dat maakt niet uit. Winkelen is geen probleem zoeken, maar oplossingen vinden.”
Eva schudde haar hoofd. “Dat klinkt gevaarlijk logisch.”
Ik keek naar de meiden. “Jullie mogen vanmiddag de stad in. Kleding, toiletspullen, wat Emma nodig heeft voor de komende dagen en voor de oversteek. Maar geen complete verhuizing.” Het was immers nog te bezien want waarschijnlijk ging Emma met haar ouders terug naar Noorwegen over twee dagen. Maar ach wat maakt het uit als Emma een plezier kon doen met een nieuwe outfit prima toch.
Eline keek beledigd. “Wij zijn heel bescheiden.”
Alyssa keek naar Emma. “Maak daar geen gewoonte van. Ze liegt soms met overtuiging.”
Emma lachte en trok haar oranje muts iets rechter.
Frida keek mij aan. “Ga jij mee?”
“Nee. Ik blijf eerst aan boord. Ik wil de lijnen nalopen, even met de motorruimte bezig en een paar dingen voor de oversteek controleren. Ik volg later.”
Niet veel later verdwenen ze van boord.

Vijf blonde meiden over de steiger van Marina de Cascais. Frida liep niet voorop als kapitein, maar gewoon tussen haar zussen. Eva rustig naast haar. Alyssa met die nonchalante houding alsof ze niets serieus nam, terwijl ze ondertussen alles zag. Eline en Emma liepen samen iets achter hen, druk pratend, alsof ze in twee dagen een taal hadden ontwikkeld die vooral uit halve zinnen, blikken en lachen bestond. Ik bleef nog even staan kijken. Soms besef je pas hoe stil een schip is als de meiden eraf zijn. De Freja Luna lag rustig in haar box. Haar donkerblauwe romp glansde in het Portugese licht. Achterop stond haar naam, daaronder Honningsvåg. De Noorse vlag bewoog traag in de wind. Ik liep een ronde over dek.
Binnen rook het naar hout, zout en een beetje naar natte handdoeken. Dat laatste was waarschijnlijk onvermijdelijk met zoveel dochters aan boord. Ik maakte koffie, keek naar de kaart en liet mijn gedachten over de komende oversteek gaan. Ik maakte de Stainer nog even schoon niet dat er veel vuil in zat maar toch. Keek gelijk ook de andere filters na van het watersysteem.
Negenhonderd mijl. Geen klein stukje. Geen haventje na een dag. Geen “we stoppen wel even als iemand chagrijnig wordt”. Zes of zeven dagen oceaan. Dat vroeg niet om stoerdoenerij, maar om rust. Om voorbereiding. Om weten wat je doet. En eerlijk gezegd voelde ik daar ook weer iets vertrouwds in. Op zee was alles eenvoudiger. Niet makkelijker, maar wel eerlijker. Wind liegt niet. Golven doen niet alsof. En een schip vertelt altijd hoe het met haar gaat, als je maar luistert. Na een tijdje kreeg ik een berichtje van Eva.
We zijn in Ocean Store Cascais Helly Hansen. Emma past iets. Eline vindt alles noodzakelijk. Help.
Even later kwam er een foto.

Emma stond voor een spiegel met een donkerblauwe trui in haar handen. Eline stond ernaast met een gezicht alsof ze persoonlijk verantwoordelijk was voor Emma’s garderobe. Alyssa stond op de achtergrond met twee tassen en keek alsof ze gegijzeld werd door mode.
Ik stuurde terug:
Koop wat nodig is. En niet wat Eline noodzakelijk noemt.
Binnen tien seconden kwam Eline’s antwoord vanaf Eva’s telefoon:
Ik noem alleen belangrijke dingen noodzakelijk.
Daarna nog één bericht:
En mooie dingen.
Ik moest lachen. Tegen het einde van de middag liep ik zelf richting de stad. Cascais had iets makkelijks. Niet goedkoop, dat zeker niet, maar wel ontspannen. Smalle straten, lichtgekleurde gebouwen, terrassen vol mensen, de geur van zee en eten door elkaar. Van die plaatsen waar je eigenlijk van plan bent doelgericht ergens heen te lopen, maar toch steeds langzamer gaat. Bij de Ocean Store Cascais Helly Hansen vond ik ze niet meer. Alleen het bewijs dat ze er geweest waren liep me later tegemoet in de vorm van tassen. Veel tassen. Te veel tassen. Ik zag ze op een plein bij elkaar staan. Frida had een tas over haar schouder. Eva hield een bonnetje vast en keek daar zeer geconcentreerd naar. Alyssa droeg twee tassen alsof ze bij iedere stap nadacht over ontsnappen. Eline liep naast Emma en praatte druk. Emma had een nieuwe trui over haar arm en keek alsof ze nog steeds niet helemaal gewend was dat er zomaar dingen voor haar gekocht werden.
