24. De Onmogelijke Koers.

24. De Onmogelijke Koers.

Daar lagen we dan. In de haven van Kopenhagen. Alles stil. Alles klaar. Alles mogelijk. En precies dát is het probleem. Want vanaf hier kon alles. We konden netjes door het Noord-Oostzeekanaal. Rustig. Veilig. Voorspelbaar. Of… we konden omhoog. Richting het Kattegat. Wind. Water. Leven.
En ergens daarboven lag Skagen. Het puntje van Denemarken. Waar twee zeeën elkaar ontmoeten.

Maar… ik kende mijn bemanning inmiddels. Ik riep de meiden aan tafel voor overleg.
“Oké,” zei ik, “even serieus. Wat gaan we doen?”

Frida was als eerste. “Nederland via het kanaal,” zei ze. “Rustig water. Geen gedoe. Golven zien we nog genoeg.”
“Nederland? wie zegt dat we via Nederland varen?” vroeg ik
“Pap, je wil de wereld over zonder afscheid te nemen van Opa en Oma?” zei Eline “Dat kan je niet maken”

Waar ze gelijk had daar had ze gelijk, dus we moesten wel bij mijn ouders langs….
“Oke daar heb je gelijk in.” zei ik
Dat klonk… verstandig.
Verdacht verstandig.

Alyssa en Eva keken elkaar aan. Dat is altijd gevaarlijk.
“Gotenburg,” zeiden ze tegelijk.
Natuurlijk.
“Pretpark, Liseberg daar zijn we nog nooit geweest en als we nu niet gaan komen we er waarschijnlijk nooit.” zei Alyssa.
“En winkels, wil eigenlijk wel eens de Victoriapassagen zien ze hebben daar geweldige winkels” zei Eva.

Ik knikte langzaam. Dit zag ik aankomen. Net als een vuurtoren in zwaar weer…..

“Eline?” vroeg ik.
Ze haalde haar schouders op.
“Maakt me niet uit. Ik vind alles leuk.”
Dat is dus geen hulp. Dat is chaos in vermomming.
“Oké,” zei ik. “Dan stemmen we.”

Fatale fout van de dag.

“Frida?”
“Kanaal.”

“Alyssa?”
“Gothenburg.”

“Eva?”
“Gothenburg.”

Ik knikte. Dat was duidelijk.

“Eline?”

Ze keek naar mij. Toen naar de rest. Toen weer naar mij.

“Kanaal,” zei ze.
Stilte.

Ik keek om me heen.
“Wacht even,” zei ik. “Dat is… twee tegen twee.”
Iedereen keek naar mij. Daar was het. Weer stond ik er alleen voor.
De slechtste positie op een boot. Nee niet als kapitein en al helemaal niet als vader. Maar als beslisser als die rots in de branding die het allemaal wel even oplost.

“Dus,” zei Frida rustig, “jij beslist.”
“Succes,” zei Eva.
“Dit gaat fout,” zei Alyssa.
“Altijd,” zei ik. “Goed verhaal en lekker kort ook”

Ik keek naar het water. Naar de boot. Naar mijn vier dochters. Dit maakt dus niet uit. Wat ik ook kies… het is verkeerd. Ik haalde diep adem.
“Oké,” zei ik. “We gaan naar Skagen. Noordelijkste punt van Denemarken. Mooie plek. Goede tussenstop.”

Even was het stil. En toen…
“NEE,” riepen ze tegelijk.
Ik keek ze aan.
“Wat?”
“Doe dan maar Gothenburg,” zei Eva.
“Ja,” zei Alyssa.
Frida zuchtte.
“Ja dat vind ik ook,” zei ze. “Skagen is helemaal geen oplossing”
Eline knikte.
“Ja, is ook goed.”

Ik keek ze één voor één aan. “Dus…” zei ik langzaam…
“…ik moet kiezen… en als ik kies… kiezen jullie iets anders?”
“Ja,” zei Eva.
“Dat heet flexibiliteit,” zei Alyssa.
“Oh noemen jullie chaos zo tegenwoordig, flexibiliteit” zei ik.
“Dat heet familie,” zei Frida.

Ik leunde achterover.
“Dus we gaan naar Gotenburg?”
“Ja,” zeiden ze.
Ik knikte.
“Prima.”
Twee seconden later:
“Of toch Skagen?” zei Eline.
Ik stond op. Eline kreeg gelijk drie kussens naar haar hoofd geslingerd en alle vier begonnen ze te lachen.
“Dit overleg is gesloten,” zei ik.

De meiden worden groot dacht ik, ze worden zelfstanding of was het meer opstandig, maar hoe het ook is het zijn wel mijn meiden en wat we nog beleefden dit pakte niemand ons meer af. Het maakt ook niet uit waar we heen gaan. Het wordt sowieso een verhaal en veel herinneringen.

En waarschijnlijk… niet het plan dat we net bedacht hebben.

Geef een reactie