“Daar is hij,” zei Alyssa toen ze me zag. “De sponsor.”
“Dat klinkt duur.”
“Dat was het ook.”
Eva gaf me het bonnetje. Zonder te kijken deed ik het in me broekzak. Emma kwam iets onzeker naar me toe.
“Het was echt niet allemaal voor mij.”
“Meid, maak je niet druk”
“Maar toch.”
Ik keek haar aan.
“Je vaart met ons mee. Dan heb je spullen nodig. Simpel.”
Ze knikte langzaam. Eline sloeg een arm door die van haar.
“Zie je. Ik zei toch dat hij zo ging kijken alsof geld alleen maar papier is.”
“Dat is het ook,” zei ik.
Frida keek droog naar de tassen. “In dat geval hebben wij vandaag veel papier omgezet in textiel.”
Alyssa knikte. “Economisch gezien best knap.”
We brachten de tassen terug naar de Freja Luna en liepen daarna richting restaurant Hífen, niet ver van de haven. De avond viel zacht over Cascais. De lucht was goud en roze tegelijk, en in de verte klonken stemmen van terrassen, muziek uit een open raam en het tikken van vallen tegen masten.
“Gaan we echt eten?” vroeg Eline.
“Ja.”
“Goed eten?”
“Dat hoop ik.”
“Niet zo’n bord waar drie blaadjes op liggen en de ober doet alsof dat kunst is?”
“Geen idee.”
Alyssa keek opzij. “Als dat gebeurt, bestel ik zes desserts uit protest.”

Restaurant Hífen lag mooi, met die ontspannen drukte die je alleen hebt op plekken waar mensen net iets te lang blijven zitten omdat de avond te goed voelt om naar huis te gaan. We kregen een tafel en binnen vijf minuten had ik door dat dit geen gewoon diner ging worden. Dit werd geen eten. Dit werd bunkeren. Eline keek naar de kaart alsof ze een route door onbekend gebied moest bepalen.
Frida keek naar de kaart. “We kunnen verschillende gerechten nemen. Dan proeven we van alles.”
Ik keek haar aan. “Dat klinkt redelijk.”
“Dat is omdat ik redelijk ben.”
Alyssa snoof. “Sinds wanneer?”
“Vandaag.”
Toen kwam de ober aan tafel. Hij was jong. Heel jong. Misschien zestien. Donker haar, vriendelijke ogen, en hij probeerde professioneel te kijken op de manier waarop alleen zestienjarigen dat kunnen: net iets te serieus, net iets te rechtop. Hij begon in het Engels, maar Emma keek op van de kaart en zei ineens in keurig Spaans:
“Buenas noches. ¿Podemos pedir varias cosas para compartir?”
De jongen keek even verrast.
Toen glimlachte hij.
“Sí, claro.”
Eline draaide langzaam haar hoofd naar Emma.
“Pardon?”
Emma keek onschuldig. “Wat?”
“Jij spreekt Spaans?”
“Een beetje. Van school.”
Alyssa leunde naar Eva. “Blijkbaar werkt onderwijs dus toch.”
Eva glimlachte. “Niet tegen school zeggen. Dan gaan ze ermee door.”
Emma keek weer naar de ober.
“¿Qué nos recomiendas?”
De jongen begon meteen enthousiast te vertellen. Niet in perfect Spaans, niet in perfect Engels, maar in zo’n mengeling van talen die op vakantie altijd prima werkt zolang iedereen lacht en naar het eten wijst. Emma luisterde aandachtig. Te aandachtig, vond Eline. De ober wees iets aan op de kaart. Emma glimlachte. De ober glimlachte terug. Alyssa zag het natuurlijk meteen.
“O, kijk eens aan,” zei ze zacht.
Emma hoorde het en kreeg kleur op haar wangen.
“Ik vraag alleen wat lekker is.”
“Tuurlijk,” zei Alyssa.
Eline keek naar de ober, toen naar Emma.
“Hoe oud is hij?”
Emma deed alsof ze haar niet hoorde.
De jongen zei iets tegen Emma en wees naar zichzelf.
“Mijn vader is de eigenaar,” zei hij in Engels met een Portugees accent. “Ik help in de avond.”
“Hij is zestien,” zei Frida zacht, nadat hij wegliep.
Emma keek snel op. “Hoe weet jij dat?”
“Hij zei het net bijna.”
“Bijna?”
“Zijn gezicht zei de rest,” zei Alyssa.
Eline stootte Emma zacht aan.
“Dus Spaanse les is handig in Portugal?”
Emma probeerde serieus te blijven.
“Blijkbaar wel.”
“En vooral bij obers van zestien,” zei Alyssa.
Emma verborg haar gezicht achter de kaart.
“Ik bestel nooit meer iets.”
“Te laat,” zei Eline. “Je bent nu onze officiële onderhandelaar met de keuken.”
En zo gebeurde het. Emma bestelde. Niet alles goed uitgesproken, soms zoekend naar woorden, soms half Spaans, half Engels, één keer zelfs met een Portugees woord waarvan niemand wist of het klopte. Maar het werkte. De jongen lachte. Emma lachte. Eline keek alsof ze net een natuurdocumentaire over menselijk gedrag zat te kijken. Toen het eten kwam, stond de hele tafel vol. Borden, schaaltjes, brood, vis, vlees, salade, aardappels, sauzen, dingen waarvan Alyssa zei dat ze er geen naam voor hoefde te weten zolang het maar lekker was. Binnen tien minuten was duidelijk dat dit geen diner was. Dit was bunkeren met bestek.
De jonge ober kwam nog een keer langs.
“Everything good?”
Emma keek op en zei in Spaans: “Muy bueno. Gracias.”
Hij glimlachte breed. “De nada.”
Hij bleef net één seconde te lang staan. Emma keek net één seconde te lang terug. Eline keek naar mij alsof ze bewijs had gevonden in een rechtszaak. Ik schudde mijn hoofd.
“Niets zeggen.”
“Maar pap.”
“Niets.”
Alyssa boog zich naar Eline. “Bewaar het. Dit is materiaal voor later.”
Emma hoorde het.
“Ik zit hier gewoon.”
“Dat weten we,” zei Frida. “Daarom is het zo leuk.”
De eigenaar kwam later zelf nog even langs. Een vriendelijke man met dezelfde ogen als zijn zoon. Hij vroeg waar we vandaan kwamen. Toen ik vertelde dat we met de Freja Luna uit Noorwegen kwamen en onderweg waren naar Fuerteventura, keek hij even naar de meiden en toen naar mij.
“Six, seven days at sea?”
“Ongeveer.”
Hij floot zacht.
“Strong family.”
Ik keek naar de tafel. Naar Frida die eindelijk gewoon zat te genieten. Naar Eva die rustig luisterde. Naar Alyssa die deed alsof niets haar raakte, maar Emma steeds subtiel de beste schaal toeschoof. Naar Eline die de jonge ober al een bijnaam had gegeven zonder hem dat te vertellen. En naar Emma, die tussen hen in zat alsof ze er al veel langer hoorde dan twee dagen.
“Ja,” zei ik. “Dat zijn ze.”
De eigenaar glimlachte.
“Then eat. For the sea.”
Dat lieten ze zich geen twee keer zeggen. Toen we later terugliepen naar de haven, was Cascais zacht verlicht. De meiden liepen voor me uit. Niet als bemanning. Niet als leerlingen. Niet als kapitein en crew. Gewoon als meiden. Lachend, pratend, tassen aan boord gebracht, magen vol, haren los in de avondwind. Emma liep naast Eline.
“Je Spaans was best goed,” zei Eline.
“Dank je.”
“Voor Portugal.”
Emma keek haar aan. Toen begonnen ze allebei te lachen. Frida liep iets achter hen en keek even naar mij.
“Goede dag gehad pap,” zei ze.
“Ja.”
“Niet te veel geregeld. Niet te veel gedoe.”
“Precies.”
Alyssa draaide zich om.
“Morgen weer zo’n dag?”
“Misschien iets minder bunkeren.”
“Dat klinkt als een slecht plan.”
Bij de Freja Luna bleef ik even staan.
De donkere romp lag rustig in het water. De naam achterop ving het licht van de havenlampen.
FREJA LUNA – HONNINGSVÅG
Verderop ruiste de stad. Boven ons tikten de lijnen zacht tegen de mast. Over twee dagen zou Emma’s wereld even stilstaan. Maar vandaag niet. Vandaag was er alleen Cascais. Een dure haven. Een winkelmiddag. Een restaurant waar niet gegeten maar gebunkerd werd. En Emma, die had ontdekt dat Spaanse les in Portugal soms heel handig kon zijn.
Vooral als de ober zestien was en de zoon van de eigenaar.
